VERSLAG SEIZOEN 2005

 

KERKUILENWERKGROEP

Nootdorp - Leidschendam - Wilsveen
Stompwijk - Zoeterwoude - Gelderswoude

Contactpersoon:
       Martin van de Reep (06) 5578 1030
         E-mail: Martin van de Reep

 

Het nieuwe seizoen

En hoe nu verder na het wegvallen van mijn gewaardeerde uilenmaatje Willem? Het is niet eenvoudig om zo’n bevlogen man te vervangen maar ik denk dat wij in Rogier Mos een jonge vervanger hebben gevonden met een goed gevoel voor de kerkuil. Rogier is in zijn vrije tijd werkzaam in vogelasiel “De Wulp”, beheert in het Haagse een natuurreservaat en is daarnaast actief in de egelopvang. De kennis van vogels en hoe daar mee om te gaan zit dus wel goed.

 

Het wel en wee

Op 9 januari wordt bericht ontvangen dat er een kerkuil dood langs de A4 is gevonden. Het blijkt het vrouwtje uit kast 51 te zijn. Ook vorig jaar is langs dezelfde snelweg een vrouwtje uit kast 60 verongelukt. Landelijk zijn er al diverse experimenten uitgevoerd om de sterfte van kerkuilen langs snelwegen tegen te gaan maar er is tot op dit moment geen oplossing voor gevonden. Kerkuilen jagen veelvuldig langs de bermen van snelwegen. Doordat er op geringe hoogte boven de grond wordt gejaagd en de kerkuil in verhouding tot zijn vleugelafmeting erg licht in gewicht is worden de uilen mogelijk door de onderdruk, die door de snel rijdende vrachtwagens ontstaat, naar het verkeer toe gezogen waardoor zij verongelukken.

Op 11 februari komt er een mededeling dat er bij kast 87 twee uilen rondvliegen. De vreugde is echter van korte duur. Op 18 maart meldt de kastbeheerder dat er een dode kerkuil in de stal ligt. klik voor vergroting

De uil is inmiddels opgezet zodat deze als educatief voorbeeld kan dienen. Het is een uil van het donkere type, de vleugelspanning van de uil is 90 cm en het gewicht is 296 gram, vermoedelijk een mannetje.

Op 18 maart uitgerukt voor een melding van een kerkuil, dit blijkt echter om een steenuil te gaan. Ook voor deze uil is een kast opgehangen. De uil is daarna helaas niet meer waargenomen.

 

Seizoenoverzicht

Rond de winterperiode en in het vroege voorjaar zijn wij meestal niet actief bezig rond de kasten. De vogels zitten dan in hun eileg- en broedfase en het is beter ze dan niet te storen. Van veel kastbeheerders hoorden wij berichten dat er uilen werden gezien en dat maakte ons behoorlijk nieuwsgierig. Maar wij hebben onze nieuwsgierigheid bedwongen en zijn de eerste nestkastcontroles op 18 juni gestart.

De eerste kast waar in wij zeer geïnteresseerd waren is een kast waarvan wij wisten dat het vrouwtje in januari dood was aangetroffen als verkeersslachtoffer. Helaas moesten wij constateren dat het de kerkuilman niet is gelukt om een nieuwe partner te vinden.

Bij een tweede nestkast zijn vier jongen geringd. In twee andere kasten waren de jongen (vijf en vier jongen) niet oud genoeg om te ringen. Drie weken later zijn er acht jongen geringd. Een jong heeft het niet gered zodat er totaal dus twaalf jongen zijn geringd bij drie paren.

Bij kast 70 bleek wel een broedpaar aanwezig maar helaas is dit broedsel mislukt.

 

 

Uitreiking oorkonde

  

Het is een goed gebruik dat aan “kerkuilkastbeheerders” een oorkonde wordt uitgereikt als er in vijf achtereenvolgende jaren (lustrum) een kerkuil op het terrein heeft gebroed. 

In 2004 (zie foto links) mochten we een oorkonde uitreiken aan de “kasteigenaar die voor het eerst in ons gebied een broedgeval kon melden. Tot op heden (april 2006) zijn hier maar liefst 27 jonge kerkuilen geboren.

In 2005 (zie foto rechts) was de tweede “kastbeheerder” aan de beurt. Tot op heden zijn hier het niet geringe aantal van 18 jongen geboren. Hier hangt geen extra kast voor mogelijke 2e broedsels. In dit mooie deel van de polder broeden overigens ook de ransuil en de bosuil.

