STEENUILEN WERKGROEP

Nootdorp - Pijnacker -  Leidschendam - Wilsveen  Stompwijk - Gelderswoude

Contactpersoon: Martin van de Reep 06-55781030

E-mail: Martin van de Reep

NIEUWSBRIEF 2004

HET EERSTE DOEL IS BEREIKT!

Beste beschermers van de steenuil ik kan u mededelen dat, en velen hadden dit al terloops gehoord, de eerste doelstelling zoals die is geformuleerd in 1999, is gehaald. Door in de afgelopen jaren een netwerk van kasten te plaatsen op locaties waar mogelijkheden zouden kunnen liggen voor de steenuil, met als begin en eindpunt twee plaatsen waar nog in zeer kleine hoeveelheden steenuiltjes voorkomen, zijn er dit jaar in “ons” gebied twee steenuilpaartjes tot broeden gekomen. Vorig jaar was al zichtbaar dat er een aantal solo-steenuilen enkele kasten hadden bezet. Dat dit in 2004 direct al tot twee broedparen zou leiden is buitengewoon. De twee nieuwe broedlocaties liggen mooi verspreid in het gebied op 6000 meter onderlinge afstand. Op de meest noordelijke locatie is al sinds 15 jaar geen broedpaartje meer waargenomen, terwijl op de westelijke locatie het laatste broedgeval dateerde van 1996. En nu maar hopen dat deze twee plaatsen uitgroeien tot een kleine populatie die zich in het al maar opgeruimdere polderlandschap kunnen handhaven.

Het verbeteren van de biotoop moet dus de inzet worden voor de komende jaren.

 

ACTIVITEITEN

Van begin februari tot eind maart zijn in de avonduren drie rondes gemaakt door het gebied met een geluidscassette. Op de geluidscassette staat de baltsroep van de steenuilman. Ervaringen in andere gebieden tonen aan dat dit een manier is om nieuwe locaties van de steenuil te ontdekken. De steenuilen in onze omgeving laten zich met deze truc echter niet uit hun tent lokken. De oorzaak licht waarschijnlijk verscholen in het feit dat er in een gebied als het onze nog onvoldoende territoriumconcurrentie is. Het aankomende jaar zal nogmaals geprobeerd worden of er op deze manier nieuwe solo-steenuilen zijn te traceren. Als u echter steenuiltjes gesignaleerd hoor ik dat graag van u.

 

NESTKASTCONTROLES

102
Medio maart wordt de kast door een spreeuw bewaakt die daar vervolgens ook heeft gebroed.
Half september is de kast winterklaar gemaakt.

103
Medio maart de omgeving van de kast in de gaten gehouden omdat er door knotters een
steenuiltje
gezien zou zijn. Er is echter niets waargenomen. Eind april is de kast door
een spreeuw bezet. Half september is de kast winterklaar gemaakt.
Geen spoor van een steenuil waargenomen.

104
Op afstand gezien dat er een spreeuw de kast bezet hield. Half september is de kast winterklaar gemaakt.

105
Er heeft een spreeuw gebroed. Eind september Is er een nieuwe kast geplaatst.

106
Er is geen melding geweest en de kast is niet gecontroleerd.

107
Er heeft een spreeuw gebroed. De kast wordt binnen kort hersteld/vervangen.

108
Eind mei blijkt de kast niet gebruikt.

109
Medio maart  geen uiterlijke tekenen dat de kast in gebruik is. Eind mei is de kast niet bewoond.

110
Eind mei geen bewoning geconstateerd. Er heeft een roodborst of koolmees een nestpoging gewaagd.

111
Op 5 januari bericht van de kasteigenaar dat hij een steenuil hoort roepen.
Medio maart geen uiterlijke kenmerken van een gebruik van de kast geconstateerd.
Op 29 mei blijkt dat de kast niet meer wordt gebruikt. Waar het paartje gebleven is, is niet duidelijk. Navraag in de omgeving levert ook al niets op. Het ziet er naar uit dat het paartje verdwenen is. Oorzaak onbekend.

112
Er is geen gebruik gemaakt van de kast.

113
De nestkast is door een paartje witte kwikstaarten met succes gebruikt om een broedsel groot te brengen.

114
De nestkast is niet gebruikt.

115
In de kast is een half afgebouwd nest van mogelijk een roodborst aangetroffen.

116
De nestkast is niet gebruikt.  

117
Eind mei worden in de nestkast drie prachtige jongen aangetroffen. De kast is mooi droog en de jongen zitten ruim boven het streefgewicht. Op 12 juni zien de jongen er nog perfect uit.Op 23 september is de kast winterklaar gemaakt en er is 1 jong in de omgeving gezien.             
                                                                                                                                            118
Medio maart vernomen dat het steenuiltje niet meer wordt gezien. Mogelijk is het uiltje naar kast 124 getrokken.

