|
Nootdorp - Leidschendam -
Wilsveen Contactpersoon: |
|
Beste
kerkuilvrienden Het jaar zit er weer op we kijken dan ook samen met u via nieuwsbrief nr. 3 terug op het afgelopen jaar. Omdat de jaarlijkse bijeenkomst van vrijwilligers, die zich inzetten voor de kerkuil in Zuid-Holland, niet in november maar pas in februari 2004 is gehouden, is de nieuwsbrief later dan normaal. Van 2002 op 2003 hebben we een zachte winter gekend, de kerkuilen zijn dus vrij makkelijk de winter doorgekomen. Maar toch kijken we elke jaar weer gespannen uit naar het voor ons liggende seizoen. Zo aan het begin van het jaar zijn er dan weer vragen als; hoe zal het dit jaar met de muizenstand zijn, hebben de territoriale mannetjes van kast 55 en 72 een vrouwtje kunnen versieren, welke van de incidenteel bezette kasten 52, 58, 68 en 70 zullen er dit jaar door een territorium houdende vogel bezet zijn, zijn er evenveel broedparen als het afgelopen jaar of hebben we na het afgelopen topjaar een teruggang? |
Braakbalresultaten
2002 & 2003
Het
pluizen van de braakballen is een klusje dat wij tot op dit moment na
het eind van het seizoen doen. De gegevens over de soorten prooidieren
lopen dus op deze manier altijd wat achter. Om dit beeld nu recht te
trekken hebben we ons voorgenomen om aan het eind van elk seizoen het
braakbalpluizen gereed te hebben zodat het resultaat in het verslag
verwerkt kan worden. |
Braakbal
resultaten van 2002 (tabel 1)
|
Kast |
Gewone |
Huis |
Rosse |
Veldmuis |
Woelrat |
Bosmuis |
Dwerg-muis |
Bruine |
Huis- |
Vogel |
|
59 |
2% |
30% |
|
64% |
|
|
|
1% |
3% |
|
|
60 |
8% |
32% |
|
57% |
1% |
2% |
|
|
|
|
|
62 |
26% |
57% |
|
14% |
|
1% |
|
|
2% |
|
|
67 |
4% |
81% |
|
1% |
|
12% |
|
1% |
|
|
|
68 |
14% |
38% |
|
38% |
|
|
|
|
|
10% |
|
70 |
7% |
7% |
3% |
72% |
|
3% |
3% |
|
3% |
|
|
72 |
1% |
27% |
|
8% |
|
|
4% |
|
57% |
3% |
|
Totaal |
8,80% |
39,70% |
0,10% |
39,10% |
0,10% |
1,60% |
0,60% |
0,40% |
8,70% |
0,80% |
| In tabel 1 is per kast het
percentage prooidieren over 2002 aangegeven. Op de onderste regel is het
percentage prooidieren per soort aangegeven voor het totale aantal
prooidieren (831 stuks). Ten opzichte van 2001 is er dus
een groter aantal veldmuizen geconsumeerd 39,1% (was 31,7%) het aantal
huisspitsmuizen is gedaald van 60% naar 39,7%. Het aantal bosspitsmuizen
is in 2002 met 2,5% toegenomen tot 8,8%. Dit geldt ook voor het aantal
huismuizen dat met 0,5% is toegenomen. Deze toename komt geheel voor
rekening van kast nr. 72. Voor kast 51 zijn geen gegevens opgenomen
omdat er door het dubbele broedsel in 2002 vrijwel geen goede braakbal
monsters terug zijn gevonden, maar bij kastcontroles in de jonge fase
liggen er altijd wel behoorlijk wat veldmuizen in de kast. In Kast 59
zijn behoorlijk wat veldmuizen aangesleept (64%) de zes jongen zijn dan
ook flink doorvoed uitgevlogen. Ook in kast 60 werd een behoorlijk hoger
aantal veldmuizen (57%) aangetroffen er wordt dus duidelijk wat verder
van de kast af gejaagd. De uil heeft blijkbaar ook een leuk plekje langs
de bosrand ontdekt gezien de toename van het aantal bosmuizen. Het goede
prooiaanbod komt ook overeen met het goede broedresultaat in 2002. Bij
kast 62 is duidelijk zichtbaar dat er veel op het terrein en langs de
bosrand wordt gejaagd. Het aantal veldmuizen is hier met 14% zeer laag.
