KERKUILENWERKGROEP

Nootdorp - Leidschendam - Wilsveen
Stompwijk - Zoeterwoude - Gelderswoude

Contactpersoon:
       Martin van de Reep (06) 5578 1030
         E-mail: Martin van de Reep

NIEUWSBRIEF KERKUILEN 2004

Beste kerkuilvrienden en -vriendinnen. Zoals u waarschijnlijk heeft vernomen is op 26 oktober jl. mijn maat en kerkuilvriend Willem van der Helm plotseling overleden. Zo mooi als het seizoen was verlopen zo triest eindigde het jaar 2004. Plotseling had ook ik er even geen zin meer in.

Willem was een man met oog en liefde voor de natuur en was alom bekend in het “Land van Wijk en Wouden”. Behalve het kerkuilenproject was hij actief op tal van andere onderdelen die raakvlakken hebben met de natuur. Zijn inbreng expertise en rake opmerkingen zal ik dan ook zeer missen.

De eerste stappen in het nieuwe seizoen zullen dan ook niet makkelijk zijn. Ook voor Corrie zijn vrouw is dit natuurlijk een zwaar verlies wat met woorden niet is te beschrijven. Voor de aanvang van elke controle ronde verzamelden wij altijd bij Corrie en Willem en maakte we een plan de campagne wat we die dag zouden gaan ondernemen. Op uitdrukkelijk verzoek van Corrie blijven wij dit doen. We wensen haar alle sterkte toe en zullen in Willems gedachte, de plannen die we alweer voor 2005 hadden gemaakt voor de bescherming van de kerkuil, voortzetten.  

 
Seizoensoverzicht

 

Rond de winterperiode en in het vroege voorjaar zijn wij meestal niet actief bezig rond de kasten. De vogels zitten dan in hun eileg- en broedfase en het is beter ze dan niet te storen. Van veel kastbeheerders hoorden wij berichten dat er uilen werden gezien en dat maakte ons behoorlijk nieuwsgierig. Dit jaar zijn de eerste nestkastcontroles op 19 juni gestart. De eerste kast waar in wij zeer geïnteresseerd waren is een kast waarvan wij wisten dat het vrouwtje in januari dood was aangetroffen als verkeersslachtoffer. Blijkbaar is de kerkuilman toch zeer in trek bij de dames want er lagen vijf prachtige jonge kerkuilen in de kast. We hebben dan ook het feit dat er op deze locatie voor het vijfde jaar jongen zijn geboren (1e lustrum)  toch kunnen vieren.

Er zijn bij de eerste controleronde dit jaar drie broedsels aangetroffen, wat eigelijk een paartje minder was dan verwacht. We hebben op die dag 16 jonge kerkuilen geringd van gemiddeld 23 dagen oud. Het kleinste jong was 12 dagen en het grootste jong was 36 dagen oud. Alle jongen waren goed doorvoed. Op 2 oktober was de tweede controleronde gepland, maar enkele weken daarvoor was er op een van de broedlocaties al vastgesteld dat er een paartje kerkuilen tussen de strobalen was gaan broeden. Wij zijn de tweede controleronde dan ook gestart op 25 september. Er waren twee vervolglegsels met in totaal 10 jongen. De gemiddelde leeftijd was 24 dagen, het oudste jong was 33 dagen en het jongste jong was 15 dagen oud. Ook een kast waar we bij de eerste controleronde al hadden gehoopt op een nieuw broedgeval, bleek bij de 2e ronde vijf prachtige gezonde jongen te bevatten. Dus uiteindelijk toch vier broedparen dit jaar.

Nieuwe gebiedsontwikkelingen

Omdat wij bij het inventariseren van de gebieden rondom “ons gebied” merkten dat er enkele jaren geleden door andere kerkuilminnende vrienden kasten zijn geplaatst hebben wij contact gezocht met de mensen die bekend zouden moeten zijn met die locaties.

Er blijken inderdaad een zestal kasten geplaatst te zijn. Omdat niemand zich hier meer om bekommert nemen wij het op ons deze kasten te onderhouden en mogelijk een nieuwe kerkuilbeschermer op te leiden voor dit gebied. De kandidaat die zich hier aanvankelijk voor had aangemeld en die ook met de nestkastcontroles heeft meegelopen blijkt achteraf niet over voldoende initiatief te beschikken. Bij controle van de nieuwe locaties blijkt een van de kasten al een jaar op het achterterrein te liggen. De locatie is op dit moment niet interessant meer voor een kerkuil. De kast is meegenomen voor hergebruik. Op een andere locatie zal de kast worden opgehangen op een geschiktere plaats. Ook zal een van de kastbeheerders zelf zorgen voor verplaatsing naar een betere locatie. Daar waar naar ons idee de kast niet op de gunstigste plaats hangt zullen wij in overleg met de beheerders een andere plaats voor de kast gaan zoeken op hetzelfde perceel. Ook zijn er nog een tweetal potentiële locaties die een bezoekje waard zijn.

