Nieuws uilenbeheer
Een overzicht van diverse berichten van de werkgroep uilenbeheer.
Jonge velduil gevonden met drone
28 mei 2026
Op 28 mei hebben drone piloten van de Groene Klaver een mooie vondst gedaan. Er waren vermoedens dat er op een perceel in de omgeving van Roelofarendsveen een broedende velduil was getraceerd. Met behulp van de drone is deze gevonden in het gras. In alle vroegte trekken de drone piloten erop uit. De infra rood camera signaleert de warmere plekken. Door in te zoomen kan je zien wat de bron is. Vaak is het een haas, een eend of poep. Deze keer was het raak met de jonge velduil scherp in beeld.

Kerkuil met vijf jongen
26 tot 30 april 2026
De groei zit er al aardig in. Het wordt al makkelijker om het aantal te onderscheiden. Uiteindelijk blijken er toch 5 jongen in de kast te zitten. Ook is het leeftijdsverschil tussen de jongen nu duidelijk te zien.

Kerkuil heeft grotere jongen
24 april 2026
De jonge uilen groeien goed. Hoeveel jonge uilen zijn er nu in totaal geboren? Het wordt elke dag makkelijker om het aantal te onderscheiden. Het enige dat je hoeft te doen is het tellen van het aantal kraalogen tussen de dot watten.

Kerkuil heeft jongen
15 april 2026
Wat bijzonder om te zien. Een kerkuil met jongen. Het eerste jong is 5 april uitgekomen. De foto is gemaakt met de webcam.

In Nederland begint de eileg in het algemeen in de 2e helft van april. Gemiddeld worden 4 (3 à 5) nagenoeg ronde, mat tot glanzend witte eieren gelegd met een tussenpoze van meestal 2 dagen. In gunstige (= voedselrijke) jaren worden soms wel legsels van 6 of 7 eieren geproduceerd. Pas bij het voorlaatste ei begint het eigenlijke broeden Gedurende de eerste 8 dagen worden de volledig witte en nog blinde jongen door het vrouwtje warm gehouden en met kleine stukjes door het mannetje aangevoerde jachtbuit gevoerd. Rond hun 30e levensdag wordt het tijd om naar buiten te gaan, eerst nog wat voorzichtig maar al gauw met veel bravoure. Heel goed vliegen kunnen ze in het begin nog niet, maar al klauterend weten ze toch vaak terug te keren in de holte waar ze zijn geboren. Op de grond zijn ze erg kwetsbaar (slecht weer, huisdieren en roofdieren); de aanwezigheid van schuilplekken kan ze door deze moeilijke periode heen helpen.
Nog een week of vijf worden de jongen door de ouders verzorgd maar als het jaar tot eind augustus/begin september is gevorderd worden ze door hen uit het geboortegebied verjaagd. (Stroeken & Van Harxen, Athene 8).