STEENUILEN WERKGROEP

Nootdorp - Pijnacker - Voorburg - Leidschendam Wilsveen - Stompwijk - Gelderswoude

Contactpersoon: Martin van de Reep 06-55781030

E-mail: Martin van de Reep

NIEUWSBRIEF 2003
           

Zie nieuwsbrief 2002 voor bijzonderheden over het leefgebied, de prooidieren, de kenmerken, de teruggang, de levenskansen,  de broedplaats, de braakballen en de bescherming van de steenuil (Athene noctua vidalii)

Inventariseren.

Omdat steenuiltjes moeilijk op te sporen zijn wordt bij het zoeken naar territoria vaak gebruik gemaakt van een geluidscassette waarop de territoriumroep van het mannetje ten gehore wordt gebracht. In het oosten van het land heeft men daar aardig succes mee en zijn er op deze manier behoorlijk wat locaties opgespoord. In het vroege voorjaar verdedigen de mannetjes hun territorium, dit gaat veelal gepaard met een specifieke roep die in de avond,- en vroege morgen uren ten gehore wordt gebracht.

De reacties van de bezette territoria in ons gebied waren zeer matig. Toch heeft de inventarisatie een nieuwe locatie opgeleverd.  Er is contact opgenomen met de eigenaar van het perceel en hier is kast 128 geplaatst. De eigenaar vertelde dat er bij zijn buren ook regelmatig een klein uiltje wordt gesignaleerd. De buren zijn zeer ingenomen met het voorstel om ook bij hun een kast te plaatsen en zo wordt kast 127 geplaatst.

In het zuidoosten van het gebied is ook een steenuiltje gezien. Bij aankomst blijkt hij/zij niet meer aanwezig, voor alle zekerheid wordt kast 126 opgehangen.  

Aansluitend wordt bij kast 109 een slotje op de kast geplaatst omdat is gebleken dat de buurman het afgelopen jaar regelmatig, en zonder te overleggen, de uilenkast opende om zijn familie en vrienden op deze manier kennis te laten maken met de jonge steenuiltjes.

Op 8 februari komt er een melding uit de noordwesthoek van het gebied dat er een steenuiltje is gezien. Enkele dagen later blijkt het uiltje niet meer aanwezig, ook zoekacties met de geluidscassette leveren niets meer op.

In maart is er een bericht dat er in de zuidwesthoek een uiltje zit. Bij aankomst blijkt dat er drie maanden geleden een steenuiltje op bezoek is geweest. Bij een bezoek aan de locatie blijkt hij een week geleden voor het laatst te zijn gezien. Op 23 maart per mail een foto ontvangen van het steenuiltje bij kast 127. Helaas is de kast niet in gebruik genomen. Het uiltje zwerft in de omgeving op verschillende locaties, het betreft hier waarschijnlijk een solitair mannetje.

 

 

 

 

 

 

 

Beschermingsactiviteiten

Ook dit jaar zijn er weer nieuwe nestkasten geplaatst. Kast 125 t/m 129 in het voorjaar, kast 130, 131 en 132 in de zomer en kast 133 in het najaar. Het totaal aantal nestkasten is daarmee gekomen op 33 stuks.

In drinkbakken en waterplaatsen welke in de omgeving van een bekende steenuillocatie zijn gelegen is in overleg met de eigenaren de drinkplaats voorzien van een drijvend voorwerp gemaakt van onbehandeld hout met daartussen tempex. Verdrinking blijkt na verongelukken door wegverkeer op de tweede plaats te staan bij de doodsoorzaak van de steenuil!

Om beter in te kunnen spelen op mogelijke verbindingen tussen andere kleine steenuilpopulaties is ook contact gezocht met Vogelwerkgroep Koudekerk / Hazerswoude e.o. Een eerste overleg heeft inmiddels plaats gevonden

 

 

Nestkast controles 2003:

Met opzet is er in het verslag geen gebruik gemaakt van plaatsaanduidingen maar zijn uitsluitend de nestkast nummers vermeld. De controles van de nestkasten worden gewoonlijk half mei, half juni, na het uitvliegen van de jongen en/of in december uitgevoerd.

Op 29 mei zijn de eerste nestkastcontroles uitgevoerd.

De kasten 102, 103, 104, 105, 107, 115, 122 en 128 zijn door een spreeuwenpaar in bezit genomen. Alle broedsels zijn uitgevlogen.

Kast 108 is, nadat hij tijdens de storm door een vallend voorwerp was geraakt, uit de boom gevallen. De kast is hersteld en enkele weken later weer opgehangen. Een uiltje uit een aangrenzend territorium komt hier regelmatig even een kijkje nemen.

In kast 109, 123 en 124 is incidentele bezetting door een steenuil vastgesteld.                  