 

Het wel en wee

Op 21-01-04 ontvangen we bericht dat het jong uit kast 51 op 13 december 2003 bij Vijfhuizen (N-H) is verongelukt. Het jong is dan 229 dagen oud en heeft een afstand van 33540 meter afgelegd.

Op 25-01-04 wordt een melding ontvangen dat het vrouwtje van kast 60 als verkeersslachtoffer gevonden is langs de A4, korter dan een week dood, gemeld als Velduil!

Het jong dat op 21 mei 2002 in kast 60 is geboren en op 15 juni daar is geringd (ringnummer 5.370.708) is op 31 mei 2003 gecontroleerd als vrouw in een nestkast te Eemnes op 59 km van haar geboorteplek. Deze vogel is op 15-6-04 met zes jonge kerkuilen aangetroffen in Zeewolde-Zuidelijk Flevoland, de jongen zijn op 3-8-04 op één na alle uitgevlogen. Het vrouwtje is echter aan een tweede legsel begonnen en op 25-9-04 worden er acht jonge kerkuilen geringd. Bij controle blijkt het vrouwtje een vleugellengte te hebben van 303mm. en een gewicht van 353gr. Een vruchtbare broedvogel, na twee broedsels zijn er dus dertien jongen uitgevlogen.

Op 18-07-04 wordt een in kast 60 geringd jong (ringnummer 5.370.747) dood in de gierput aangetroffen.

Op 31-7-04 meldt een buurman van kast 51 dat er een kerkuil in zijn schoorsteen zit, het jong is dan inmiddels 69 dagen oud en doet dus vreemde vliegoefeningen in de omgeving. Na de bevrijding is het jong zijns weegs gegaan.

Op 01-12-04 bericht ontvangen dat kerkuil 5370743 als jong geringd op 19-06-04 in Stompwijk 3km van het nest (kast 60) dood is aangetroffen, het jong is dan 189 dagen oud.

 

Nestkastcontroles

Kast 50: Er is geen bewoning vastgesteld.

Kast 51: Op 19 juni worden op deze locatie zes jonge kerkuilen geringd. Het vrouwtje is geringd met nr. 5.338.089. Dit vrouwtje is als nestjong door Johan de Jong geringd in 1999 te Vledderveen. Omdat het een goed muizenjaar is verwachten wij een tweede broedsel. Bij controle op 25 september blijkt dit niet het geval te zijn. Op 16 oktober is een tweede nestkast geplaatst om er voor te zorgen dat de uilen in alle rust aan een tweede legsel kunnen beginnen als de jongen nog niet geheel zelfstandig zijn, tevens wordt op deze manier voorkomen dat de uilen een minder veilige broedplaats zoeken.

Kast 52: Er is geen bewoning geconstateerd.

Kast 53: Op 2-10-04 zijn er voor het eerst drie verse braakballen, de kast wordt dus nu bezocht.

Kast 54: Er is door de beheerder geen uil waargenomen.

Kast 55: Er is geen broedpoging ondernomen.

Kast 56: Op 2-10-04 is er geen bewoning geconstateerd.

Kast 57: op 2-10-04 is er geen bewoning geconstateerd maar er is gezien de aanwezige braakbal wel bezoek geweest.

Kast 58: Op 2-10-04 is er geen bewoning geconstateerd.

Kast 59: Er is geconstateerd dat het mannetje nog wel aanwezig is maar dat het vrouwtje is overgestapt naar een naburig mannetje dat zijn territorium bij kast 62 heeft.

Kast 60: Omdat wij op de hoogte waren van het verongelukken van het vrouwtje van deze kast waren wij zeer gespannen of er jongen zouden zijn. Op deze locatie zouden wij namelijk ons eerste lustrum vieren (vijf jaar achtereen jonge kerkuilen). Was het mannetje in staat geweest om op korte termijn weer een nieuwe partner te veroveren? Op 19 juni is het dan zover, we controleren de kast en constateren dat er vijf jongen zijn geboren. Het eerste lustrum kan dus gevierd worden.  Zoals u weet zijn wij altijd positief ingesteld en hadden dus voor alle zekerheid gebak meegenomen, met de vers gezette koffie er naast hebben wij dit lustrum gevierd. Er zijn die dag vijf jonge kerkuilen geringd. Op 25-9-04 verwachten wij wederom jonge kerkuilen te kunnen ringen uit het tweede broedsel. Helaas de kast was leeg. Intensief zoeken bracht echter aan het licht dat op drie meter diepte in de hooiberg jonge uilen lagen te blazen. Na het verwijderen van de balen zijn zes jonge uilen geringd, uiteraard zijn de balen weer teruggeplaatst. Ook van dit nest zijn alle jongen goed uitgevlogen.

