|
Nootdorp - Leidschendam -
Wilsveen Contactpersoon: |
NIEUWSBRIEF KERKUILEN 2004
|
Het
wel en wee Op
21-01-04 ontvangen we bericht dat het jong uit kast 51 op 13 december
2003 bij Vijfhuizen (N-H) is verongelukt. Het jong is dan 229 dagen oud en heeft
een afstand van 33540 meter afgelegd. Op
25-01-04 wordt een melding ontvangen dat het vrouwtje van kast 60 als
verkeersslachtoffer gevonden is langs de A4, korter dan een week dood, gemeld
als Velduil! Het
jong dat op 21 mei 2002 in kast 60 is geboren en op 15 juni daar is
geringd (ringnummer 5.370.708) is op 31 mei 2003 gecontroleerd als vrouw in een
nestkast te Eemnes op 59 km van haar geboorteplek. Deze vogel is op 15-6-04 met
zes jonge kerkuilen aangetroffen in Zeewolde-Zuidelijk Flevoland, de jongen zijn
op 3-8-04 op één na alle uitgevlogen. Het vrouwtje is echter aan een tweede
legsel begonnen en op 25-9-04 worden er acht jonge kerkuilen geringd. Bij
controle blijkt het vrouwtje een vleugellengte te hebben van 303mm. en een
gewicht van 353gr. Een vruchtbare broedvogel, na twee broedsels zijn er dus
dertien jongen uitgevlogen. Op
18-07-04 wordt een in kast 60 geringd jong (ringnummer 5.370.747) dood in
de gierput aangetroffen. Op
31-7-04 meldt een buurman van kast 51 dat er een kerkuil in zijn
schoorsteen zit, het jong is dan inmiddels 69 dagen oud en doet dus vreemde
vliegoefeningen in de omgeving. Na de bevrijding is het jong zijns weegs gegaan. Op
01-12-04 bericht ontvangen dat kerkuil 5370743 als jong geringd op 19-06-04 in
Stompwijk 3km van het nest (kast 60) dood is aangetroffen, het jong is
dan 189 dagen oud.
|
NestkastcontrolesKast
50: Er is
geen bewoning vastgesteld.
Kast
51: Op 19 juni worden op
deze locatie zes jonge kerkuilen geringd. Het vrouwtje is geringd met nr.
5.338.089. Dit vrouwtje is als nestjong door Johan de Jong geringd in 1999 te
Vledderveen. Omdat het een goed muizenjaar is verwachten wij een tweede
broedsel. Bij controle op 25 september blijkt dit niet het geval te zijn. Op 16
oktober is een tweede nestkast geplaatst om er voor te zorgen dat de uilen in
alle rust aan een tweede legsel kunnen beginnen als de jongen nog niet geheel
zelfstandig zijn, tevens wordt op deze manier voorkomen dat de uilen een minder
veilige broedplaats zoeken. Kast
52: Er is
geen bewoning geconstateerd.
Kast
53: Op 2-10-04 zijn er voor
het eerst drie verse braakballen, de kast wordt dus nu bezocht. Kast
54: Er is
door de beheerder geen uil waargenomen.
Kast
55: Er is
geen broedpoging ondernomen.
Kast
56: Op 2-10-04 is er geen
bewoning geconstateerd. Kast
57: op 2-10-04 is er geen
bewoning geconstateerd maar er is gezien de aanwezige braakbal wel bezoek
geweest. Kast
58: Op 2-10-04 is er geen
bewoning geconstateerd. Kast
59: Er is
geconstateerd dat het mannetje nog wel aanwezig is maar dat het vrouwtje is
overgestapt naar een naburig mannetje dat zijn territorium bij kast 62 heeft.
Kast
60: Omdat wij op de hoogte
waren van het verongelukken van het vrouwtje van deze kast waren wij zeer
gespannen of er jongen zouden zijn. Op deze locatie zouden wij namelijk ons
eerste lustrum vieren (vijf jaar achtereen jonge kerkuilen). Was het mannetje in
staat geweest om op korte termijn weer een nieuwe partner te veroveren? Op 19
juni is het dan zover, we controleren de kast en constateren dat er vijf jongen
zijn geboren. Het eerste lustrum kan dus gevierd worden.
