STEENUILEN WERKGROEP

Nootdorp - Pijnacker -  Leidschendam - Wilsveen  Stompwijk - Gelderswoude

Contactpersoon: Martin van de Reep 06-55781030

E-mail: Martin van de Reep

NIEUWSBRIEF 2005

20 jaar heeft het geduurd voordat Leidschendam weer door een steenuil bezocht werd. Helaas heeft de steenuil er maar enkele weken gezeten.

We hopen hem (hij heeft namelijk enkele nachten zijn kenmerkende roep laten horen) in 2006 toch wel ergens in de buurt tegen te komen. Het blijft toch een vogelsoort die zich vrij moeilijk laat waarnemen.

 

Helaas is het niet gelukt om het verslag voor het einde van 2005 af te ronden. De jaarlijkse provinciale bijeenkomst van vrijwilligers in oktober is meestal het tijdstip waarop bekend wordt hoe het met de steenuil in onze provincie is gegaan. Na afloop van dat overleg wordt veelal een start gemaakt met de nieuwsbrief. Dit is mede de oorzaak van de late verschijning. De verslagperiode eindigt echter wel op 31-12-05. Wel kan gemeld worden dat  de inventarisatie van het aantal steenuilbroedparen in de provincie Zuid-Holland nagenoeg is afgesloten. Er blijken nog 175 tot 180 broedparen in onze provincie aanwezig te zijn. De meeste steenuilen houden zich op nabij de grote rivieren. De dichtstbijzijnde concentratie ligt in Midden Delfland.

 

Nog weer beter

Kon ik u vorig jaar meedelen dat het eerste doel bereikt was; nu kan ik meedelen dat dit hoogtepunt een zeer positief vervolg heeft gekregen. Vlak voor de start van het broedseizoen bereikte mij een melding dat er, in een steenuilkast waar al 5 jaar lang een spreeuw heeft gebroed, een paartje steenuilen haar intrek heeft genomen. Bij de eerste controle eind mei bleek dat er één jong was grootgebracht.

Ook een paartje dat vorig jaar niet meer aanwezig was bleek weer in de kast te broeden en had 5 jongen grootgebracht.

In totaal zijn er nu dus 5 broedparen die samen hebben gezorgd voor tenminste 18 jongen, waarvan er 17 zijn uitgevlogen. Ook dit is dus, tegen de landelijke resultaten in, een enorm fraai record.

Activiteiten

Ook dit jaar zijn er in het gebied weer rondes gemaakt met de geluidscassette waar de baltsroep van de steenuilman op staat. Veelal word ik tijdens deze rondes aangesproken door omwonenden wat ik zoal aan het doen ben. Mijn verhaal dat ik op deze manier probeer om nieuwe locaties van de steenuil te ontdekken wordt dan voor kennisgeving aangenomen. Ook dit jaar heeft de methode om vooral nieuwe solo-steenuilen te traceren niets opgeleverd. Als u echter steenuiltjes signaleert of van kennissen verneemt dat er ergens uilen worden gehoord, dan hoor ik dat graag van u.

Nestkastcontroles

Kast 102 de kast is begin juni gecontroleerd. Er heeft ook dit jaar een spreeuw gebroed. De kast is meegenomen voor onderhoud en na herstel weer teruggeplaatst.

Kast 103 de kast is begin juni gecontroleerd. Ook in deze kast heeft een spreeuw gebroed.

Kast 104 deze kast is begin juni meegenomen voor herstel. Gelukkig is ook deze kast niet onbenut gebleven, er heeft een spreeuw in gebroed.

Kast 105 de kast is begin juni gecontroleerd. Ook in deze kast heeft een spreeuw gebroed.

Kast 106 bovenop deze kast heeft vorig jaar een Gaai gebroed. Dit jaar is er geen melding van bewoning ontvangen. De kast is dit jaar niet gecontroleerd.

klik voor vergrotingKast 107 na de eerdere melding begin april dat er een steenuil was gesignaleerd is eind mei de kast gecontroleerd. Er werd een broedend vrouwtje aangetroffen, dus snel de kast weer gesloten. Eind mei is tevens een tweede kast geplaatst. Bij de tweede controle ronde bleek er slechts één jong in de kast aanwezig. Het jong is geringd en er is wat herstelwerk aan de kast verricht. Het jong werd door de ouders goed verzorgd. Bij de controles werd tweemaal een jonge haas en eenmaal een tureluur als voedsel

aangetroffen, allen zonder kop. Voor het uitvliegen is een uitloopstok aangebonden om het in en uitlopen van de jonge steenuil, die in die periode nog niet vliegvlug is, te vergemakkelijken, de uitloopstok is nadat het jong zelfstandig de kast in kan vliegen verwijderd. Bij de nacontrole blijkt dat het jong is uitgevlogen. De kast is uiteindelijk eind september vervangen en er is een tweede kast op dezelfde locatie bijgeplaatst.