 

Nestkastcontroles

Kast 50: Er is geen bewoning vastgesteld.

Kast 51: Al meerdere jaren een vaste broedlocatie. Op 9 januari wordt het vrouwtje dood langs de A4 aangetroffen. In februari blijkt uit de roepgeluiden dat het mannetje nog steeds aanwezig. In maart wordt geen roepende uil meer gehoord, dus wie weet! Bij controle op 11 juni blijkt dat er niet is gebroed. Er worden ook geen braakballen aangetroffen. Hopelijk blijft het mannetje in de buurt van het territorium.

Kast 52: De kast is dit jaar niet gecontroleerd. Er is door de aanstaande verhuizing ook veel onrust op de boerderij. We moeten maar even zien wat de toekomst gaat brengen.

Kast 53: Alhoewel er het vermoeden was dat er een uil aanwezig was is er geen bewoning vastgesteld. Wel zijn er 8 braakballen aangetroffen. De kast is dus meerdere keren gebruikt. Dit biedt perspectief voor het volgende jaar omdat ook in de nabijgelegen kast Nr. 58 af en toe een uil wordt gezien.

Kast 54: Er is geen bericht ontvangen dat er een kerkuil aanwezig zou zijn. De kast is niet gecontroleerd.

Kast 55: Er is dit jaar geen uil gesignaleerd.

Kast 56: Op deze locatie is geen bewoning geconstateerd. Wel is er gezien de prooiresten een uil in het najaar geweest. Mogelijk dat het vele licht en de activiteiten rond het lammeren er voor zorgt dat de uil zich niet op zijn gemak voelt.

Kast 57: Dit jaar wordt er geen gebruik van de kast geconstateerd.

Kast 58: Er is wel af en toe een uil gezien. Er zijn echter geen duidelijke tekenen van vestiging in de kast te constateren.

Kast 59: Ook op deze voormalige broedlocatie is het mannetje nog aanwezig. De kast is echter niet gebruikt.

Kast 60: Ook dit is een vaste broedplaats. Wegens andere activiteiten op het terrein is de kast pas op 18 juni gecontroleerd. Er blijken 4 mooie jonge uilen van 24 tot 35 dagen geringd te kunnen worden. Ook dit jaar is de herkomst van het nieuwe vrouwtje niet vastgesteld. Mogelijk dat een controle in het vroege voorjaar dit aan het licht zal brengen. Helaas zijn op 21 juni drie jongen omgekomen toen zij door de warmte uit de kast zijn gesprongen en niet op het hooi maar op de 9 meter lager gelegen harde stenenvloer zijn gevallen. De huidige kast is verwijderd en er zijn twee nieuwe kasten geplaatst op een wat koelere en iets lagere plaats. Hopelijk dat de uilen dit kunnen waarderen.

Kast 61: De kast is twee jaar geleden naar de nieuwe schuur verplaatst, tot op heden heeft dit niet geleid tot een bezoek aan de kast.

Kast 62: Ook dit is een vaste broedlocatie. Bij de eerste controle wordt vastgesteld dat er ca. vijf jongen zijn waarvan de oudste ten hoogste 7 dagen oud is. Ook wordt geconstateerd dat een huismus zijn nest heeft gebouwd boven op de nestkast van de uil en dat er op nog geen 10 meter vanaf de nestkast een boerenzwaluw vijf vliegvlugge jongen heeft grootgebracht. Omdat dit het vijfde jaar is dat er gebroed wordt is er een oorkonde uitgereikt.

Bij controle op 9 juli blijken er 4 ringbare jongen aanwezig van 27 tot 36 dagen oud. Ook hier zou eigenlijk een tweede kast meer op zijn plaats zijn. Als het paar in een muizenrijk jaar namelijk overgaat tot een tweede legsel zijn de jongen van het eerste legsel veelal nog niet uitgevlogen.

Kast 63:.Van deze locatie zijn geen berichten van bewoning of rondvliegende uil ontvangen.

Kast 64:.Deze kast dient vernieuwd en verplaatst te worden.

Kast 66: Omdat de toegang in de gevel is dichtgemetseld is deze locatie niet meer beschikbaar. Mogelijk dat een steenuilkast hier beter op zijn plaats is.

Kast 68: Ook dit jaar is er weer geen bewoning vastgesteld. Mogelijk dat plaatsing van een andere kast welke iets ruimer is met een wat kleinere opening en tussenschot in de smaak valt want er zwerft toch regelmatig een kerkuil rond in de omgeving.