Zoals u weet zijn wij altijd positief ingesteld en hadden dus voor alle
zekerheid gebak meegenomen, met de vers gezette koffie er naast hebben wij dit
lustrum gevierd. Er zijn die dag vijf jonge kerkuilen geringd. Op 25-9-04
verwachten wij wederom jonge kerkuilen te kunnen ringen uit het tweede broedsel.
Helaas de kast was leeg. Intensief zoeken bracht echter aan het licht dat op
drie meter diepte in de hooiberg jonge uilen lagen te blazen. Na het verwijderen
van de balen zijn zes jonge uilen geringd, uiteraard zijn de balen weer
teruggeplaatst. Ook van dit nest zijn alle jongen goed uitgevlogen. Kast
61: 2-10-04 geen bewoning
geconstateerd. Kast
62:
Op 19 juni zijn hier vijf jonge uilen geringd. Tijdens deze controle was het
mannetje (ringnummer 5 385 103) aanwezig de vleugellengte was 289mm. Dit is dus
14 mm korter dan de lengte van het vrouwtje. Het vrouwtje bleek ringnummer
5.370.709 te dragen. Deze uil was twee jaar eerder geringd in kast 59 als
broedvogel. 95 dagen na de geboorte van de eerste jongen meldde de kastbeheerder
dat er weer een broedgeval was, er lagen zeven eieren en een jong in het nest,
nu echter niet in de kast maar ook zoals bij kast 60 tussen
de
strobalen. Mogelijk dat de plaatskeuze van het tweede legsel is ingegeven door
het feit dat de jongen van de eerste ronde nog teveel in de kast aanwezig waren.
Er zijn vier jonge kerkuilen geringd er lag één dood jong in het nest.Kast
63: Er is
geen uil of broedpoging waargenomen. Kast
64: Deze
kast moet op een rustiger en beter toegankelijke plaats opgehangen worden. Kast
65: Deze
locatie is inmiddels door woningbouw omsloten en biedt geen mogelijkheden meer.
We zullen volgend jaar de kast gaan verplaatsen naar een locatie waar behoefte
is aan een tweede nestkast. Kast
66: Op 2 oktober is er geen
bewoning geconstateerd. Locatie
67: Hier
hangt geen kast omdat er in de omgeving meerdere kasten hangen maar er
worden/werden regelmatig uilen gezien en ook braakballen verzameld. Kast
68: Op 19 juni en 2 oktober
geen bewoning geconstateerd. Kast
69: Op 2 oktober lagen er
een zevental verse braakballen in de kast, er is geen broedpoging geconstateerd. Kast
70: 2-10-04 de kast
gecontroleerd. Aanvankelijk wilde we de kast verwijderen. Bij controle vloog er
echter een kerkuil uit. Geen braakballen. Kast
71: Er is
geen uil of broedpoging waargenomen. Kast
72: 6-7-04 Geen uil
aanwezig. Zij broedt blijkbaar elders in de omgeving want elk najaar keert zij
terug in de manege. Er zijn meer dan voldoende braakballen aanwezig om te
determineren. Kast
73: De
nestkast is dit jaar niet gecontroleerd. Kast
74: Deze
kast is overgedaan aan een andere vrijwilligersgroep omdat hij te ver bij ons
uit de buurt ligt. Kast
75: 2-10-04 enkele kleine
braakballen verder geen teken van leven. Kast
76: Geen
uil of broedgeval geconstateerd. De loods moet beter toegankelijk worden gemaakt
door een permanente invliegopening voor de kerkuil zodat hij moeiteloos in en
uit kan vliegen. Kast
77: Er is
geen uil of broedpoging waargenomen. Kast
78: Op 26 juni blijkt er
geen bewoning te zijn. Op 2 oktober zijn twee wat oudere braakballen
aangetroffen geen verder teken van bewoning waargenomen. Kast
79: 2-10-04 geen bewoning
geconstateerd. Kast
80: Kast
81:
Van de eigenaar vernomen dat de schuur waarin de kast hangt niet lang meer zal
blijven staan. Op 10-01-04 worden er braakballen gevonden. 31-01-04 de kast voor
het broedseizoen gereed gemaakt en gezocht of er in de omgeving een betere
broedplek is. Op de plek die we als broedlocatie geschikt achten wil men niet
meewerken, mogelijk vinden we binnen afzienbare tijd een andere locatie. Op 16
oktober zijn er geen sporen van de uil waargenomen, de nestkast is weer
winterklaar gemaakt voor 2005. Onderstaande
kasten hangen in een aangrenzend gebied richting Wassenaar. Voorlopig blijven we
dit gedeelte onderhouden. De stagiaire die wij op het oog hadden is niet meer zo
enthousiast.