Kast 108 de kast is eind mei gecontroleerd. Ook dit jaar is er geen bewoning vastgesteld. Het blijft echter een kansrijke plek.

Kast 109 eind mei blijkt dat er een koolmees heeft gebroed. De kast is eind september meegenomen voor herstel en later vervangen.

Kast 110 deze kast is door het verwijderen van de nestboom verloren gegaan. Omdat er voldoende kasten in het gebied hangen is er voorlopig geen nieuwe kast geplaatst.

Kast 111 na een jaar van afwezigheid, blijkt dat er eind mei wordt gebroed. Er ligt voldoende voedsel in de broedruimte en het eerste jong is geboren, snel de kast weer klik voor vergroting

gesloten. Begin juni worden er vijf jongen geringd. Er is onder de nestboom een palet en enige houtstronken geplaatst om de jongen, als zij eventueel op de grond terecht komen, een goede schuilplek te bieden tegen honden of katten. Vlak voor het uitvliegen is ook hier een uitloopstok geplaatst. De jonge uilen zijn regelmatig in de nestboom gezien (zie hiernaast drie jongen in beeld). De kast is eind september vervangen door een nieuwer model. Aan de andere kant van het perceel is een tweede kast geplaatst om de jongen een goed onderkomen te geven voor de periode dat zij in het territorium worden geduld.

Kast 112 de kast vertoont uiterlijk geen kenmerken van bewoning.

Kast 113 ook dit jaar is de kast weer door een spreeuw benut.

Kast 114 bij controle begin juni blijkt de kast niet benut.

Kast 115 ook dit jaar is de kast weer door een spreeuw benut.

Kast 116 eind mei blijkt dat de kast wederom niet is benut. Omdat er voldoende kasten in de omgeving hangen wordt de kast meegenomen en op een andere locatie gebruikt.

Kast 117 eind mei wordt de kast gecontroleerd. Het vrouwtje zit nog te broeden, snel de kast weer gesloten. Begin juni worden vier jongen en het vrouwtje geringd. Vlak voor het uitvliegen is een uitvliegstok aangebonden. Bij de na controle zitten er drie jongen buiten de kast. Alle jongen zijn uitgevlogen en zijn nog lang samen met de ouders gezien.

Kast 118 de kast is niet bewoond en ook niet gebruikt door andere vogels.

Kast 119 begin juni word er geen bewoning vastgesteld. De mees die hier jaarlijks broedde heeft schijnbaar een andere locatie gevonden.

Kast 120 begin juni blijkt de nestkast door een koolmees gebruikt te zijn.

Kast 121 bij controle begin juni blijkt de kast gebruikt te zijn door een spreeuw. De kast hangt nu minder gunstig door de plaatsing van een container. De kast wordt verplaatst naar een betere positie zodat hij mogelijk weer dienst kan doen voor de grauwe vliegenvanger.

Kast 122 ook hier wederom een spreeuwenpaar als bewoner. De kast hangt echter op een goede locatie en zal mogelijk op korte termijn dienst kunnen doen aan uitgevlogen jongen steenuilen.

Kast 123 de kast is verwijderd omdat het schuurtje is gesloopt. Er wordt bekeken of de kast nog teruggeplaatst kan worden.

Kast 124 omdat de steenuilen zijn gaan broeden onder de golfplaten, waarbij gelukkig is gekozen voor de koele zijde van het dak, wordt de kast uitsluitend gebruikt als buitenhuis. Bij controle eind mei wordt gebruik vastgesteld, er word een dode muis en c.a. 30 braakballen aangetroffen. De kast is eind september vervangen door een nieuwe kast.

Kast 126 begin mei is de kast gecontroleerd. Geen verrassing dit jaar er heeft wederom een mees gebroed.

Kast 127 eind mei wordt geconstateerd dat ook dit jaar de kast door een spreeuw is benut. Er wordt geen steenuil meer gesignaleerd.