Kast 69: Een kast die al jaren lang op een mooie plaats hangt met zo nu en dan een tijdelijk verblijvende kerkuil, zo ook in oktober van 2004. Het is ook dit jaar weer geen blijvertje gebleken.

Kast 70: Onze verwachtingen waren hoog gespannen dit jaar. Bij aankomst liggen er veel braakballen. Bij controle blijkt er niet gebroed te worden in de kast. Er wordt wel geritsel tussen het isolatie materiaal gehoord. Als op die plek wordt gekeken liggen er drie eieren die echter geheel niet bebroed worden. Terwijl wij in de schuur zijn komen er echter mensen het terrein op die alle gebouwen rustig aan een nader onderzoek onderwerpen. Ze schrikken dan ook hevig als wij uit de schuur tevoorschijn komen en stappen snel weer op de fiets. Ons vermoeden is dan ook dat bij eerdere bezoeken van fietsers aan dit leegstaande pand de uilen zodanig zijn verstoord dat zij niet tot broeden zijn gekomen. In overleg met de eigenaren schroeven wij de deuren dicht en besluiten 30 dagen later nog eens te kijken. Zo gezegd zo gedaan. Er ligt nu een niet bebroed ei in de kast en op een andere plaats liggen tussen het isolatiemateriaal nog eens drie eieren. Mogelijk dat de drie eieren er ook de eerste keer al hebben gelegen.

Dus wel een broedpaar maar geen gelukt broedsel. Omdat de schuur moet wijken voor herbouw wordt de kast 29 augustus verwijderd.

Kast 70a:In het voorjaar is hier een kast geplaatst om het paartje wat op locatie 70 zit een mogelijk onderdak te bieden als de bebouwing waar kast 70 hangt, gesloopt gaat worden.

Kast 71: Geen bewoning vastgesteld, het is er waarschijnlijk ook te druk.

Kast 72: Deze uil is uitsluitend in de wintermaanden aanwezig en broed waarschijnlijk elders.

Kast 73: Onze enige nestkast op een zeer hoog niveau, helaas niet in gebruik.

Kast 75:Tijdens de controle in juni is geen gebruik van de nestkast vastgesteld

Kast 76: Helaas is de uil niet aangetroffen op deze toch mooie locatie.

Kast 77: Ook op deze mooie locatie is de uil niet aangetroffen.

Kast 78: Ook hier is geen bewoning vastgesteld.

Kast 79: Af en toe is er een uilenpaar aanwezig, mogelijk het paar van kast 80.

Kast 80: In februari worden beide uilen weer gezien. De jongen van 2004 zijn tot bijna eind december op de boerderij gebleven. Bij controle begin juni zijn c.a. 5 jongen aanwezig, het oudste jong is ca. 8 dagen. Ook het vrouwtje is in de kast aanwezig We keren in juli terug, de jongen blijken de warme maand juni goed doorgekomen te zijn. Er zijn 4 ringbare jongen van 34 tot 42 dagen oud aanwezig. Bij de laatste controleronde blijken alle jongen uitgevlogen te zijn. Er wordt geen vervolglegsel vastgesteld. Er is een tweede kast geplaatst en de andere kast is klaar gemaakt voor het nieuwe seizoen

Kast 81: Incidenteel wordt er een uil gezien maar er is geen bewoning vastgesteld

Kast 82: een bijzonder mooie locatie, mogelijk dat een wat donkerdere nestkast in de open kapschuur verbetering kan brengen.

Kast 83: De gehele tas is volgestapeld met hooibalen, dit zal niet direct een bezette kast opleveren.

Kast 84: Geen bericht van de kastbeheerder ontvangen dat er een uil is gesignaleerd.

Kast 85: In deze kast is bewoning van duiven geconstateerd, de uil laat nog even op zich wachten.

Kast 86: Ook hier is geen bewoning vastgesteld.

Kast 87: Zo als onder het kopje “wel en wee”al is aangegeven is hier in februari een mededeling gedaan dat er twee uilen rondvliegen. De vreugde is echter van korte duur. Op 18 maart meldt de kastbeheerder dat er een dode kerkuil in de stal ligt. De uil is later opgezet zodat deze als educatief voorbeeld kan dienen. Het is een uil van het donkere type, de vleugelspanning van de uil is 90 cm en het gewicht is 296 gram, vermoedelijk een mannetje.

