Nieuwsbrief Kerkuilen 2003

Nootdorp - Leidschendam - Wilsveen
Stompwijk - Zoeterwoude - Gelderswoude

Contactpersoon:
       Martin van de Reep (06) 5578 1030
                                                                                           E-mail:
Martin van de Reep

         

Beste kerkuilvrienden  

Het jaar zit er weer op we kijken dan ook samen met u via nieuwsbrief nr. 3 terug op het afgelopen jaar. Omdat de jaarlijkse bijeenkomst van vrijwilligers, die zich inzetten voor de kerkuil in Zuid-Holland, niet in november maar pas in februari 2004 is gehouden, is de nieuwsbrief later dan normaal. Van 2002 op 2003 hebben we een zachte winter gekend, de kerkuilen zijn dus vrij makkelijk de winter doorgekomen. Maar toch kijken we elke jaar weer gespannen uit naar het voor ons liggende seizoen. Zo aan het begin van het jaar zijn er dan weer vragen als; hoe zal het dit jaar met de muizenstand zijn, hebben de territoriale mannetjes van kast 55 en 72 een vrouwtje kunnen versieren, welke van de incidenteel bezette kasten 52, 58, 68 en 70 zullen er dit jaar door een territorium houdende vogel bezet zijn, zijn er evenveel broedparen als het afgelopen jaar of hebben we na het afgelopen topjaar een teruggang?

 

 

Braakbalresultaten 2002 & 2003

Het pluizen van de braakballen is een klusje dat wij tot op dit moment na het eind van het seizoen doen. De gegevens over de soorten prooidieren lopen dus op deze manier altijd wat achter. Om dit beeld nu recht te trekken hebben we ons voorgenomen om aan het eind van elk seizoen het braakbalpluizen gereed te hebben zodat het resultaat in het verslag verwerkt kan worden.
 

Braakbal resultaten van 2002 (tabel 1)

Kast

Gewone
bosspits-muis

Huis
spitsmuis

Rosse
woelmuis

Veldmuis

Woelrat

Bosmuis

Dwerg-muis

Bruine
rat

Huis-
Muis

Vogel

59

2%

30%

 

64%

 

 

 

1%

3%

 

60

8%

32%

 

57%

1%

2%

 

 

 

 

62

26%

57%

 

14%

 

1%

 

 

2%

 

67

4%

81%

 

  1%

 

12%

 

1%

 

 

68

14%

38%

 

38%

 

 

 

 

 

10%

70

7%

7%

3%

72%

 

3%

3%

 

3%

 

72

1%

27%

 

8%

 

 

4%

 

57%

3%

Totaal

8,80%

39,70%

0,10%

39,10%

0,10%

1,60%

0,60%

0,40%

8,70%

0,80%

                           

In tabel 1 is per kast het percentage prooidieren over 2002 aangegeven. Op de onderste regel is het percentage prooidieren per soort aangegeven voor het totale aantal prooidieren (831 stuks). Ten opzichte van 2001 is er dus een groter aantal veldmuizen geconsumeerd 39,1% (was 31,7%) het aantal huisspitsmuizen is gedaald van 60% naar 39,7%. Het aantal bosspitsmuizen is in 2002 met 2,5% toegenomen tot 8,8%. Dit geldt ook voor het aantal huismuizen dat met 0,5% is toegenomen. Deze toename komt geheel voor rekening van kast nr. 72. Voor kast 51 zijn geen gegevens opgenomen omdat er door het dubbele broedsel in 2002 vrijwel geen goede braakbal monsters terug zijn gevonden, maar bij kastcontroles in de jonge fase liggen er altijd wel behoorlijk wat veldmuizen in de kast. In Kast 59 zijn behoorlijk wat veldmuizen aangesleept (64%) de zes jongen zijn dan ook flink doorvoed uitgevlogen. Ook in kast 60 werd een behoorlijk hoger aantal veldmuizen (57%) aangetroffen er wordt dus duidelijk wat verder van de kast af gejaagd. De uil heeft blijkbaar ook een leuk plekje langs de bosrand ontdekt gezien de toename van het aantal bosmuizen. Het goede prooiaanbod komt ook overeen met het goede broedresultaat in 2002. Bij kast 62 is duidelijk zichtbaar dat er veel op het terrein en langs de bosrand wordt gejaagd. Het aantal veldmuizen is hier met 14% zeer laag. Bij kast 67 lijkt het wel of de kerkuil uitsluitend rond de bebouwingen jaagt, het geringe aantal veldmuizen is dus waarschijnlijk de reden geweest waarom er niet is gebroed. Ook bij kast 68 maar 38% veldmuizen, hier was wel een paartje aanwezig maar er is niet gebroed. Mogelijk heeft het vrouwtje het niet zien zitten met die 38%. Er zijn relatief veel vogels gevangen maar dit geeft een ietwat vertekend beeld omdat het resultaat is verkregen uit een zeer klein aantal braakballen. Aan het prooiaanbod in kast 70 te zien moeten hier mogelijkheden liggen, blijkbaar is het te rumoerig geweest rond de nestkast die wat laag hangt omdat er geen andere optie is. Mogelijk moeten we uitkijken naar een geschiktere plaats in de omgeving. Kast 72 hangt in een wat door bebouwing ingesloten gebied. Er wordt voornamelijk rond de woningen gejaagd te zien aan het grote aantal huismuizen (57%). De plek is waarschijnlijk niet voldoende om een broedsel groot te kunnen brengen.