Omdat ik een goed gevoel had over kast 111(vorig jaar was hier al incidentele bewoning vastgesteld) is onze ringer (Norman van Swelm) gevraagd om mee te gaan. Bij nadering van de kast wordt al duidelijk dat hier mogelijk jongen aanwezig zijn. Er hangt rond de kast namelijk een bijzonder herkenbare ammoniakgeur die veelal aangeeft dat het een broedgeval betreft.

En jawel in aanwezigheid van de eigenares, kinderen en kleinkinderen worden de eerste vijf jonge steenuiltjes geringd. En passant wordt ook het vrouwtje wat in de kast aanwezig is van een voetring (3.603.012 ) voorzien. Behalve het vijfde jong maken de overige jongen het goed, ze zijn ca. drie weken oud.

De jongen verlaten het nest als zij ongeveer 34 dagen oud zijn. Bij controle op dag 40 blijkt dat er vier jongen zijn uitgevlogen het kleinste jong (ringnummer 3.603.017) heeft het echter niet gehaald. (op de foto rechts is de vader van de kroost afgebeeld)  

In kast 110, 113, 114, 116, 120, 126 en 127 is geen bewoning vastgesteld.

 

Verrassing.

In kast 117 wordt onverwacht een vrouwtje met twee jongen van drie weken oud aangetroffen. Op 14 juni wordt er een jong geringd met ringnummer 3.609.904, het andere jong lag dood in de kast. Het geringde jong heeft een vleugellengte van 94 mm en het gewicht is 122 gram. Het jong is dus geboren op 18 mei en nu 27 dagen oud (zie foto). Het ei is gelegd op 21klik voor vergrotingapril.  

Omdat er twijfel was of er wel voldoende voedsel door de ouders werd aangevoerd is op 17 juni een extra controle uitgevoerd om het laatste jong zo nodig met enkele muizen bij te voeren. Bij de kast aangekomen bleek echter dat het jong al was overleden. Voedselgebrek bleek niet de oorzaak omdat er in de hoek van de kast twee onthoofde muizen waren opgestapeld. De meegebrachte muizen zijn in de kast achtergelaten als extra aanvulling van de voedselvoorraad.

 

autopsie steenuil

Bij de omwonenden is navraag gedaan naar het mogelijke gebruik van gif, er wordt echter geen gif gebruikt. Om toch achter de oorzaak te komen heb ik contact opgenomen met de uilen patholoog Peter Beersma uit Doesburg. Ik kon daar de volgende dag al terecht voor een autopsie . Uit sectie is gebleken dat de jonge steenuil is overleden aan een te groot hart, een te grote lever en veel vocht achter de longen. Er is waarschijnlijk geen sprake van vergiftiging. Omdat het uiltje niet door vergiftiging en ook niet van de honger is omgekomen bestaat het vermoeden dat er hier sprake is van een erfelijke afwijking.  

Bij  kast 118 is het niet duidelijk of het uiltje na de langdurige herstelwerkzaamheden aan het dak nog aanwezig is. In het vroege voorjaar van 2004 zal worden onderzocht of het uiltje na verblijf van bijna een jaar een betere plek in de omgeving heeft gevonden.  

In kast 119 is een bebroed nest van de koolmees aangetroffen

In kast 121 is een koolmeesnest met twee eieren aangetroffen. Waarschijnlijk betreft het hier een tweede broedsel, er lag namelijk ook een leeg nest in het voorste gedeelte van de kast, de zogenaamde kauwensluis.

In kast 125 broed een spreeuw op 6 eieren in de kauwensluis, in de nestruimte daarachter ligt een dode spreeuw, mogelijk een prooi van de steenuil?, een natuurlijke dood? of overleden in een gevecht met een rivaal?? De steenuil is dit jaar nog wel waargenomen.

Al heel snel na het plaatsen van nestkast 129 is deze in bezit genomen door het steenuilpaartje wat geheel onverwacht in ons gebied is binnengevlogen. Mede omdat ik van Peter Beersma al had vernomen dat er, mogelijk door de warmte, dit jaar veel slachtoffers waren te betreuren, die door verdrinking om het leven zijn gekomen zijn in overleg met de eigenaar de drinkbakken direct voorzien van stukken hout waar de uiltjes op kunnen kruipen al zij eventueel in het water belanden. De uiltjes kunnen veelal niet meer uit de drinkbakken omhoog kruipen omdat de randen onvoldoende houvast bieden of omdat ze te steil en te hoog zijn. De uiltjes verdrinken dan jammerlijk.

Helaas moesten wij enkele weken later constateren dat een van de uiltjes jammerlijk was verdronken in een waterbak die over het hoofd was gezien.