Kast 128 nadat de kast in het voorjaar opnieuw is opgehangen is de kast dit jaar niet gecontroleerd omdat er een melding was van bewoning door een spreeuwenpaar.

Kast 129 eind mei wordt geconstateerd dat er vijf jongen aanwezig zijn. De verbetering die  eind vorig jaar in de kast is aangebracht heeft er voor gezorgd dat de kast inwendig kurk droog is en dat de jongen mooie schone pootjes hebben. Bij de nacontrole blijkt dat er vier jongen zijn uitgevlogen en dat er een jong is gesneuveld. In de omgeving van de nestkast is voldoende materiaal aanwezig voor de jonge uiltjes om zich te verstoppen als er gevaar dreigt van honden of katten. De jongen zijn ‘s-avonds regelmatig gezien tijdens hun gezamenlijke voedseltochten met hun ouders.

Kast 130 eind mei wordt geconstateerd dat de nestkast niet is benut. De steenuil is dit jaar niet gesignaleerd. De kast is weer winterklaar achtergelaten.

Kast 131 de nestkast is waarschijnlijk door een mees gebruikt. De ventilatie openingen zijn aangepast en de kast is in orde gemaakt voor het nieuwe seizoen. De locatie is zeer geschikt voor een steenuil.

Kast 132 bij controle begin juni blijkt er een spreeuw te hebben gebroed. De kast is weer gereedgemaakt voor het nieuwe seizoen.

Kast 133 bij meerdere controles is de beheerder niet thuis getroffen. Er is dus niet duidelijk of de kast is benut.

Kast 134 bij controle begin juni blijkt er een spreeuw te hebben gebroed. De kast is weer gereed gemaakt voor het nieuwe seizoen.

Kast 135 ook hier heeft de kast dienst gedaan als nestgelegenheid voor een spreeuw. De kast is weer in orde gemaakt voor het nieuwe seizoen.

Kast 137 ondanks dat er vlak voor het plaatsen van de kast steenuiltjes zijn gezien is de kast niet benut.

Kast 138 dit is een experimentele kast. De nieuw gemaakte toegang is in ieder geval geen beletsel voor de steenuil. Er worden tenminste 40 braakballen gevonden. Deze ervaring zal worden gebruikt om kast 143 aan te passen.

Kast 139 jammer genoeg heeft de tijdelijke aanwezigheid eind vorig jaar van een steenuil niet tot gebruik van de kast geleid. Ook is de kast niet door andere vogels gebruikt.

Kast 140 deze kast is na het seizoen geplaatst en zal hopelijk gaan dienen als mogelijke vestigingsplaats voor een steenuil, de omgeving lijkt aan alle eisen te voldoen. 

Kast 141 deze kast is ook na het seizoen geplaatst. De locatie ziet er veel belovend uit en kan dienst doen ter ondersteuning van kast 139.

Kast 142 deze kast is opgehangen om uitvliegende jongen van kast 129 tot een verblijf uit te nodigen omdat de locatie aan alle eisen voldoet.

Kast 143 eind mei blijkt dat er wederom een kauw in de kast broedt. Eind september is de opening gewijzigd in een opening die gelijk is aan de experimentele kast 138. Aangezien vorig jaar is gebleken dat de steenuiltjes geen moeite hebben met deze nieuwe opening kan volgend jaar duidelijk worden of deze nieuwe toegang afdoende is om de kauwen te weren en zo de kast weer terug te geven aan de steenuiltjes.

Kast 144 ook deze kast is laat in het seizoen geplaatst om uitvliegende jongen te ondersteunen en mogelijk als nieuwe locatie dienst te doen.

Gevaren

Zoals afgelopen jaar al jammerlijk genoeg is aangetoond blijkt verdrinking in een waterbak met steile wanden een van de veel voorkomende doodsoorzaken te zijn. Vanaf medio april tot begin mei zijn daarom rond op alle bekende plaatsen waar steenuiltjes zitten de drinkbakken voorzien van een drijver bestaande uit twee hardhouten plankjes met daartussen een kunststof laag om het drijfvermogen te vergroten. Doel van deze plankjes is om de uiltjes een mogelijkheid te geven om er op te klimmen als ze in het water belanden en op deze manier na droging van de veren de drinkbak weer veilig te kunnen verlaten. Indien het voor de dieren die gebruik maken van de drinkbakken mogelijk is, kan een strook gaas ook dienst doen als redmiddel voor de steenuiltjes om uit de drinkbak te klauteren.