Kast 61: 2-10-04 geen bewoning geconstateerd.

Kast 62: Op 19 juni zijn hier vijf jonge uilen geringd. Tijdens deze controle was het mannetje (ringnummer 5 385 103) aanwezig de vleugellengte was 289mm. Dit is dus 14 mm korter dan de lengte van het vrouwtje. Het vrouwtje bleek ringnummer 5.370.709 te dragen. Deze uil was twee jaar eerder geringd in kast 59 als broedvogel. 95 dagen na de geboorte van de eerste jongen meldde de kastbeheerder dat er weer een broedgeval was, er lagen zeven eieren en een jong in het nest, nu echter niet in de kast maar ook zoals bij kast 60 tussen de strobalen. Mogelijk dat de plaatskeuze van het tweede legsel is ingegeven door het feit dat de jongen van de eerste ronde nog teveel in de kast aanwezig waren. Er zijn vier jonge kerkuilen geringd er lag één dood jong in het nest.

Kast 63: Er is geen uil of broedpoging waargenomen.

Kast 64: Deze kast moet op een rustiger en beter toegankelijke plaats opgehangen worden.

Kast 65: Deze locatie is inmiddels door woningbouw omsloten en biedt geen mogelijkheden meer. We zullen volgend jaar de kast gaan verplaatsen naar een locatie waar behoefte is aan een tweede nestkast.

Kast 66: Op 2 oktober is er geen bewoning geconstateerd.

Locatie 67: Hier hangt geen kast omdat er in de omgeving meerdere kasten hangen maar er worden/werden regelmatig uilen gezien en ook braakballen verzameld.

Kast 68: Op 19 juni en 2 oktober geen bewoning geconstateerd.

Kast 69: Op 2 oktober lagen er een zevental verse braakballen in de kast, er is geen broedpoging geconstateerd.

Kast 70: 2-10-04 de kast gecontroleerd. Aanvankelijk wilde we de kast verwijderen. Bij controle vloog er echter een kerkuil uit. Geen braakballen.

Kast 71: Er is geen uil of broedpoging waargenomen.

Kast 72: 6-7-04 Geen uil aanwezig. Zij broedt blijkbaar elders in de omgeving want elk najaar keert zij terug in de manege. Er zijn meer dan voldoende braakballen aanwezig om te determineren.

Kast 73: De nestkast is dit jaar niet gecontroleerd.

Kast 74: Deze kast is overgedaan aan een andere vrijwilligersgroep omdat hij te ver bij ons uit de buurt ligt.

Kast 75: 2-10-04 enkele kleine braakballen verder geen teken van leven.

Kast 76: Geen uil of broedgeval geconstateerd. De loods moet beter toegankelijk worden gemaakt door een permanente invliegopening voor de kerkuil zodat hij moeiteloos in en uit kan vliegen.

Kast 77: Er is geen uil of broedpoging waargenomen.

Kast 78: Op 26 juni blijkt er geen bewoning te zijn. Op 2 oktober zijn twee wat oudere braakballen aangetroffen geen verder teken van bewoning waargenomen.

Kast 79: 2-10-04 geen bewoning geconstateerd.

Kast 80:             Op 24-01-04 een kast opgehangen en braakballen meegenomen. Bij de eerste controle ronde geen broedpoging vastgesteld. Bij de 2e controle ronde op 25-09-04 is er in de kast gebroed. In de kast waren één dood- en vijf in goede gezondheid verkerende jongen aanwezig. De vijf jongen zijn geringd. Bij de oefenvluchten in de avonduren zijn de jongen veelvuldig waargenomen.  

Kast 81: Van de eigenaar vernomen dat de schuur waarin de kast hangt niet lang meer zal blijven staan. Op 10-01-04 worden er braakballen gevonden. 31-01-04 de kast voor het broedseizoen gereed gemaakt en gezocht of er in de omgeving een betere broedplek is. Op de plek die we als broedlocatie geschikt achten wil men niet meewerken, mogelijk vinden we binnen afzienbare tijd een andere locatie. Op 16 oktober zijn er geen sporen van de uil waargenomen, de nestkast is weer winterklaar gemaakt voor 2005.  