 

Andere broedplaatsen

Ter vervanging van nestkast 70, die door bouwactiviteiten verwijderd moest worden is in de nabijheid een nieuwe kast geplaatst. Hopelijk kan de locatie de goedkeuring van het broedpaar wegdragen. Zoals al eerder aangekondigd zijn op de plaatsen waar een broedpaar aanwezig is van een tweede kast voorzien. Op één locatie is helaas nog geen overeenstemming bereikt.

 

Provinciaal kerkuilenoverleg

Er is dit jaar door omstandigheden geen provinciaal kerkuiloverleg gehouden in het natuurgebied Ackerdijk. Dit jaar is er voor gekozen om de gegevens digitaal aan te leveren. Omdat Vogelbescherming geen jaarverslag meer produceert wordt er door de coördinator nog wel een verslag van Zuid-Holland gemaakt. Op dit moment is dat nog niet beschikbaar.

Landelijk zijn er 2783 1e broedsels vastgesteld wat een nieuw record is. Er zijn 61 2e broedsels terwijl er geen 3e broedsels zijn vastgesteld. Aan de vervolglegsels te zien zijn er in het tweede deel van het jaar dus blijkbaar minder prooien ter beschikking geweest.

Ook wordt er in Zuid-Holland een record vastgesteld van 41 1e broedsels er is één vervolglegsel wat dus ook duidt op minder prooiaanbod in het verloop van het seizoen.

De uitkomsten van in ons gebied wijken dus niet af van het Provinciale en landelijke beeld als we in ogenschouw nemen dat het verlies van nestkast 51 een grote stempel druk op een kleine populatie als de onze.

tabel 1:

 

Enkele getallen

Uit tabel 1 blijkt dus dat de meest gevangen prooisoort de huisspitsmuis is met 43% gevolgd door de veldmuis met 26%. Vermoedelijk zijn er daarom dit jaar, door het lage aantal veldmuizen dan ook geen 2e broedsels aangetroffen.

Uit tabel 1 is dus ook af te lezen dat de uilen van kast 70 en 80 veel veldmuizen en dus ook minder prooidieren hebben moeten vangen dan de uilen van de andere locaties.

Er zijn 253 braakballen uitgeplozen waarin 1226 prooidieren zijn aangetroffen, dat is dus gemiddeld 4,85 prooidieren per braakbal. Uitgaande van het feit dat er ten minste een braakbal per dag wordt geproduceerd betekent dit dat er per nacht meer dan vier prooien per uil worden gevangen. Bij muizenoverlast heb je dus meer aan een uil dan aan een poes. In de winter ligt dit aantal prooien nog hoger.

tabel 2

In  deze tabel is zichtbaar gemaakt wat het verschil in gewicht is tussen de huisspitsmuis en de veldmuis. Een kerkuil die dus veel veldmuizen in zijn gebied heeft is dus beter af dan een uil die huisspitsmuizen moet vangen, voor een veldmuis (29,5 gr.) moeten dus 2,6 huisspitsmuizen (11 gr.) gevangen worden.

Ook zie je bij het uitpluizen van de braakballen dan er meer prooidieren in een braakbal worden gevonden als er voornamelijk huisspitsmuizen en bosspitsmuizen worden gevangen. Een braakbal bevat veelal niet meer dan 8 prooidieren. Een uil die veel prooien met een klein gewicht vangt moet dus ook meer voedselvluchten maken.

Tabel 3

In tabel 3 is duidelijk zichtbaar dat het aandeel van de veldmuis t.o.v. 2002 langzaam afneemt. Daarentegen neemt het aandeel huisspitsmuizen en bosspitsmuizen toe. Er moeten dus meer voedselvluchten worden gemaakt. Er is vooralsnog geen duidelijke lijn te ontdekken tussen bepaalde prooidieren en het aantal jonge kerkuilen. Wel is duidelijk dat er nog steeds, ondanks het verlies van een broedpaar in 2005, een licht opgaande lijn valt te zien. De piek in het aantal jongen in 2002 wordt veroorzaakt door één tweede broedsel terwijl ook het record van 31 jongen in 2004 is te danken aan twee tweede broedsels.

Voor 2006 hopen we op een kleine uitbreiding van het aantal broedparen. Gezien de plaatsen waar braakballen worden aangetroffen moet dat zeker tot de mogelijkheden behoren.