Braakbal resultaten van 2003 (tabel 2)

  Kast

Gewone bosspits-muis

Dwerg spitsmuis

Huis spitsmuis

Rosse woelmuis

Woelrat

Veldmuis

Dwerg muis

Bosmuis

Huismuis

Vogels

51

8%

 

13%

 

 

71%

 

 

 

8%

59

21%

 

44%

 

1%

31%

 

3%

 

1%

60

13%

 

48%

 

1%

34%

 

3%

1%

 

62

20%

 

10%

 

 

35%

 

5%

30%

 

72

8%

 

20%

 

 

16%

 

 

46%

10%

74

8%

 

60%

 

 

28%

 

1%

1%

1%

75

35%

 

7%

1%

1%

48%

 

 

6%

1%

79

17%

 

35%

 

 

23%

 

3%

22%

 

80

2%

 

52%

 

 

26%

 

 

15%

6%

81

38%

 

2%

 

 

52%

 

7%

 

2%

86

14%

1%

45%

 

 

30%

1%

10%

 

 

87

10%

 

62%

 

 

22%

 

4%

3%

 

Totaal

15,6

0,1

39,8

0,1

0,3

32,4

0,1

3,0

7,0

1,6

 

Het aantal locaties waar dit jaar braakballen zijn aangetroffen is behoorlijk  toegenomen ten opzichte van 2002. Dit geeft aan dat er het afgelopen jaar behoorlijk wat kerkuilen een plaatsje hebben kunnen vinden.

Er zijn in 2003 269 braakballen verzameld waaruit 1110 prooien zijn gedetermineerd. Dit houdt in dat er in een braakbal gemiddeld tussen de vier en vijf prooien zitten. Als je nagaat dat dit het benodigde aantal prooien is wat één uil nodig heeft om te overleven is het eenvoudig na te rekenen wat een broedpaartje met zo’n vier a vijf jongen nodig heeft. Op sommige plaatsen zal biotoopverbetering dan ook een bijdrage kunnen leveren om tot een broedsucces te komen.  

De bosmuis is dit jaar behoorlijk vertegenwoordigd met 3% (1,6% in 2002).  Ook de bosspitsmuis levert met 15,6% (8,8% in 2002) een behoorlijk aandeel in het aantal prooidieren. De huisspitsmuis is qua percentage gelijk gebleven. Bij de veldmuis is een teruggang van 6,7% geconstateerd ten opzichte van 2002. Mogelijk dat dit laatste invloed heeft gehad op het broedsucces, zie een aantoonbare relatie (bijlage 2) tussen aantal jongen en aantal veldmuizen. Één veldmuis heeft namelijk drie maal zoveel biomassa als een bosspitsmuis.

Activiteiten

Een melding van een kerkuilpaar dat in Wassenaar is gezien werd onderzocht. Helaas zonder resultaat, de uilen zijn nergens meer gezien. Een goede plek vinden voor een kast liep ook al op niets uit.

Vier dagen later wordt er melding gemaakt van een kerkuil in Leiderdorp. Bij nader onderzoek blijkt het om één kerkuil te gaan en twee steenuiltjes. Aangezien dit buiten ons werkgebied valt hebben we contact opgenomen met de vogelwerkgroep van Koudekerk / Hazerswoude e.o. , zij zullen de nodige maatregelen treffen om te zorgen dat er  voor de uilen een broedgelegenheid komt.