Kast
82: Door
omstandigheden is er geen controle uitgevoerd. Er was ook geen melding van een
broedgeval. Kast
83: Een nieuw locatie, hier
is een kast geplaatst. Kast
84: De
eigenaar zal de kast naar een geschiktere plaats verhangen. Kast
85: De kast
hangt niet gunstig. In 2005 zullen we de kast naar een betere plaats verhuizen. Kast
86: De kast gecontroleerd.
Er is een adulte uil, licht van kleur, aanwezig met ringnummer 5.372.521. Tevens
een aantal braakballen meegenomen. Op 05-03-04 ontvangen we bericht dat de
kerkuil is geringd op 23 juni 2003 in Raalte, het is een jong uit een nest van
drie, afgelegde afstand 142 km. Kast 87: Begin januari contact gezocht met de kastbeheerder. Hij heeft de kast die er al enkele jaren hangt naar de andere zijde van de loods verplaatst. Enkele dagen later hebben wij in de kast een adulte kerkuil aangetroffen en van een voetring kunnen voorzien om de herkenbaarheid te kunnen registreren. Het is waarschijnlijk een eerste kalenderjaar, vrij donker van kleur. Tevens een twintigtal braakballen meegenomen voor determinatie.
|
Kast
50: Er is
geen bewoning vastgesteld.
Kast
51: Op 19 juni worden op
deze locatie zes jonge kerkuilen geringd. Het vrouwtje is geringd met nr.
5.338.089. Dit vrouwtje is als nestjong door Johan de Jong geringd in 1999 te
Vledderveen. Omdat het een goed muizenjaar is verwachten wij een tweede
broedsel. Bij controle op 25 september blijkt dit niet het geval te zijn. Op 16
oktober is een tweede nestkast geplaatst om er voor te zorgen dat de uilen in
alle rust aan een tweede legsel kunnen beginnen als de jongen nog niet geheel
zelfstandig zijn, tevens wordt op deze manier voorkomen dat de uilen een minder
veilige broedplaats zoeken. Kast
52: Er is
geen bewoning geconstateerd.
Kast
53: Op 2-10-04 zijn er voor
het eerst drie verse braakballen, de kast wordt dus nu bezocht. Kast
54: Er is
door de beheerder geen uil waargenomen.
Kast
55: Er is
geen broedpoging ondernomen.
Kast
56: Op 2-10-04 is er geen
bewoning geconstateerd. Kast
57: op 2-10-04 is er geen
bewoning geconstateerd maar er is gezien de aanwezige braakbal wel bezoek
geweest. Kast
58: Op 2-10-04 is er geen
bewoning geconstateerd. Kast
59: Er is
geconstateerd dat het mannetje nog wel aanwezig is maar dat het vrouwtje is
overgestapt naar een naburig mannetje dat zijn territorium bij kast 62 heeft.
Kast
60: Omdat wij op de hoogte
waren van het verongelukken van het vrouwtje van deze kast waren wij zeer
gespannen of er jongen zouden zijn. Op deze locatie zouden wij namelijk ons
eerste lustrum vieren (vijf jaar achtereen jonge kerkuilen). Was het mannetje in
staat geweest om op korte termijn weer een nieuwe partner te veroveren? Op 19
juni is het dan zover, we controleren de kast en constateren dat er vijf jongen
zijn geboren. Het eerste lustrum kan dus gevierd worden.
Zoals u weet zijn wij altijd positief ingesteld en hadden dus voor alle
zekerheid gebak meegenomen, met de vers gezette koffie er naast hebben wij dit
lustrum gevierd. Er zijn die dag vijf jonge kerkuilen geringd. Op 25-9-04
verwachten wij wederom jonge kerkuilen te kunnen ringen uit het tweede broedsel.
Helaas de kast was leeg. Intensief zoeken bracht echter aan het licht dat op
drie meter diepte in de hooiberg jonge uilen lagen te blazen. Na het verwijderen
van de balen zijn zes jonge uilen geringd, uiteraard zijn de balen weer
teruggeplaatst. Ook van dit nest zijn alle jongen goed uitgevlogen. Kast
61: 2-10-04 geen bewoning
geconstateerd.