 

Populatie overzicht

In bovenstaande grafiek is duidelijk het positieve effect van de afgelopen jaren te zien. Het aantal broedparen is tot vijf paar opgelopen. Helaas heeft de waarneming van een solo uil niet geleid tot een nieuw bezette locatie. Op dit moment is er dus mogelijk een solitaire uil in het gebied aanwezig, de locatie is echter niet exact bekend. Hopelijk doorstaan enkele jongen de wintermaanden en kan ik volgend jaar melden dat er meer solo-uilen in ons gebied zijn aangetroffen.

 

In de grafiek hierboven is het aantal geplaatste nestkasten per jaar in beeld gebracht. Het totaal aantal nestkasten is op dit moment 41 stuks. Het aantal broedparen van de kauw blijft gelukkig laag, het ene paartje dat de kauwensluis heeft weten te omzeilen gebruikt geen takken maar schapenwol om een nest te bouwen. Het komend jaar zal blijken of de aanpassing van de invliegopening tot de gewenste oplossing heeft geleid. Het aantal broedparen van de koolmees is met 1 toegenomen tot vijf paar terwijl het aantal broedparen van de spreeuw is gestegen tot 14, maar als een steenuil de nestkast in het oog krijgt als woonplaats is dat snel afgelopen.

Nieuw geplaatste kasten

In het voorjaar is er één (139) en in de zomer zijn er weer twee nieuwe kasten, op nieuwe locaties geplaatst, te weten kast 140 en 141. Ook in het najaar zijn nog eens twee kasten (144 en 145) geplaatst op nieuwe locaties. Op twee broedlocaties (107 en 111) is er een extra kast geplaatst om de jonge steenuilen tot augustus een goed onderkomen te bieden.

 

Meer slaapplaatsen

Steenuilen hebben meerdere slaapplaatsen nodig, omdat ze het grootste deel van het jaar apart slapen en ook de uitvliegende jongen enkele maanden over een dagroestplaats moeten kunnen beschikken. Het uitbreiden van het aantal slaapplaatsen in een steenuilbiotoop blijft dus de aandacht vragen als er een eerste broedpaartje is neergestreken.

 

 

Zelf steenuilen bekijken

Wilt u zelf wat meer zicht op de steenuilen hebben dan is dat goed mogelijk. Zeker vanuit een beschutte plek (woning, voertuig e.d.) is de steenuil goed te observeren. Met name in de winter genieten de uilen op heldere dagen graag van de (morgen-) zon, mits ze natuurlijk op een windvrije plaats kunnen zitten. Het liefst doen ze dat op een rustige plek of nabij een plek die gelegenheid bied om snel weg te duiken als er gevaar dreigt (zoals een overvliegende Buizerd of andere roofvogel). Noteer uw waarnemingen het is leuk voor uzelf en voor mij.

 

 

Jongen bescherming

Dit jaar is op haast alle broedlocaties, door de mensen waar een broedpaartje aanwezig is, een voorziening getroffen in de vorm van enkele pallets met wat zware rommel erop, zodat de jongen die de eerste weken toch nog geregeld op de grond belanden daar tijdelijk veilig onder kunnen wegkruipen. Een samenstel van een stuk betonnen rioolbuis, een takkenbos of een Pvc-buis met een doorsnede van 125 mm kan deze functie ook vervullen.

Ook zijn bij de broedlocaties vlak voor het uitvliegen van de jongen uitloopstokken geplaatst die het mogelijk moeten maken dat de terugkeer van de jongen naar het nest makkelijker verloopt, met name als het een dag minder mooi of koud weer is. Deze inloopstokken zijn weer verwijderd zodra de jongen zelfstandig de kast in en uit kunnen vliegen.

Tijdens de nestkastcontroles is gebleken dat er zich veel jongen, nadat ze waren uitgevlogen, in de nestboom ophielden.

 

Nationale steenuildag

Op 5 november 2005 is in Meppel de jaarlijkse steenuildag gehouden. Op deze dag werden interessante lezingen gehouden over alle in Nederland voorkomende uilen en was er weer veel gelegenheid om als beschermers onder elkaar te praten over nieuwe inzichten en ervaringen om zo het optimale te kunnen doen voor de in aantal teruglopende populatie van steenuiltjes.