Op 28 juni gaan wij op zoek naar een mogelijk broedgeval in Rijpwetering. Er zijn waarschijnlijk voor het tweede jaar jonge kerkuilen. Na enig zoeken wordt de locatie gevonden, er blijkt echter al een beschermer actief te zijn waarover later meer.

Nadat wij een melding hebben ontvangen dat er in een verlaten schuur een paartje kerkuilen is gezien zijn we op onderzoek uitgegaan. En jawel de uilen zijn op de aangegeven plaats aangetroffen. Ook lagen er diverse oude en verse braakballen en de nodige ruiveren. De week daarna, te weten 17 juli, hebben we dan ook een kerkuilkast opgehangen. Ook krijgen we een melding binnen dat er in de omgeving van Leiden en Wassenaar uilen worden gezien. In de omgeving van Wassenaar moet nog nader onderzoek verricht worden. Op de locatie bij Leiden zal het waarschijnlijk om ransuilen zijn gegaan omdat het geen specifieke kerkuillocatie bleek te zijn.

 

Het wel en wee

Op 20 december 2002 ontvangen we bericht dat er een dode kerkuil is gevonden met ringnummer 5370727. Dit blijkt een jong te zijn uit kast 51, hij is 94 dagen oud geworden, er zijn geen uiterlijke kenmerken waaruit de doodsoorzaak is vast te stellen. De overige jongen uit dit nest vliegen dan nog steeds rond de kast.

28-12-2002. Er komen diverse meldingen binnen uit aangrenzende gebieden van dood aangetroffen kerkuilen. Na bestudering van de voetringen blijken er geen jongen uit ons gebied tussen te zitten maar de jonge vogels hebben het dus duidelijk moeilijk om een goede stek te vinden.

11 februari er wordt een jonge kerkuil dood aangetroffen op de Voorweg. Hij is helaas maar 182 dagen oud geworden.

Op 30 januari 2003 wordt er langs de N11 een dode kerkuil gevonden. De uil was ongeringd.

Op 10 januari 2004 wordt er een kerkuil gevonden die in juni 2002 is geringd in kast 59. Het jong is vermoedelijk een half jaar of nog langer geleden gestorven op een zolder. Mogelijk door insluiting.

Nieuwe kasten

Op 4 januari kast 75 en kast 76 opgehangen. Op 25 januari kast 77 geplaatst en Kast 78 opgehangen. In totaal zijn er nu 29 kerkuilkasten geplaatst.

Nestkast controles

Op 4 januari 2003 zijn de laatste nestkastcontroles gehouden en zijn kast 51 en kast 59  gereedgemaakt voor het nieuwe seizoen. De controles konden niet eerder uitgevoerd worden omdat er in kast 51 sprake was van een tweede broedsel en het paar in kast 59 had besloten om pas heel laat in het seizoen te starten met de eileg. Het mannetje van kast 59 hield ons tijdens de controle vanaf zijn vaste rustplek nauwlettend in de gaten.

Kast 50 er liggen braakballen dus incidentele bewoning.

Kast 51 1e controleronde. Het adulte vrouwtje is geringd (dit was zichtbaar bij het openen van de kast, de situatie met eieren en kleine jongen stond het aflezen van de voetring niet toe) er is dus mogelijk sprake van een ander vrouwtje. Er liggen 5 á 6 eieren en enkele muizen in de kast. Bij de tweede controle worden 3 jonge kerkuilen geringd. Het oudste jong blijkt 6 juni te zijn geboren, dat is dus 24 dagen later dan in 2002. Bij de 3e controleronde wordt de kast gereedgemaakt voor het nieuwe seizoen. Er is dit jaar geen tweede broedgeval, wel zijn alle jongen uitgevlogen.

Kast 52 en  Kast 53, er is geen bewoning vastgesteld. Kast 52 verdient een rustiger plaatsje.

Kast 54 moet volgend jaar verhangen worden naar de nieuwe stal omdat het wel een potentiële kerkuilplaats is maar de huidige locatie is blijkbaar niet aantrekkelijk genoeg.

Kast 55 wel regelmatig twee uilen aanwezig maar geen broedgeval, ook geen braakballen in de kast. Buiten de kast in een kleine schuur houd het mannetje de wacht tussen heel veel braakballen. Er was dus blijkbaar niet voldoende voedselaanvoer om het vrouwtje tot broeden te verleiden.

Kast 56, 57 en 58 helaas geen bewoning.