Onderstaande kasten hangen in een aangrenzend gebied richting Wassenaar. Voorlopig blijven we dit gedeelte onderhouden. De stagiaire die wij op het oog hadden is niet meer zo enthousiast.            

Kast 82: Door omstandigheden is er geen controle uitgevoerd. Er was ook geen melding van een broedgeval.

Kast 83: Een nieuw locatie, hier is een kast geplaatst.

Kast 84: De eigenaar zal de kast naar een geschiktere plaats verhangen.

Kast 85: De kast hangt niet gunstig. In 2005 zullen we de kast naar een betere plaats verhuizen.

Kast 86: De kast gecontroleerd. Er is een adulte uil, licht van kleur, aanwezig met ringnummer 5.372.521. Tevens een aantal braakballen meegenomen. Op 05-03-04 ontvangen we bericht dat de kerkuil is geringd op 23 juni 2003 in Raalte, het is een jong uit een nest van drie, afgelegde afstand 142 km.

Kast 87: Begin januari contact gezocht met de kastbeheerder. Hij heeft de kast die er al enkele jaren hangt naar de andere zijde van de loods verplaatst. Enkele dagen later hebben wij in de kast een adulte kerkuil aangetroffen en van een voetring kunnen voorzien om de herkenbaarheid te kunnen registreren. Het is waarschijnlijk een eerste kalenderjaar, vrij donker van kleur. Tevens een twintigtal braakballen meegenomen voor determinatie.

 

 

Kast 50: Er is geen bewoning vastgesteld.

Kast 51: Op 19 juni worden op deze locatie zes jonge kerkuilen geringd. Het vrouwtje is geringd met nr. 5.338.089. Dit vrouwtje is als nestjong door Johan de Jong geringd in 1999 te Vledderveen. Omdat het een goed muizenjaar is verwachten wij een tweede broedsel. Bij controle op 25 september blijkt dit niet het geval te zijn. Op 16 oktober is een tweede nestkast geplaatst om er voor te zorgen dat de uilen in alle rust aan een tweede legsel kunnen beginnen als de jongen nog niet geheel zelfstandig zijn, tevens wordt op deze manier voorkomen dat de uilen een minder veilige broedplaats zoeken.

Kast 52: Er is geen bewoning geconstateerd.

Kast 53: Op 2-10-04 zijn er voor het eerst drie verse braakballen, de kast wordt dus nu bezocht.

Kast 54: Er is door de beheerder geen uil waargenomen.

Kast 55: Er is geen broedpoging ondernomen.

Kast 56: Op 2-10-04 is er geen bewoning geconstateerd.

Kast 57: op 2-10-04 is er geen bewoning geconstateerd maar er is gezien de aanwezige braakbal wel bezoek geweest.

Kast 58: Op 2-10-04 is er geen bewoning geconstateerd.

Kast 59: Er is geconstateerd dat het mannetje nog wel aanwezig is maar dat het vrouwtje is overgestapt naar een naburig mannetje dat zijn territorium bij kast 62 heeft.

Kast 60: Omdat wij op de hoogte waren van het verongelukken van het vrouwtje van deze kast waren wij zeer gespannen of er jongen zouden zijn. Op deze locatie zouden wij namelijk ons eerste lustrum vieren (vijf jaar achtereen jonge kerkuilen). Was het mannetje in staat geweest om op korte termijn weer een nieuwe partner te veroveren? Op 19 juni is het dan zover, we controleren de kast en constateren dat er vijf jongen zijn geboren. Het eerste lustrum kan dus gevierd worden.  Zoals u weet zijn wij altijd positief ingesteld en hadden dus voor alle zekerheid gebak meegenomen, met de vers gezette koffie er naast hebben wij dit lustrum gevierd. Er zijn die dag vijf jonge kerkuilen geringd. Op 25-9-04 verwachten wij wederom jonge kerkuilen te kunnen ringen uit het tweede broedsel. Helaas de kast was leeg. Intensief zoeken bracht echter aan het licht dat op drie meter diepte in de hooiberg jonge uilen lagen te blazen. Na het verwijderen van de balen zijn zes jonge uilen geringd, uiteraard zijn de balen weer teruggeplaatst. Ook van dit nest zijn alle jongen goed uitgevlogen.

Kast 61: 2-10-04 geen bewoning geconstateerd.