Bij kast 67 lijkt het wel of de kerkuil uitsluitend rond de bebouwingen
jaagt, het geringe aantal veldmuizen is dus waarschijnlijk de reden
geweest waarom er niet is gebroed. Ook bij kast 68 maar 38% veldmuizen,
hier was wel een paartje aanwezig maar er is niet gebroed. Mogelijk
heeft het vrouwtje het niet zien zitten met die 38%. Er zijn relatief
veel vogels gevangen maar dit geeft een ietwat vertekend beeld omdat het
resultaat is verkregen uit een zeer klein aantal braakballen. Aan het
prooiaanbod in kast 70 te zien moeten hier mogelijkheden liggen,
blijkbaar is het te rumoerig geweest rond de nestkast die wat laag hangt
omdat er geen andere optie is. Mogelijk moeten we uitkijken naar een
geschiktere plaats in de omgeving. Kast 72 hangt in een wat door
bebouwing ingesloten gebied. Er wordt voornamelijk rond de woningen
gejaagd te zien aan het grote aantal huismuizen (57%). De plek is
waarschijnlijk niet voldoende om een broedsel groot te kunnen brengen. |
Braakbal resultaten van 2003 (tabel 2)
|
Kast |
Gewone bosspits-muis |
Dwerg spitsmuis |
Huis spitsmuis |
Rosse woelmuis |
Woelrat |
Veldmuis |
Dwerg muis |
Bosmuis |
Huismuis |
Vogels |
|
51 |
8% |
|
13% |
|
|
71% |
|
|
|
8% |
|
59 |
21% |
|
44% |
|
1% |
31% |
|
3% |
|
1% |
|
60 |
13% |
|
48% |
|
1% |
34% |
|
3% |
1% |
|
|
62 |
20% |
|
10% |
|
|
35% |
|
5% |
30% |
|
|
72 |
8% |
|
20% |
|
|
16% |
|
|
46% |
10% |
|
74 |
8% |
|
60% |
|
|
28% |
|
1% |
1% |
1% |
|
75 |
35% |
|
7% |
1% |
1% |
48% |
|
|
6% |
1% |
|
79 |
17% |
|
35% |
|
|
23% |
|
3% |
22% |
|
|
80 |
2% |
|
52% |
|
|
26% |
|
|
15% |
6% |
|
81 |
38% |
|
2% |
|
|
52% |
|
7% |
|
2% |
|
86 |
14% |
1% |
45% |
|
|
30% |
1% |
10% |
|
|
|
87 |
10% |
|
62% |
|
|
22% |
|
4% |
3% |
|
|
Totaal |
15,6 |
0,1 |
39,8 |
0,1 |
0,3 |
32,4 |
0,1 |
3,0 |
7,0 |
1,6 |
|
Het
aantal locaties waar dit jaar braakballen zijn aangetroffen is
behoorlijk toegenomen ten opzichte van 2002. Dit geeft aan dat er
het afgelopen jaar behoorlijk wat kerkuilen een plaatsje hebben kunnen
vinden. Er
zijn in 2003 269 braakballen verzameld waaruit 1110
prooien zijn gedetermineerd. Dit houdt in dat er in een braakbal
gemiddeld tussen de vier en vijf prooien zitten. Als je nagaat dat dit
het benodigde aantal prooien is wat één uil nodig heeft om te
overleven is het eenvoudig na te rekenen wat een broedpaartje met zo’n
vier a vijf jongen nodig heeft. Op sommige plaatsen zal
biotoopverbetering dan ook een bijdrage kunnen leveren om tot een
broedsucces te komen. De
bosmuis is dit jaar behoorlijk vertegenwoordigd met 3% (1,6% in 2002).
Ook de bosspitsmuis levert met 15,6% (8,8% in 2002) een
behoorlijk aandeel in het aantal prooidieren. De huisspitsmuis is qua
percentage gelijk gebleven. Bij de veldmuis is een teruggang van 6,7%
geconstateerd ten opzichte van 2002. Mogelijk dat dit laatste invloed
heeft gehad op het broedsucces, zie een aantoonbare relatie (bijlage 2)
tussen aantal jongen en aantal veldmuizen. Één
veldmuis heeft namelijk drie maal zoveel biomassa als een bosspitsmuis. |
Activiteiten
Een
melding van een kerkuilpaar dat in Wassenaar is gezien werd onderzocht.
Helaas zonder resultaat, de uilen zijn nergens meer gezien. Een goede
plek vinden voor een kast liep ook al op niets uit. Vier dagen later wordt er melding gemaakt van een kerkuil in Leiderdorp. Bij nader onderzoek blijkt het om één kerkuil te gaan en twee steenuiltjes. Aangezien dit buiten ons werkgebied valt hebben we contact opgenomen met de vogelwerkgroep van Koudekerk / Hazerswoude e.o. , zij zullen de nodige maatregelen treffen om te zorgen dat er voor de uilen een broedgelegenheid komt. Op
28 juni gaan wij op zoek naar een mogelijk broedgeval in Rijpwetering.
Er zijn waarschijnlijk voor het tweede jaar jonge kerkuilen. Na enig
zoeken wordt de locatie gevonden, er blijkt echter al een beschermer
actief te zijn waarover later meer. Nadat
wij een melding hebben ontvangen dat er in een verlaten schuur een
paartje kerkuilen is gezien zijn we op onderzoek uitgegaan. En jawel de
uilen zijn op de aangegeven plaats aangetroffen. Ook lagen er diverse
oude en verse braakballen en de nodige ruiveren. De week daarna, te
weten 17 juli, hebben we dan ook een kerkuilkast opgehangen. Ook krijgen
we een melding binnen dat er in de omgeving van Leiden en Wassenaar
uilen worden gezien. In de omgeving van Wassenaar moet nog nader
onderzoek verricht worden. Op de locatie bij Leiden zal het
waarschijnlijk om ransuilen zijn gegaan omdat het geen specifieke
kerkuillocatie bleek te zijn. |
|
“De
krenten uit de pap” (Jus over de aardappelen) Op
21 juni 2003 ontvangen we bericht dat er in een nestkast te Beinsdorp
(NH) een vrouwtje met ringnummer 5.370.712 is aangetroffen. Uit het
ringbestand blijkt dat dit vrouwtje is geboren in ons gebied en wel in
kast 62, geringd is op 21 juni 2002 en dus 20 km noordelijker terecht is
gekomen. Hiermee is dus aangetoond dat jonge kerkuilen al binnen een
jaar in staat zijn om tot eileg over te gaan. En om het niet bij één emigrant te laten overbrugde de jonge kerkuil uit kast 51, geringd op 10 juli 2003 met ringnummer 5370730, de 31 Km naar Vijfhuizen (NH) met goed gevolg. |
|
Doelstellingen voor 2004
|
Aandachtspunten voor
bewoners van percelen waar nestkasten hangen
|