Kast 59 omdat hier vorig jaar is gebroed en de kastbewaarder de geluiden van eventuele jongen goed kent is er pas in augustus een 1e controle uitgevoerd. Ondanks dat het vrouwtje regelmatig aanwezig is geweest, is er ook op deze locatie niet gebroed. Ook hier dus waarschijnlijk onvoldoende prooiaanvoer. Tussen 4 april en 20 mei zijn de uilen zelfs in het geheel niet aanwezig geweest.

Kast 60 het vervangen van de kast heeft de uil niet van de wijs gebracht, bij de 1e controle ronde is de kast bezet er liggen zeer kleine jongen en eieren in de kast. De kast weer snel gesloten, het vrouwtje hield ons van geringe afstand nauwlettend in de gaten. Bij de 2e controle ronde zijn vijf jonge kerkuilen geringd.

Het oudste jong was 48 dagen oud en zat al goed in de veren (let ook op het dons) en was al zeer krachtig in de poten. Dat de nagels van de jongen vlijm scherp zijn was een vrij pijnlijke ervaring die pas na twee dagen was vergeten. Ook hier zijn de jongen later geboren, het verschil is hier maar 8 dagen. Bij de laatste controle wordt ook hier geen tweede broedsel aangetroffen. Wel blijken de twee uilen aanwezig, een uil verraste ons tussen het hooi, na controle bleken er op die plaats 2 braakballen aanwezig. Achter de silo’s een dertigtal braakballen verzameld.

Kast 61 wordt al een aantal jaren niet meer bezocht daarom is op 8 maart de kast verhangen naar de één week oude nieuwe loods. Helaas een verkeerd nummerbordje opgehangen.

Kast 62 de twee ouders zijn in de kast aanwezig. Er zijn mogelijk 5 jongen aanwezig van enkele dagen oud en mogelijk ook eieren. Oudste jong ca.5 dagen. De eieren zijn dus 29 dagen later gelegd dan in 2002. De eigenaar was op vakantie en de oppasdames zijn toeschouwer geweest. In het najaar is de kast gereedgemaakt voor het nieuwe seizoen. Op die dag werd in de kast een dood jong met ringnummer 5.370.734 aangetroffen, er zijn uiteindelijk dus drie jongen uitgevlogen.

Kast 64 op 6 februari zit er een kerkuilpaartje in een schuur naast de locatie waar kast 64 hangt. De eigenaar heeft daarop kast 64 verplaatst naar deze schuur, de kast is op die plaats moeilijk te controleren. Opnieuw een beter bereikbare rustige plek uitzoeken met een wat ruimere en toegankelijkere kast verdient de voorkeur.

Kast 66, 68, 69,70, 71, 74 en 77 helaas geen bewoning geconstateerd.

Kast 72 bij controle was er geen uil aanwezig, de uil is wel regelmatig gesignaleerd. 30 braakballen meegenomen. Er was zichtbaar een geval van predatie van een spreeuw. Er waren weer veel huismuizen en vogels in de braakballen waar te nemen. De kans op broeden lijkt derhalve gering gezien de prooivangsten.

Kast 75 medio juni blijkt de kast die nog geen vijf maanden geleden is geplaatst door een kerkuil bezocht te zijn. In augustus blijken er een 60-tal braakballen in de kast te liggen, er is niet gebroed. Een 20-tal braakballen is meegenomen voor determinatie. Gezien de spreiding in het prooiaanbod ligt hier een goede kans voor een nieuw broedgeval.

Kast 78, er is wel een uil op visite geweest maar in de kast is geen bewoning geconstateerd.

Kast 79 het paartje heeft wel in de schuur gehuisd, er liggen voldoende braakballen op de grond. De kast is niet bewoond, er was blijkbaar niet voldoende voedsel aanwezig om tot eileg over te gaan. Er zijn een 30-tal braakballen meegenomen om te determineren.

 

Promotie

Dit jaar zijn we niet toegekomen aan verdere promotie van de kerkuil voor de bewoners in het land van “Wijk & Wouden”. Maar hebben we ons ingezet om de bescherming van de kerkuil in het aansluitende gebied boven “Wijk & Wouden” te helpen opstarten.

Van de kerkuilcoördinator kregen wij bericht dat Ronald Zwart interesse had om ook iets voor de kerkuil te gaan doen. Omdat hij woonachtig is in het boven ons gelegen gebied heeft hij medio juni bij ons stage gelopen. Hij is op dit moment samen met zijn vader Frans bezig met het plaatsen van nestkasten. Met de omringende gebieden zijn goede werkafspraken gemaakt.