Kast 62: Op 19 juni zijn hier vijf jonge uilen geringd. Tijdens deze controle was het mannetje (ringnummer 5 385 103) aanwezig de vleugellengte was 289mm. Dit is dus 14 mm korter dan de lengte van het vrouwtje. Het vrouwtje bleek ringnummer 5.370.709 te dragen. Deze uil was twee jaar eerder geringd in kast 59 als broedvogel. 95 dagen na de geboorte van de eerste jongen meldde de kastbeheerder dat er weer een broedgeval was, er lagen zeven eieren en een jong in het nest, nu echter niet in de kast maar ook zoals bij kast 60 tussen de strobalen. Mogelijk dat de plaatskeuze van het tweede legsel is ingegeven door het feit dat de jongen van de eerste ronde nog teveel in de kast aanwezig waren. Er zijn vier jonge kerkuilen geringd er lag één dood jong in het nest.

Kast 63: Er is geen uil of broedpoging waargenomen.

Kast 64: Deze kast moet op een rustiger en beter toegankelijke plaats opgehangen worden.

Kast 65: Deze locatie is inmiddels door woningbouw omsloten en biedt geen mogelijkheden meer. We zullen volgend jaar de kast gaan verplaatsen naar een locatie waar behoefte is aan een tweede nestkast.

Kast 66: Op 2 oktober is er geen bewoning geconstateerd.

Locatie 67: Hier hangt geen kast omdat er in de omgeving meerdere kasten hangen maar er worden/werden regelmatig uilen gezien en ook braakballen verzameld.

Kast 68: Op 19 juni en 2 oktober geen bewoning geconstateerd.

Kast 69: Op 2 oktober lagen er een zevental verse braakballen in de kast, er is geen broedpoging geconstateerd.

Kast 70: 2-10-04 de kast gecontroleerd. Aanvankelijk wilde we de kast verwijderen. Bij controle vloog er echter een kerkuil uit. Geen braakballen.

Kast 71: Er is geen uil of broedpoging waargenomen.

Kast 72: 6-7-04 Geen uil aanwezig. Zij broedt blijkbaar elders in de omgeving want elk najaar keert zij terug in de manege. Er zijn meer dan voldoende braakballen aanwezig om te determineren.

Kast 73: De nestkast is dit jaar niet gecontroleerd.

Kast 74: Deze kast is overgedaan aan een andere vrijwilligersgroep omdat hij te ver bij ons uit de buurt ligt.

Kast 75: 2-10-04 enkele kleine braakballen verder geen teken van leven.

Kast 76: Geen uil of broedgeval geconstateerd. De loods moet beter toegankelijk worden gemaakt door een permanente invliegopening voor de kerkuil zodat hij moeiteloos in en uit kan vliegen.

Kast 77: Er is geen uil of broedpoging waargenomen.

Kast 78: Op 26 juni blijkt er geen bewoning te zijn. Op 2 oktober zijn twee wat oudere braakballen aangetroffen geen verder teken van bewoning waargenomen.

Kast 79: 2-10-04 geen bewoning geconstateerd.

Kast 80: Op 24-01-04 een kast opgehangen en braakballen meegenomen. Bij de eerste controle ronde geen broedpoging vastgesteld. Bij de 2e controle ronde op 25-09-04 is er in de kast gebroed. In de kast waren één dood- en vijf in goede gezondheid verkerende jongen aanwezig. De vijf jongen zijn geringd. Bij de oefenvluchten in de avonduren zijn de jongen veelvuldig waargenomen.  

 Kast 81: Van de eigenaar vernomen dat de schuur waarin de kast hangt niet lang meer zal blijven staan. Op 10-01-04 worden er braakballen gevonden. 31-01-04 de kast voor het broedseizoen gereed gemaakt en gezocht of er in de omgeving een betere broedplek is. Op de plek die we als broedlocatie geschikt achten wil men niet meewerken, mogelijk vinden we binnen afzienbare tijd een andere locatie. Op 16 oktober zijn er geen sporen van de uil waargenomen, de nestkast is weer winterklaar gemaakt voor 2005.  

Onderstaande kasten hangen in een aangrenzend gebied richting Wassenaar. Voorlopig blijven we dit gedeelte onderhouden. De stagiaire die wij op het oog hadden is niet meer zo enthousiast.            

Kast 82: Door omstandigheden is er geen controle uitgevoerd. Er was ook geen melding van een broedgeval.

Kast 83: Een nieuw locatie, hier is een kast geplaatst.

Kast 84: De eigenaar zal de kast naar een geschiktere plaats verhangen.

Kast 85: De kast hangt niet gunstig. In 2005 zullen we de kast naar een betere plaats verhuizen.