Kast
63: Er is
geen uil of broedpoging waargenomen. Kast
64: Deze
kast moet op een rustiger en beter toegankelijke plaats opgehangen worden. Kast
65: Deze
locatie is inmiddels door woningbouw omsloten en biedt geen mogelijkheden meer.
We zullen volgend jaar de kast gaan verplaatsen naar een locatie waar behoefte
is aan een tweede nestkast. Kast
66: Op 2 oktober is er geen
bewoning geconstateerd. Locatie
67: Hier
hangt geen kast omdat er in de omgeving meerdere kasten hangen maar er
worden/werden regelmatig uilen gezien en ook braakballen verzameld. Kast
68: Op 19 juni en 2 oktober
geen bewoning geconstateerd. Kast
69: Op 2 oktober lagen er
een zevental verse braakballen in de kast, er is geen broedpoging geconstateerd. Kast
70: 2-10-04 de kast
gecontroleerd. Aanvankelijk wilde we de kast verwijderen. Bij controle vloog er
echter een kerkuil uit. Geen braakballen. Kast
71: Er is
geen uil of broedpoging waargenomen. Kast
72: 6-7-04 Geen uil
aanwezig. Zij broedt blijkbaar elders in de omgeving want elk najaar keert zij
terug in de manege. Er zijn meer dan voldoende braakballen aanwezig om te
determineren. Kast
73: De
nestkast is dit jaar niet gecontroleerd. Kast
74: Deze
kast is overgedaan aan een andere vrijwilligersgroep omdat hij te ver bij ons
uit de buurt ligt. Kast
75: 2-10-04 enkele kleine
braakballen verder geen teken van leven. Kast
76: Geen
uil of broedgeval geconstateerd. De loods moet beter toegankelijk worden gemaakt
door een permanente invliegopening voor de kerkuil zodat hij moeiteloos in en
uit kan vliegen. Kast
77: Er is
geen uil of broedpoging waargenomen. Kast
78: Op 26 juni blijkt er
geen bewoning te zijn. Op 2 oktober zijn twee wat oudere braakballen
aangetroffen geen verder teken van bewoning waargenomen. Kast
79: 2-10-04 geen bewoning
geconstateerd. Kast
80:
Kast
81:
Van de eigenaar vernomen dat de schuur waarin de kast hangt niet lang meer zal
blijven staan. Op 10-01-04 worden er braakballen gevonden. 31-01-04 de kast voor
het broedseizoen gereed gemaakt en gezocht of er in de omgeving een betere
broedplek is. Op de plek die we als broedlocatie geschikt achten wil men niet
meewerken, mogelijk vinden we binnen afzienbare tijd een andere locatie. Op 16
oktober zijn er geen sporen van de uil waargenomen, de nestkast is weer
winterklaar gemaakt voor 2005. Onderstaande
kasten hangen in een aangrenzend gebied richting Wassenaar. Voorlopig blijven we
dit gedeelte onderhouden. De stagiaire die wij op het oog hadden is niet meer zo
enthousiast.
Kast
82: Door
omstandigheden is er geen controle uitgevoerd. Er was ook geen melding van een
broedgeval. Kast
83: Een nieuw locatie, hier
is een kast geplaatst. Kast
84: De
eigenaar zal de kast naar een geschiktere plaats verhangen. Kast
85: De kast
hangt niet gunstig. In 2005 zullen we de kast naar een betere plaats verhuizen. Kast
86: De kast gecontroleerd.
Er is een adulte uil, licht van kleur, aanwezig met ringnummer 5.372.521. Tevens
een aantal braakballen meegenomen. Op 05-03-04 ontvangen we bericht dat de
kerkuil is geringd op 23 juni 2003 in Raalte, het is een jong uit een nest van
drie, afgelegde afstand 142 km. Kast 87: Begin januari contact gezocht met de kastbeheerder. Hij heeft de kast die er al enkele jaren hangt naar de andere zijde van de loods verplaatst. Enkele dagen later hebben wij in de kast een adulte kerkuil aangetroffen en van een voetring kunnen voorzien om de herkenbaarheid te kunnen registreren. Het is waarschijnlijk een eerste kalenderjaar, vrij donker van kleur. Tevens een twintigtal braakballen meegenomen voor determinatie.