Tijdens ons onderzoek naar een vermeend broedgeval in de omgeving van Roelofarendsveen zijn wij in contact gekomen met Marco van der Ing. Hij heeft twee jaar geleden een kerkuilkast geplaatst en had direct het eerste jaar (2002) al succes. Hij gaat nu in de omgeving van zijn woonplaats in enkele polders het aantal kasten uitbreiden om de broedmogelijkheden te vergroten voor de kerkuil.

Tijdens de polderdag in ons gebied meldde zich ook Johan Kieft, ook hij heeft bij ons stage gelopen en is van plan om iets voor de kerkuil te gaan betekenen in het gebied rond Wassenaar.

Door deze uitbreidingen kunnen wij ons weer geheel op het eigen gebied concentreren en is er toch weer een groter gebied toegevoegd aan het beschermingsplan voor de kerkuil in Zuid-Holland.

Er is ook contact gezocht met de Vogelwerkgroep Kouderkerk/Hazerswoude en Omstreken, om aansluitend en overlappend de broedgelegenheid voor de kerkuil uit te breiden en te ondersteunen.

Op 29-11-2003 heeft er een eerste gesprek plaatsgevonden met  Jan van Ommering en zijn er gedetailleerde werkafspraken gemaakt. Dit gesprek heeft er ook toe geleid dat wij eens per jaar bijeen zullen komen om de resultaten in de aansluitende gebieden te bespreken.  

 

“De krenten uit de pap” (Jus over de aardappelen)

Op 21 juni 2003 ontvangen we bericht dat er in een nestkast te Beinsdorp (NH) een vrouwtje met ringnummer 5.370.712 is aangetroffen. Uit het ringbestand blijkt dat dit vrouwtje is geboren in ons gebied en wel in kast 62, geringd is op 21 juni 2002 en dus 20 km noordelijker terecht is gekomen. Hiermee is dus aangetoond dat jonge kerkuilen al binnen een jaar in staat zijn om tot eileg over te gaan.

En om het niet bij één emigrant te laten overbrugde de jonge kerkuil uit kast 51, geringd op 10 juli 2003 met ringnummer 5370730, de 31 Km naar Vijfhuizen (NH) met goed gevolg.

 

Doelstellingen voor 2004

 de  nestkasten;

Het gezamenlijk met de eigenaren van de percelen verzamelen van de braakballen.

De uitslagen van de gedetermineerde braakballen, alsmede het verslag van het wel en wee van de kerkuil binnen ons gebied onder de eigenaren verspreiden

Het enthousiasmeren van inwoners van ons gebied voor de kerkuil en het verspreiden van opgedane kennis.

Het activeren van biotoopverbetering op en rond nestlocaties.

Het deelnemen aan het provinciaal overleg kerkuilen.

Het activeren/opnieuw opstarten van de kerkuilbescherming rond Wassenaar.

 

Aandachtspunten voor bewoners van percelen waar nestkasten hangen     
  • Omdat er toch wel enige zorg is over verstoring willen wij U vragen niet in de kasten te kijken vóór medio juni. Wij zijn namelijk van plan om medio juni alle kasten op bewoning te inspecteren.
  • Als er jongen in de kast aanwezig zijn maken zij een hoorbaar sissend geluid.
  • Hou ons wel op de hoogte als er bewoning wordt geconstateerd. Als u denkt dat er jongen in de kast zitten bel ons dan direct, zodat wij een afspraak kunnen maken om de jongen te ringen.
  • Verzamel zoveel als mogelijk de btraakballen. We halen deze in de loop van het seizoen op.
  • Medio september zijn wij voornemens een 2e controleronde uit te voeren of er uilen zijn met een tweede legsel.
  • Alle kasten worden tegen de winter nogmaals gecontroleerd om ze gereed te maken voor het nieuwe seizoen.
  • Door Landschapsbeheer Zuid Holland is in samenwerking met de provincie een plan opgesteld om te komen tot biotoopverbetering voor de kerkuil. Dit kan bestaan uit het creëren van overhoekjes, het laten liggen van een niet meer bruikbare rol of baal hooi, aanplant van singels bestaande uit struiken en andere zaken. Wilt U hierover meer weten, neem dan contact met ons op.
  • Voor inwoners van de gemeente Leidschendam-Voorburg / Stompwijk geldt er ook een regeling waarbij gratis aanplant van meidoornhagen tot de mogelijkheid behoort. Wilt U meer hierover weten, neem dan even contact met ons op.

vorige pagina

volgende pagina