Kast 86: De kast gecontroleerd. Er is een adulte uil, licht van kleur, aanwezig met ringnummer 5.372.521. Tevens een aantal braakballen meegenomen. Op 05-03-04 ontvangen we bericht dat de kerkuil is geringd op 23 juni 2003 in Raalte, het is een jong uit een nest van drie, afgelegde afstand 142 km.

Kast 87: Begin januari contact gezocht met de kastbeheerder. Hij heeft de kast die er al enkele jaren hangt naar de andere zijde van de loods verplaatst. Enkele dagen later hebben wij in de kast een adulte kerkuil aangetroffen en van een voetring kunnen voorzien om de herkenbaarheid te kunnen registreren. Het is waarschijnlijk een eerste kalenderjaar, vrij donker van kleur. Tevens een twintigtal braakballen meegenomen voor determinatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere broedplaatsen

klik voor vergroting

Dat het voedselaanbod voldoende was blijkt duidelijk uit het feit dat er twee tweede broedsels zijn aangetroffen. Bij de tweede controle ronde bleek de tijd tussen het eerste en het tweede broedsel 96 dagen te zijn terwijl dit in 2002 115 dagen was. Waarschijnlijk is het verschil van drie weken de aanleiding voor de kerkuilen geweest om niet in de kast te gaan broeden maar op een andere plek (tussen de hooi- en/of strobalen) vlak bij de kast. De afstand was in beide gevallen minder dan 10 meter.

Op de goede broedlocaties willen we om deze reden dan ook een extra kast plaatsen om te voorkomen dat een eventueel niet opgemerkt broedsel verloren gaat en om voor ons het ringen te vergemakkelijken.

           

Provinciaal kerkuilen overleg

klik voor vergrotingOp 18 februari is het Provinciale Kerkuiloverleg gehouden in het natuurgebied Ackerdijk. We zijn door de landelijk coördinator Johan de Jong bijgepraat over de stand van de kerkuil. Landelijk zijn er 2355 1e broedsels vastgesteld en 373 2e broedsels, ook zijn er 15 derde legsel vastgesteld. Dit alles is het gevolg van de veldmuizen piek van dit jaar in de meeste provincies. Ook wordt er in Zuid- Holland een record vastgesteld van zesendertig 1e broedsels en acht 2e broedsels. Verder worden er ervaringen uitgewisseld en wordt er vastgesteld dat het is aan te bevelen om op vaste broedlocaties te zorgen voor twee nestkasten.

 

 

   Gedetermineerde prooidieren uit kerkuilbraakballen in 2004      (Tabel 1)

 

SPITSMUIZEN

WOELMUIZEN

WARE MUIZEN

OVERIGE

Kast

Bosspits muis

Dwergspits muis

Waterspits muis

Huisspits muis

Rosse woelmuis

Woel rat

Veld muis

Dwerg muis

Bos muis

Bruine rat

Huis muis

Vogels

Amfibien

PROOI DIEREN

 

gewoon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

totaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

51

1

 

 

1

 

 

44

 

 

 

 

1

 

47

53

1

 

 

1

 

 

11

 

1

 

 

 

 

14

57

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5

 

 

5

60

7

 

 

21

 

1

35

 

3

 

 

1

 

68

62

10

 

1

77

 

 

55

 

3

 

1

 

 

147

69

1

 

 

 

 

 

26

 

 

 

 

 

 

27

72

2

 

 

25

 

 

22

1

2

 

70

4

 

126

75

12

 

 

9

 

 

11

 

 

 

 

 

 

32

75

9

 

 

46

1

 

23

1

1

2

 

 

 

83

79

 

 

 

2

 

 

6

 

 

 

 

 

 

8

80

 

 

 

23

 

 

16

 

 

 

11

 

 

50

81

25

6

 

91

6

 

17

 

10

 

 

 

 

155

86

25

6

 

35

18

 

33

1

14

 

6

1

 

139

87

9

1

1

98

4

 

32

1

6

 

 

 

 

152

Totaal 2004

 

Aantal

102

13

2

429

29

1

331

4

40

2

93

7

0

1053

in %

9,7

1,2

0,2

40,7

2,8

0,1

31,4

0,4

3,8

0,2

8,8

0,7

0

 

 

Enkele getallen

Het aantal prooidieren per braakbal bedraagt 1053/250 = 4,2 prooidieren. Als we er vanuit gaan dat een kerkuil ten minste één braakbal per dag produceert betekend dit dat hij/zij minimaal 4 tot 5 muizen per nacht vangt om te overleven. Voor het grootbrengen van een broedsel tot vliegvlugge jongen zijn dus heel wat muizen nodig. De gemiddelde afmeting van één braakbal is 24,9*41,0 mm. Er is dus meer dan 10M¹ aan braakballen uitgeplozen.  