119
 Medio september de kast winterklaar gemaakt. Er heeft ook dit jaar weer een koolmees in gebroed.
Tussen het nestmateriaal nog een eitje aangetroffen.  

120
Er is geen gebruik gemaakt van de kast.  

121
Eind mei zat er een grauwe vliegenvanger in de kast met 4 eieren. Een week later geconstateerd
dat er op 5 eieren werd gebroed. Op 5 juli zijn vijf jongen vlak voor het uitvliegen geringd.  

122
Er wordt een spreeuw broedend op vijf eieren aangetroffen.  

123
De nestkast is niet gebruikt.  

124
Eind  maart wordt geconstateerd dat er een paartje aanwezig is . Ruim anderhalf jaar wachten
is dus niet voor niets geweest. Eind mei blijkt dat er niet in de nestkasten is gebroed.
Alles wordt afgezocht echter geen spoor van het paar te bekennen. De eigenaar heeft ze
ook al gemist maar zal extra opletten. Op 5 juni wordt het uiltje echter weer gezien.
Medio juni gaat de telefoon, na enkele dagen afwezigheid wordt een jonge steenuil in de bijkeuken gevonden. Het uiltje is 29 dagen oud en zwaar ondervoed. Het uiltje is uitgedroogd en heeft een gewichtsverlies van 44% en geen overlevingskansen. Het uiltje sterft enkele uren daarna.

125
Deze nestkast is overgedragen aan enkele collega’s omdat de nestkast wat ver uit de buurt is gelegen.  

126
Er heeft een koolmees in de nestkast gebroed  

127
Eind mei waren de eigenaren niet thuis. Van afstand is geconstateerd dat er een spreeuw heeft gebroed.  

128
In maart is de kast opnieuw opgehangen. Waarschijnlijk heeft er een spreeuw gebroed.  

129
Verrassing
! Nadat eind vorig jaar een van de uiltjes door verdrinking om het leven was gekomen blijken er nu vijf jongen in de kast aanwezig van 21 dagen oud. Hetklik voor vergroting overgebleven uiltje (vermoedelijk het mannetje) heeft dus in het vroege voorjaar weer een partner gevonden. Het betreft vermoedelijk het uiltje dat zich in de omgeving van de kasten 127 - 128 en 130 heeft opgehouden. De afstand bedraagt zo'n 2300 meter. Medio juni zijn alle jongen uitgevlogen. Op 7 augustus worden tenminste 4 jongen rond de nestkast gezien. Begin september is de nestkast winterklaar gemaakt.          

130 
Bij controle eind mei blijkt het uiltje niet meer aanwezig, de laatste waarneming was medio maart,      waarschijnlijk is het medebewoner (ster) geworden van kast 129.  

131
Er heeft een koolmees in de kast gebroed.  

132
Ook hier heeft een koolmees in de kast gebroed.  

133
In deze kast heeft een spreeuw gebroed.  

134 t/m 138 zijn in het najaar geplaatst.  

143
Alhoewel het steenuilenpaar in februari de kast in gebruik had is het paartje ook dit jaar weer         verdreven door het kauwenpaar. Het steenuilpaar heeft gebruik gemaakt van kast 117 en het          kauwenpaar heeft ook dit jaar weer twee jongen groot gebracht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GEVAREN

Zoals afgelopen jaar al jammerlijk genoeg is aangetoond blijkt verdrinking in een waterbak met steile wanden een van de veel voorkomende doodsoorzaken te zijn. Vanaf medio april tot begin mei zijn daarom rond op alle bekende plaatsen waar steenuiltjes zitten de drinkbakken voorzien van een drijver bestaande uit twee hardhouten plankjes met daartussen een kunststof laag om het drijfvermogen te vergroten. Doel van deze plankjes is om de uiltjes een mogelijkheid te geven om er op te klimmen als ze in het water belanden en op deze manier na droging van de veren de drinkbak weer veilig te kunnen verlaten. Indien het voor de dieren die gebruik maken van de drinkbakken mogelijk is, kan een strook gaas ook dienst doen als redmiddel voor de steenuiltjes om uit de drinkbak te klauteren.

 

POPULATIEOVERZICHT

In bovenstaande grafiek is duidelijk het positieve effect van de afgelopen jaren te zien. Het aantal broedparen is van twee naar drie opgelopen. Helaas is het paartje van het eerste uur, nadat het mannetje in februari nog is gehoord, geheel verdwenen uit het territorium. Op dit moment zijn er dus geen solitaire uilen meer in het gebied vastgesteld. Hopelijk doorstaan enkele jongen de wintermaanden en kan ik volgend jaar melden dat er weer solo-uilen in ons gebied zijn aangetroffen.