|
|
Andere
broedplaatsen
Dat
het voedselaanbod voldoende was blijkt duidelijk uit het feit dat er twee tweede
broedsels zijn aangetroffen. Bij de tweede controle ronde bleek de tijd tussen
het eerste en het tweede broedsel 96 dagen te zijn terwijl dit in 2002 115 dagen
was. Waarschijnlijk is het verschil van drie weken de aanleiding voor de
kerkuilen geweest om niet in de kast te gaan broeden maar op een andere plek
(tussen de hooi- en/of strobalen) vlak bij de kast. De afstand was in beide
gevallen minder dan 10 meter. Op de goede broedlocaties willen we om deze reden dan ook een extra kast plaatsen om te voorkomen dat een eventueel niet opgemerkt broedsel verloren gaat en om voor ons het ringen te vergemakkelijken. |
|
|
SPITSMUIZEN |
WOELMUIZEN |
WARE MUIZEN |
OVERIGE |
||||||||||
|
Kast |
Bosspits
muis |
Dwergspits
muis |
Waterspits
muis |
Huisspits
muis |
Rosse
woelmuis |
Woel
rat |
Veld
muis |
Dwerg
muis |
Bos
muis |
Bruine
rat |
Huis
muis |
Vogels |
Amfibien |
PROOI
DIEREN |
|
|
gewoon |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
totaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
51 |
1 |
|
|
1 |
|
|
44 |
|
|
|
|
1 |
|
47 |
|
53 |
1 |
|
|
1 |
|
|
11 |
|
1 |
|
|
|
|
14 |
|
57 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5 |
|
|
5 |
|
60 |
7 |
|
|
21 |
|
1 |
35 |
|
3 |
|
|
1 |
|
68 |
|
62 |
10 |
|
1 |
77 |
|
|
55 |
|
3 |
|
1 |
|
|
147 |
|
69 |
1 |
|
|
|
|
|
26 |
|
|
|
|
|
|
27 |
|
72 |
2 |
|
|
25 |
|
|
22 |
1 |
2 |
|
70 |
4 |
|
126 |
|
75 |
12 |
|
|
9 |
|
|
11 |
|
|
|
|
|
|
32 |
|
75 |
9 |
|
|
46 |
1 |
|
23 |
1 |
1 |
2 |
|
|
|
83 |
|
79 |
|
|
|
2 |
|
|
6 |
|
|
|
|
|
|
8 |
|
80 |
|
|
|
23 |
|
|
16 |
|
|
|
11 |
|
|
50 |
|
81 |
25 |
6 |
|
91 |
6 |
|
17 |
|
10 |
|
|
|
|
155 |
|
86 |
25 |
6 |
|
35 |
18 |
|
33 |
1 |
14 |
|
6 |
1 |
|
139 |
|
87 |
9 |
1 |
1 |
98 |
4 |
|
32 |
1 |
6 |
|
|
|
|
152 |
|
Totaal
2004 |
|
|||||||||||||
|
Aantal |
102 |
13 |
2 |
429 |
29 |
1 |
331 |
4 |
40 |
2 |
93 |
7 |
0 |
1053 |
|
in
% |
9,7 |
1,2 |
0,2 |
40,7 |
2,8 |
0,1 |
31,4 |
0,4 |
3,8 |
0,2 |
8,8 |
0,7 |
0 |
|
|
Enkele
getallen Het
aantal prooidieren per braakbal bedraagt 1053/250 = 4,2 prooidieren. Als we er
vanuit gaan dat een kerkuil ten minste één braakbal per dag produceert
betekend dit dat hij/zij minimaal 4 tot 5 muizen per nacht vangt om te
overleven. Voor het grootbrengen van een broedsel tot vliegvlugge jongen zijn
dus heel wat muizen nodig. De gemiddelde afmeting van één braakbal is
24,9*41,0 mm. Er is dus meer dan 10M¹ aan braakballen uitgeplozen. |
| Jachtterrein
veranderingen ten opzichte van 2003 Kast 51:
Er zijn 16 braakballen gedetermineerd. Het aandeel veldmuizen is met 20%
gestegen tot 90%. Het paar jaagt uitsluitend in het veenweidegebied In dit
gebied was de veldmuis dus talrijk. Kast 53:
Voor het eerst zijn hier vier braakballen aangetroffen. Niet voldoende om een
redelijk inzicht te geven maar met een score van 80% veldmuizen is het duidelijk
dat de uil zijn prooi in het veenweidegebied heeft gevangen met enkele kleine
bijvangsten rond de houtopstanden. Kast 57:
Ook hier voor het eerst een braakbal. Er zijn uitsluitend huismuizen gevangen
rond de bebouwing. Kast 60:
Al jaren een goede plek. Er zijn dit jaar zestien braakballen gedetermineerd.