 

Jachtterrein veranderingen ten opzichte van 2004

Kast 53: Nadat er vorig jaar al enkele braakballen zijn gevonden lijkt het nu of de uil echt voor deze locatie heeft gekozen. Gezien het feit dat er rosse woelmuizen zijn gevangen zoekt de uil zijn prooi dus ook op wat ruigere gebiedsdelen. Dicht bij huis vangt hij waarschijnlijk de huisspits-, veld-, en bosspitsmuizen

Kast 57: Gezien het geringe aantal braakballen betreft het waarschijnlijk dezelfde uil als in kast 53. Hier wordt voornamelijk langs de houtopstanden gejaagd.

Kast 60: Uit de braakballen blijkt een mooi gevarieerd prooiaanbod. Deze uil weet inmiddels alle goede vangplekken in zijn territorium moeiteloos te benutten.

Kast 62: Ook hier een ervaren uil. Schijnbaar heeft hij wat meer moeite met het vangen van veldmuizen en jaagt hij liever wat rond de nestkast. Omdat deze prooien wat lichter in gewicht zijn zal hij dus wat extra vlieguren moeten maken.

Kast 70: Ook deze uil blijkt het gebied al goed te kennen, hij weet een mooi gevarieerd prooimenu in de kast te brengen. Heel jammer dat het paar door de onrustige situatie dus geen jongen heeft grootgebracht. Hopelijk weet hij zich te handhaven in het gebied.

Kast 80: Een rijk gevarieerd aanbod van verschillende prooidieren. Het aandeel veldmuizen is hoog. Dus, de ouders kennen hun gebied goed, weten de juiste prooien te vinden, gaan zuinig met hun energie om en zijn dus perfect in staat de jongen goed groot te brengen.

Kast 81:Schijnbaar is hier een nieuwe uil aanwezig. Het merendeel van de prooien (80%) bestaat uit huisspitsmuizen, deze worden veelal rond de bebouwing gevangen. De variatie is zeer klein, geen goede basis dus voor een broedsel.

Kast 87:Een hoog aandeel huisspitsmuizen (60%) maar gecombineerd met veel variatie zouden hier mogelijkheden moeten liggen. Een goed geoefende uil moet hier toch een plekje weten te vinden.

 

Promotie

Ook dit jaar zijn er weer braakballen ter beschikking gesteld aan drie scholen. Het levert elk jaar weer enthousiaste pluismiddagen op. Dit jaar hebben wij geen assistentie verleend en hebben de onderwijzer (s) (essen) dit zelf georganiseerd.

Er is assistentie verleend bij het ringen van een tiental jongen kerkuilen (twee broedsels) in de omgeving van Zevenhoven.

Zoals gewoonlijk is er weer een jaarverslag gemaakt wat aan alle deelnemers is verzonden en wat met medewerking van onze webmaster Hans Rensen op deze website van WGNL is geplaatst.

 

Doelstellingen 2006

       het plaatsen van nestkasten daar waar dit mogelijkheden biedt;

       het controleren en onderhouden van de nestkasten;

       het gezamenlijk met de eigenaren van de percelen verzamelen van de braakballen;

       de uitslagen van de gedetermineerde braakballen, evenals het verslag van het wel en wee van de kerkuil binnen ons gebied onder de eigenaren verspreiden;

       het enthousiasmeren van inwoners van ons gebied voor de kerkuil en het verspreiden van de opgedane kennis;

       het activeren van biotoopverbetering op en rond nestlocaties;

       het deelnemen aan het provinciale overleg kerkuilen.

 

Aandachtspunten

       Omdat er toch wel enige zorg is over verstoring willen wij u vragen niet in de kasten te kijken vóór medio juni. Wij zullen medio juni alle kasten op bewoning inspecteren.

       Als er jongen in de kast aanwezig zijn maken zij een hoorbaar sissend geluid.

       Als de jongen ouder zijn laten zij zich in de kastopening zien, zij kunnen dan veelal nog niet vliegen.

       Houdt ons wel op de hoogte als er bewoning wordt geconstateerd of als u denkt dat er jongen in de kast zitten, bel ons dan direct zodat wij een afspraak kunnen maken om de jongen te ringen.

       Voor inwoners uit de gemeente Leidschendam/Stompwijk/Voorburg geldt er ook een regeling waarbij gratis aanplant van meidoornhagen tot de mogelijkheid behoort. Wilt u hier meer over weten neemt dat even contact met mij op.

naar verslag 2004            SLUITEN