In de grafiek hierboven is het aantal geplaatste nestkasten per jaar in beeld gebracht. Het totaal aantal nestkasten is op dit moment 37 stuks. Het aantal broedparen van de kauw blijft gelukkig laag, het ene paartje dat de kauwensluis heeft weten te omzeilen gebruikt geen takken maar schapenwol om een nest te bouwen, hiertegen wordt met een proefkast (138) nog onderzocht of aanpassing van de opening hier een oplossing biedt. Het aantal broedparen van de koolmees is opgelopen tot 4 terwijl het aantal broedparen van de spreeuw is gestegen tot 10, maar als een steenuil de nestkast in het oog krijgt als woonplaats is dat snel afgelopen. Zeer bijzonder was dit jaar een broedgeval van een grauwe vliegenvanger in een nestkast. Dit vogeltje broed ook nog maar op enkele plaatsen in onze omgeving. Alle vijf eieren zijn uitgekomen en er zijn vlak voor het uitvliegen vijf jongen van een voetring voorzien.

 

NIEUWE LOCATIES

Omdat jonge steenuilen ook een onderkomen moeten hebben om de winter goed door te komen zijn er in de omgeving van de nieuwe broedlocaties nieuwe nestplaatsen gezocht. Na een praatje met de eigenaren van de beoogde percelen zijn er drie nieuwe kasten geplaatst. Ook zijn er twee bestaande kasten vervangen.

VERGIFTIGING

Heeft u overlast van muizen of andere knaagdieren en gebruikt u daartegen gif, dan zou ik u ten eerste willen adviseren dit niet te doen. Gebruik bij voorkeur een muizenval, de dode muizen kunnen nabij de nestkast op een paaltje gelegd worden en op deze manier nog dienstbaar zijn voor de uiltjes.

Zeker ratten of muizenkorrels die de werkzame stof Brodifacoum bevatten (dit staat met kleine lettertjes op de verpakking) zijn dan zeer gevaarlijk voor soorten die veel in en om boerderijen en schuren verblijven zoals de  steenuil en kerkuil. Brodifacoum is onder andere verwerkt in het merk Klerat en is dodelijk voor uilen. Muizen die van het gif eten leven vaak nog zo’n 3-7 dagen. In die periode gaan ze op zoek naar water, juist bij dat zoeken naar water vallen ze vaak ten prooi aan de uiltjes die hierdoor ook vergiftigd worden.

Bron: http://www.steenuilgroningen.nl/dode-steenuilen/muizen_en-rattengif.htm
 

MEER SLAAPPLAATSEN

Steenuilen hebben meerdere slaapplaatsen nodig, omdat ze het grootste deel van het jaar apart slapen en ook de uitvliegende jongen enkele maanden over een dagroestplaats moeten kunnen beschikken. Het uitbreiden van het aantal slaapplaatsen in een steenuilbiotoop is dus het tweede doel dat nagestreefd moet worden als er een eerste broedpaartje is neergestreken.

 

ZELF STEENUILEN BEKIJKEN

Wilt u zelf wat meer zicht op de steenuilen hebben dan is dat goed mogelijk. Zeker vanuit een beschutte plek (woning, voertuig ed.) is de steenuil goed te observeren. Met name in de winter genieten de uilen op heldere dagen graag van de (morgen-) zon, mits ze natuurlijk op een windvrije plaats kunnen zitten. Het liefst doen ze dat op een wat ouder dak waar een dakpan of andere opening gelegenheid bied om snel weg te duiken als er gevaar dreigt (zoals een overvliegende Buizerd of andere roofvogel). Noteer uw waarnemingen het is leuk voor uzelf en voor mij.

JONGEN BESCHERMING

De jongen verlaten het nest als zij ongeveer 32 dagen oud zijn. Ze kunnen dan nog niet terugvliegen naar de nestplaats. Het is dus van belang dat ze in de maanden juni en juli in de buurt van de nestplaats een plek hebben om zich te kunnen verstoppen voor dieren die hun jonge leven bedreigen. Het is dan ook aan te raden om in die periode onder en in de omgeving van de nestplek tijdelijk enkele pallets met wat zware rommel erop, te plaatsen, zodat de jongen die toch nog geregeld op de grond belanden daar tijdelijk veilig onder kunnen wegkruipen. Een samenstel van een stuk betonnen rioolbuis, een takkenbos of een Pvc-buis met een doorsnede van 125 mm kan deze functie ook vervullen.