 

 

Wat kunt u zelf doen om een steenuilbiotoop te creëren

-Als er bij u op het terrein een plekje is waar dat mogelijk is, is het zeer interessant om een klein hoekje wat rommelig te laten. Bijvoorbeeld een strook gras niet maaien, als kort daarnaast enkele uitkijkposten in de vorm van paaltjes zijn geplaatst kunt u het uiltje hier in de avonduren vaak aantreffen in de jacht op insecten die zich in de overgang tussen ruigten en kort gras ophouden. De steenuiltjes bejagen hun prooi namelijk vanaf deze uitkijkposten. Ook met een stapel houtblokken of een kleine “ muizenhaard” is dit effect te bereiken.

-Het in stand houden van knotwilgen opstanden die om en om worden geknot is een uitstekende manier om broedgelegenheid te creëren.

-Heel vaak zijn het de oude schuurtjes die op een rustige plaats staan die een grote aantrekkingskracht hebben op de uiltjes als het enigszins mogelijk is om deze in stand te houden door herstelwerkzaamheden uit te voeren heeft dat de voorkeur en worden de belangen van de steenuil daar optimaal mee gediend. Ik wil u graag van advies dienen. Dit zijn ook de ideale plaatsen waar de steenuiltjes in de winter als het sneeuwt aan voedsel kunnen komen.

-Schapen, paarden of vee in de nabijheid is ook een van de voorwaarden, de uiltjes eten namelijk bij gebrek aan muizen veel prooien zoals regenwormen, slakken en insecten die heel makkelijk te vangen zijn als er kort gras is.

-Als u in de omgeving van de nestkast ook een “muizenhaard” wilt aanleggen kan dit door het aanbrengen van wat stro met daaroverheen snoeihout. Voor een snel resultaat is het aan te bevelen  enkele handjes graan over de muizenhaard uit te strooien en dit zo af en toe te herhalen. Echte overlast door muizen zal er in de winter niet direct ontstaan, die worden wel door de uiltjes in toom gehouden.

-Wil u de omgeving van uw woning wat uilvriendelijker maken door bijvoorbeeld het aanplanten van een haag of op een andere wijze dan kan ik contacten leggen met Landschapsbeheer Zuid-Holland om u eens te bezoeken en u over de mogelijkheden en onmogelijkheden te laten informeren.

 

 

Conclusie

Blij verrast wordt geconstateerd dat het aantal jonge steenuilen weer is toegenomen van 9 naar 18. Dat er ondanks de landelijke achteruitgang van 1,5 % per jaar wederom een nieuw broedpaartje een plaatsje hebben gezocht in het poldergebied in onze omgeving.

Dat het aanbrengen van schuilgelegenheid onder aan de nestboom gekoppeld aan het aanbrengen van een uitloopstok tijdens de uitvliegfase geleid heeft tot het vergroten van de overlevingskans van de jongen. Dat het plaatsen van drijvers in veedrinkbakken een noodzaak is om te zorgen dat steenuilen niet verdrinken.

Dat de wens om op alle broedlocaties te minste twee nestkasten te plaatsen voor een groot deel is afgerond. Dat het vergroten van het aantal slaapplaatsen rond broedlocaties nog een actiepunt blijft evenals de verbetering van de biotoop, om uitbreiding van de populatie te kunnen verwezenlijken.

 

 

Inventarisatie

Om te bezien of en hoe de steenuiltjes zich in het gebied verplaatsen en of er mogelijk al jongen deelnemen aan het broedproces, zal er in 2007 tussen eind februari en begin maart een extra inspectieronde worden gehouden.

Omdat de trefkans bij wat minder mooi weer groter is dan bij een mooie zonnige dag zal het weer dus bepalend worden voor de uiteindelijke keuze.

 

 

Tot slot

Ik wil nogmaals iedereen bedanken die heeft meegewerkt aan, en de gelegenheid heeft gegeven om iets te doen voor het instandhouden van de biotoop en het plaatsen van de nestkasten, om zo de kans te vergroten dat dit mooie uiltje voor onze gebieden behouden blijft.

Hopende dat 2006 weer een goed jaar mag worden voor de steenuil in "ons" gebied!  

Martin van de Reep

 

 

PS: Heeft u vragen of opmerkingen gebruik dan zo mogelijk het  e-mailadres reepos@casema.nl

Steenuil-verslagen van vorige jaren vindt u via de volgende links:  verslag 2004, verslag 2003

verslag 2002

      sluiten