 

Jachtterrein veranderingen ten opzichte van 2003

Kast 51: Er zijn 16 braakballen gedetermineerd. Het aandeel veldmuizen is met 20% gestegen tot 90%. Het paar jaagt uitsluitend in het veenweidegebied In dit gebied was de veldmuis dus talrijk.

Kast 53: Voor het eerst zijn hier vier braakballen aangetroffen. Niet voldoende om een redelijk inzicht te geven maar met een score van 80% veldmuizen is het duidelijk dat de uil zijn prooi in het veenweidegebied heeft gevangen met enkele kleine bijvangsten rond de houtopstanden.

Kast 57: Ook hier voor het eerst een braakbal. Er zijn uitsluitend huismuizen gevangen rond de bebouwing.

Kast 60: Al jaren een goede plek. Er zijn dit jaar zestien braakballen gedetermineerd. Hier is het aandeel veldmuizen 20% meer dan het aantal huisspitsmuizen, vorig jaar was dit andersom. De bijvangsten worden rond de kast gevangen en dit is vergelijkbaar met andere jaren.

Kast 62: In tegenstelling tot andere jaren zijn in de 30 braakballen weinig huismuizen gevonden. Toch jagen de uilen meer rond de bebouwing dan in het veenweidegebied, ook het lage aantal bosspitsmuizen geeft aan dat er minder langs de houtopstanden is gejaagd. Verrassend is het aantreffen van de weinig voorkomende waterspitsmuis.

Kast 69: In voorgaande jaren was hier onregelmatig een uil aanwezig die het moeilijk had met het vangen van muizen, hij ving onregelmatig mussen. Er is nu blijkbaar een andere uil aanwezig gezien de zeven aangetroffen braakballen waarin uitsluitend veldmuizen werden aangetroffen. De veldmuis had op deze locatie blijkbaar ook een hoge dichtheid.

Kast 72: De verdeling van de prooisoorten geeft aan dat de uil noch steeds rond de bebouwing jaagt. Wel is het aandeel van de vogels behoorlijk afgenomen. Het aantal prooisoorten is met twee toegenomen tot zeven. Mogelijk dat  het vlakbij gelegen natuurterrein dit effect heeft veroorzaakt.

Kast 75: Hier zijn drieëndertig braakballen verzameld. Het aantal gevangen bos- en veldmuizen is hier behoorlijk afgenomen. Hier dus geen grote hoeveelheden veldmuizen. Er zijn opvallend veel huisspitsmuizen rond de bebouwing gevangen.

Kast 79: Slechts twee braakballen aangetroffen. De uilen zijn verhuisd naar kast 80. Er zijn uitsluitend veld en huisspitsmuizen gevangen.

Kast 80: De verdeling van de prooidieren is nagenoeg gelijk aan de verdeling zoals bij kast 69 gebruikelijk was. Het jachtterrein is blijkbaar een deel van het grasland maar er worden veel prooien rond de bebouwing gevangen.

Kast 81: Er is een groot verschil te constateren ten opzichte van het vorig jaar, werden er toe uitsluitend veldmuizen en bosmuizen gevangen, nu zijn er zes verschillende soorten gevangen. Waarschijnlijk in het natuurgebied, maar het feit dat er 85% spitsmuizen zijn gevangen geeft aan dat het merendeel van de prooien rond de bebouwing is gevangen.

Kast 86: De verdeling van de prooidieren is vergelijkbaar met vorig jaar. Opvallend is echter dat er 13% rosse woelmuizen zijn gevangen, typisch voor drogere gronden, ook is de diversiteit toegenomen met vier prooidiersoorten tot negen.

Kast 87: Ook hier is de rosse woelmuis aangetroffen en de tamelijk zeldzame waterspitsmuis. Met acht prooidiersoorten een mooie spreiding. De huisspitsmuis is de meest voorkomende prooi met 64%.  

Ondanks de landelijke veldmuizenpiek was in onze regio de huisspitsmuis met 40,7 % koploper gevolgd door de veldmuis met 31,4 % met op de derde plaats de bosspitsmuis met 9,7 % van het aantal prooidieren.

 

 Promotie

Op verzoek van een school uit Rotterdam zijn ten behoeve van een les over uilen een vijftiental braakballen verzonden die door de leerlingen met veel enthousiasme zijn uitgeplozen.

Er is assistentie verleend bij het ringen van een tiental jongen kerkuilen (twee broedsels) in de omgeving van Zevenhoven.