Nu maar hopen dat of het mannetje of het vrouwtje op korte termijn een nieuwe partner weet te vinden, alhoewel dit met zo weinig steenuiltjes in de omgeving nog wel eens op zich kan laten wachten.  

Kast 143 is ook dit jaar weer bewoond door een kauw. De kauwensluis werkt hier niet omdat de kauwen, vindingrijk als ze zijn, geen takjes maar schapenwol gebruikt als nestmateriaal.

 

 

 

 

 

 

 

Nationale steenuildag

Op 15 november is in Naarden de jaarlijkse steenuildag gehouden. Op deze dag werden interessante lezingen gehouden en was er weer veel gelegenheid om als beschermers onder elkaar te praten over nieuwe inzichten en ervaringen om zo het optimale te kunnen doen voor de in aantal teruglopende populatie van steenuiltjes.

 

In ons gebied is het aantal broedparen van één naar twee opgelopen. Er zijn nog steeds drie solitaire vogels in het gebied aanwezig die "verkering" zoeken. Het aantal uitgevlogen jongen is opgelopen tot vier. Mogelijk overleeft er één om de populatie nog een duwtje in opwaartse richting te geven. Naar de solitaire (?) uil moet nog onderzoek gedaan worden.

 
Het totaal aantal nestkasten is op dit moment 33 stuks. Het aantal broedparen van de kauw is op 1 blijven steken. Verrassend zijn dit jaar ook de twee broedsels van de koolmees. Het aantal broedparen van de spreeuw stijgt gestaag, maar als een steenuil de nestkast in het oog krijgt als woonplaats is dat snel afgelopen.  

 

Wat kunt u zelf doen om een steenuilbiotoop te creëren?

Als er bij u op het terrein een plekje is waar dat mogelijk is, is het zeer interessant om een klein hoekje wat rommelig te laten. Bijvoorbeeld een strook gras niet maaien, als kort daarnaast wel een strook wordt gemaaid en daarbij in de buurt enkele uitkijkposten in de vorm van paaltjes zijn geplaatst kunt u het uiltje hier in de avonduren vaak aantreffen. De steenuiltjes bejagen hun prooi namelijk vanaf deze uitkijkposten. Ook met een stapel houtblokken of een kleine “ muizenhaard” is dit effect te bereiken.

Het in standhouden van knotwilg opstanden die om en om worden geknot is een uitstekende manier om broedgelegenheid te creëren.

Heel vaak zijn het oude schuurtjes die op een rustige plaats staan die een grote aantrekkingskracht hebben op de uiltjes. Dit zijn ook de ideale plaatsen waar de steenuiltjes in de winter als het sneeuwt aan voedsel kunnen komen.

Schapen, paarden of vee in de nabijheid is ook een van de voorwaarden, de uiltjes eten namelijk veel prooien zoals regenwormen, slakken en insecten die heel makkelijk te vangen zijn als er kort gras is.

Als u in de omgeving van de nestkast ook een “muizenhaard” wilt aanleggen kan dit door het aanbrengen van wat stro met daaroverheen snoeihout. Voor een snel resultaat is het aan te bevelen  enkele handjes graan over de muizenhaard uit te strooien en dit zo af en toe te herhalen. Echte overlast door muizen zal er in de winter niet direct ontstaan, die worden wel door de uiltjes in toom gehouden.

 

Conclusie.

Blij verrast wordt geconstateerd dat de eerste jonge steenuiltjes zijn geringd. Dat het een heel goed teken is dat er toch weer nieuw uiltjes in het gebied rondvliegen, alhoewel het meestal solitaire vogels zijn en dus waarschijnlijk mannetjes. Het gaat namelijk in de rest van Nederland heel slecht met de steenuiltjes, het uiltje is dan ook op de rode lijst geplaatst. In de laatste twintig jaar is een teruggang van 30% vastgesteld.

Ook zeer verrassend was te constateren dat er zich nu twee broedpaartjes in het gebied bevinden.

Er zijn nu dus twee broedparen die gezamenlijk zeven jongen hebben gekregen en waarvan er vier zijn uitgevlogen. Verder zijn er drie à vier solitaire uiltjes vastgesteld.

En nu maar hopen op een niet al te lange winter, want behalve het verkeer en de drinkbakken is de winter ook een lastige hindernis voor de steenuiltjes.

 

 

Tot slot

Ik wil nogmaals iedereen bedanken die heeft meegewerkt aan, en de gelegenheid heeft gegeven om iets te doen voor het instandhouden van de biotoop en het plaatsen van de nestkasten, om zo de kans te vergroten dat dit mooie uiltje voor onze gebieden behouden blijft.

Martin van de Reep

 naar nieuwsbrief steenuilen  2002 

naar nieuwsbrief steenuilen 2004