 

NATIONALE STEENUILENDAG

Op 13 november is in Doetinchem de jaarlijkse steenuildag gehouden. Op deze dag werden interessante lezingen gehouden en was er weer veel gelegenheid om als beschermers onder elkaar te praten over nieuwe inzichten en ervaringen om zo het optimale te kunnen doen voor de in aantal teruglopende populatie van steenuiltjes.
 

WAT KUNT U ZELF DOEN OM EEN STEENUIL-BIOTOOP TE CREËREN

-Als er bij u op het terrein een plekje is waar dat mogelijk is, is het zeer interessant om een klein hoekje wat rommelig te laten. Bijvoorbeeld een strook gras niet maaien, als kort daarnaast enkele uitkijkposten in de vorm van paaltjes zijn geplaatst kunt u het uiltje hier in de avonduren vaak aantreffen in de jacht op insecten die zich in de overgang tussen ruigten en kort gras ophouden. De steenuiltjes bejagen hun prooi namelijk vanaf deze uitkijkposten. -Ook met een stapel houtblokken of een kleine “ muizenhaard” is dit effect te bereiken.

-Het in stand houden van knotwilgen opstanden die om en om worden geknot is een uitstekende manier om broedgelegenheid te creëren.

-Heel vaak zijn het de oude schuurtjes die op een rustige plaats staan die een grote aantrekkingskracht hebben op de uiltjes als het enigszins mogelijk is om deze in stand te houden door herstelwerkzaamheden uit te voeren en daarbij de belangen van de steenuil mee te nemen verdient dit de voorkeur. Ik wil u graag van advies dienen. Dit zijn ook de ideale plaatsen waar de steenuiltjes in de winter als het sneeuwt aan voedsel kunnen komen.

Schapen, paarden of vee in de nabijheid is ook een van de voorwaarden, de uiltjes eten namelijk bij gebrek aan muizen veel prooien zoals regenwormen, slakken en insecten die heel makkelijk te vangen zijn als er kort gras is.

-Als u in de omgeving van de nestkast ook een “muizenhaard” wilt aanleggen kan dit door het aanbrengen van wat stro met daaroverheen snoeihout. 
Voor een snel resultaat is het aan te
bevelen  enkele handjes graan over de muizenhaard uit te strooien en dit zo af en toe te herhalen. Echte overlast door muizen zal er in de winter niet direct ontstaan, die worden wel door de uiltjes in toom gehouden.

-Wil u de omgeving van uw woning wat uilvriendelijker maken door bijvoorbeeld het aanplanten van een haag of op een andere wijze dan kan ik contacten leggen met Landschapsbeheer Zuid-Holland om u eens te bezoeken en u over de mogelijkheden en onmogelijkheden te laten informeren.

 

PS

Op de valreep ontving ik eind november een melding dat er op 1000 meter afstand van de plaats waar de eerste jongen van dit project werden geringd en waar begin dit jaar plotseling bleek dat het paartje niet meer aanwezig was, een nieuw paartje is ontdekt. Mogelijk het spoorloos verdwenen paartje uit kast 111, nader ringonderzoek zal dit kunnen uitwijzen. Door het plaatsen van kast 137 hopen wij het paartje aan de plek te binden. De biotoop is goed en de beheerder is enorm enthousiast, geen muizengif en veel andere dieren. We wachten gespannen af.

 

CONCLUSIE

Blij verrast wordt geconstateerd dat het aantal jonge steenuilen weer is toegenomen van 7 naar 9. Dat er ondanks de landelijke achteruitgang van 1,5 % per jaar twee nieuwe broedpaartjes een plaatsje hebben gezocht in het poldergebied in onze omgeving.Dat er op het gebied van het vergroten van het aantal slaapplaatsen rond broedlocaties nog belangrijk werk te doen is en dat verbetering van de biotoop een noodzaak is om uitbreiding van de populatie te kunnen verwezelijken.

Foto: nest van de grauwe vliegenvanger in steenuilkast 121

 

TOT SLOT

Ik wil nogmaals iedereen bedanken die heeft meegewerkt aan, en de gelegenheid heeft gegeven om iets te doen voor het instandhouden van de biotoop en het plaatsen van de nestkasten, om zo de kans te vergroten dat dit mooie uiltje voor onze gebieden behouden blijft.

Martin van de Reep  

PS: Heeft u vragen of opmerkingen gebruik dan zo mogelijk het  e-mailadres: repos@casema.nl

Klik hier voor bouwtekening nestkast steenuilen.

nieuwsbrief 2003

nieuwsbrief 2005