Hier is het aandeel veldmuizen 20% meer dan het aantal huisspitsmuizen, vorig
jaar was dit andersom. De bijvangsten worden rond de kast gevangen en dit is
vergelijkbaar met andere jaren. Kast 62:
In tegenstelling tot andere jaren zijn in de 30 braakballen weinig huismuizen
gevonden. Toch jagen de uilen meer rond de bebouwing dan in het veenweidegebied,
ook het lage aantal bosspitsmuizen geeft aan dat er minder langs de
houtopstanden is gejaagd. Verrassend is het aantreffen van de weinig voorkomende
waterspitsmuis. Kast 69:
In voorgaande jaren was hier onregelmatig een uil aanwezig die het moeilijk had
met het vangen van muizen, hij ving onregelmatig mussen. Er is nu blijkbaar een
andere uil aanwezig gezien de zeven aangetroffen braakballen waarin uitsluitend
veldmuizen werden aangetroffen. De veldmuis had op deze locatie blijkbaar ook
een hoge dichtheid. Kast 72:
De verdeling van de prooisoorten geeft aan dat de uil noch steeds rond de
bebouwing jaagt. Wel is het aandeel van de vogels behoorlijk afgenomen. Het
aantal prooisoorten is met twee toegenomen tot zeven. Mogelijk dat
het vlakbij gelegen natuurterrein dit effect heeft veroorzaakt. Kast
75: Hier zijn drieëndertig braakballen verzameld. Het aantal gevangen bos-
en veldmuizen is hier behoorlijk afgenomen. Hier dus geen grote hoeveelheden
veldmuizen. Er zijn opvallend veel huisspitsmuizen rond de bebouwing gevangen. Kast 79:
Slechts twee braakballen aangetroffen. De uilen zijn verhuisd naar kast 80. Er
zijn uitsluitend veld en huisspitsmuizen gevangen. Kast 80:
De verdeling van de prooidieren is nagenoeg gelijk aan de verdeling zoals bij
kast 69 gebruikelijk was. Het jachtterrein is blijkbaar een deel van het
grasland maar er worden veel prooien rond de bebouwing gevangen. Kast 81: Er is een groot verschil te constateren ten opzichte van het vorig jaar, werden er toe uitsluitend veldmuizen en bosmuizen gevangen, nu zijn er zes verschillende soorten gevangen. Waarschijnlijk in het natuurgebied, maar het feit dat er 85% spitsmuizen zijn gevangen geeft aan dat het merendeel van de prooien rond de bebouwing is gevangen. Kast 86:
De verdeling van de prooidieren is vergelijkbaar met vorig jaar. Opvallend is
echter dat er 13% rosse woelmuizen zijn gevangen, typisch voor drogere gronden,
ook is de diversiteit toegenomen met vier prooidiersoorten tot negen. Kast 87:
Ook hier is de rosse woelmuis aangetroffen en de tamelijk zeldzame
waterspitsmuis. Met acht prooidiersoorten een mooie spreiding. De huisspitsmuis
is de meest voorkomende prooi met 64%. Ondanks
de landelijke veldmuizenpiek was in onze regio de huisspitsmuis met 40,7 %
koploper gevolgd door de veldmuis met 31,4 % met op de derde plaats de
bosspitsmuis met 9,7 % van het aantal prooidieren.