Er zijn extra activiteiten ontwikkeld en contacten gelegd in het aangrenzende gebied rond Wassenaar.

Zoals gewoonlijk is er weer een jaarverslag gemaakt wat aan alle deelnemers is verzonden en wat met medewerking van onze webmaster Hans Rensen op de website van de WGNL wordt geplaatst.

 

Doelstellingen 2005

        het plaatsen van nestkasten daar waar dit mogelijkheden biedt;

        het controleren en onderhouden van de nestkasten;

        het gezamenlijk met de eigenaren van de percelen verzamelen van de braakballen.

        de uitslagen van de gedetermineerde braakballen, alsmede het verslag van het wel en wee van de
     kerkuil binnen ons gebied onder de eigenaren verspreiden;

        het enthousiasmeren van inwoners van ons gebied voor de kerkuil en het verspreiden van de opgedane
     kennis;

        het activeren van biotoopverbetering op en rond nestlocaties;

        het deelnemen aan het provinciaal overleg kerkuilen;

        het activeren/opnieuw opstarten van de kerkuilbescherming rond Wassenaar.

 

 
Aandachtspunten

   Omdat er toch wel enige zorg is over verstoring willen wij u vragen niet in de kasten te kijken vóór medio  juni. Wij zijn namelijk van plan om medio juni alle kasten op bewoning te inspecteren.

  Als er jongen in de kast aanwezig zijn maken zij een hoorbaar sissend geluid.

  Als de jongen ouder zijn dan laten zij zich in de kastopening zien, zij kunnen dan veelal nog niet vliegen.

  Houdt ons wel op de hoogte als er bewoning wordt geconstateerd of als u denkt dat er jongen in de kast zitten, bel ons dan direct zodat wij een afspraak kunnen maken om de jongen te ringen.

  Verzamel zoveel als mogelijk de braakballen, we halen deze in de loop van het seizoen op.

  De derde week van september zijn wij voornemens een 2e controleronde uit te voeren of er uilen zijn met een vervolglegsel.

  Alle kasten worden tegen de winter nogmaals gecontroleerd om ze gereed te maken voor het nieuwe seizoen.

   Door Landschapsbeheer Zuid-Holland is in samenwerking met de provincie een plan opgesteld om te komen tot biotoopverbetering voor de kerkuil. Dit kan bestaan uit het creëren van overhoekjes, het laten liggen van een niet meer bruikbare rol /baal hooi, aanplant van singels bestaande uit struiken en andere zaken. Wilt u hier meer over weten neem dan even contact  op met Martin v.d. Reep.

 

Samenvatting

Ook dit jaar weer géén strenge winter en op enkele provincies na, een bijzonder goed veldmuizen jaar. Dit zijn uitgelezen randvoorwaarden voor een goed kerkuilen jaar. Landelijk zijn er dan ook 2355 bekende broedlocaties van de kerkuil. Dit is 19% meer dan in 2003. Allen op de zandgronden (Brabant en Limburg) was het resultaat iets minder.

In ons gebied zijn 4 paar kerkuilen tot broeden gekomen (3 paar in 2003) en zijn er 31 jongen uit zes legsels uitgevlogen, wat voor “ons gebied” een record is. Bij “ons” was de overdaad aan veldmuizen niet direct merkbaar, de huisspitsmuis was toch de meest gevangen prooi. Ondanks dat wij in een redelijk groen gebied werken blijkt uit de terugmeldingen van verkeersslachtoffers dat het voor een kerkuil moeilijk is om een redelijke leeftijd te halen.  

 

Tot slot

-Zijn wij voornemens om in 2005 de eerste controleronde te houden op 11 juni.

-Zou het prettig zijn als wij over het E-mailadres van de kasthouders kunnen beschikken. Wij kunnen dan op eenvoudige wijze aangeven wanneer wij u een bezoek willen brengen. Stuur een leeg e-mailtje naar Martin van de Reep

-Kunt u onze andere activiteiten nalezen op deze website.

-Kunt u andere leuke wetenswaardigheden uit de omgeving bekijken via  http://www.vogeldagboek.nl/

-Wordt het melden van steenuilen ook zeer gewaardeerd.

-Willen wij een ieder bedanken die heeft meegewerkt aan en de gelegenheid heeft gegeven om dit mooie werk voor de kerkuilen in onze omgeving te kunnen doen.

  Neem gerust contact op als er vragen zijn: Martin van de Reep

Klik hier als u de nieuwsbrief nr 3 nog eens wilt nalezen  Naar verslag van 2005

SLUITEN