|
|
Op verzoek van een school uit Rotterdam zijn ten behoeve
van een les over uilen een vijftiental braakballen verzonden die door de
leerlingen met veel enthousiasme zijn uitgeplozen. Er is assistentie verleend bij het ringen van een tiental
jongen kerkuilen (twee broedsels) in de omgeving van Zevenhoven. Er zijn extra activiteiten ontwikkeld en contacten gelegd
in het aangrenzende gebied rond Wassenaar. Zoals gewoonlijk is er weer een jaarverslag gemaakt wat aan alle deelnemers is verzonden en wat met medewerking van onze webmaster Hans Rensen op de website van de WGNL wordt geplaatst. |
|
Doelstellingen
2005 •
het plaatsen van
nestkasten daar waar dit mogelijkheden biedt; •
het controleren en
onderhouden van de nestkasten; •
het gezamenlijk met de
eigenaren van de percelen verzamelen van de braakballen. •
de uitslagen van de
gedetermineerde braakballen, alsmede het verslag van het wel en wee van de •
het enthousiasmeren van
inwoners van ons gebied voor de kerkuil en het verspreiden van de opgedane •
het activeren van
biotoopverbetering op en rond nestlocaties; •
het deelnemen aan het
provinciaal overleg kerkuilen; •
het activeren/opnieuw
opstarten van de kerkuilbescherming rond Wassenaar.
|
|
Aandachtspunten •
Omdat er toch wel
enige zorg is over verstoring willen wij u vragen niet in de kasten te kijken vóór
medio juni. Wij zijn namelijk van plan om medio juni alle kasten op bewoning te
inspecteren. • Als er jongen in de
kast aanwezig zijn maken zij een hoorbaar sissend geluid. • Als de jongen ouder
zijn dan laten zij zich in de kastopening zien, zij kunnen dan veelal nog niet
vliegen. • Houdt ons wel op de
hoogte als er bewoning wordt geconstateerd of als u denkt dat er jongen in de
kast zitten, bel ons dan direct zodat wij een afspraak kunnen maken om de jongen
te ringen. • Verzamel zoveel als
mogelijk de braakballen, we halen deze in de loop van het seizoen op. • De derde week van
september zijn wij voornemens een 2e controleronde uit te voeren of
er uilen zijn
met een vervolglegsel. • Alle kasten worden
tegen de winter nogmaals gecontroleerd om ze gereed te maken voor het nieuwe seizoen. • Door Landschapsbeheer Zuid-Holland is in samenwerking met de provincie een plan opgesteld om te komen tot biotoopverbetering voor de kerkuil. Dit kan bestaan uit het creëren van overhoekjes, het laten liggen van een niet meer bruikbare rol /baal hooi, aanplant van singels bestaande uit struiken en andere zaken. Wilt u hier meer over weten neem dan even contact op met Martin v.d. Reep. |
|
Samenvatting
Ook
dit jaar weer géén strenge winter en op enkele provincies na, een bijzonder
goed veldmuizen jaar. Dit zijn uitgelezen randvoorwaarden voor een goed
kerkuilen jaar. Landelijk zijn er dan ook 2355 bekende broedlocaties van de
kerkuil. Dit is 19% meer dan in 2003. Allen op de
zandgronden (Brabant en Limburg) was het resultaat iets minder. In
ons gebied zijn 4 paar kerkuilen tot broeden gekomen (3 paar in 2003) en zijn er
31 jongen uit zes legsels uitgevlogen, wat voor “ons
gebied” een record is. Bij “ons” was de overdaad aan veldmuizen niet
direct merkbaar, de huisspitsmuis was toch de meest gevangen prooi. Ondanks dat
wij in een redelijk groen gebied werken blijkt uit de terugmeldingen van
verkeersslachtoffers dat het voor een kerkuil moeilijk is om een redelijke
leeftijd te halen. |
|
Tot
slot
-Zijn
wij voornemens om in 2005 de eerste controleronde te houden op 11 juni. -Zou het prettig zijn als wij over het E-mailadres van de kasthouders kunnen beschikken. Wij kunnen dan op eenvoudige wijze aangeven wanneer wij u een bezoek willen brengen. Stuur een leeg e-mailtje naar Martin van de Reep -Kunt u onze andere activiteiten nalezen op deze website. -Kunt
u andere leuke wetenswaardigheden uit de omgeving bekijken via
http://www.vogeldagboek.nl/ -Wordt
het melden van steenuilen ook zeer gewaardeerd. -Willen
wij een ieder bedanken die heeft meegewerkt aan en de gelegenheid heeft gegeven
om dit mooie werk voor de kerkuilen in onze omgeving te kunnen doen.
|
Klik hier als u de nieuwsbrief nr
3 nog eens wilt nalezen
Naar verslag van 2005