STEENUILEN WERKGROEP

Nootdorp-Pijnacker,  Voorburg-Leidschendam,  Wilsveen, Stompwijk, Gelderswoude

Contactpersoon: Martin van de Reep, Tel: 06-55781030

E-mailadres: Martin van de Reep

NIEUWSBRIEF 2002

    

Steenuilen tussen Nootdorp en Gelderswoude

Steenuil (Athene noctua vidalii)

De steenuil is een typische standvogel die zijn territorium zelden verlaat. De jongen zwermen rond augustus uit maar doen dat over geringe afstand en vestigen zich veelal vlakbij de plaats waar ze zijn grootgebracht.

Leefgebied: Ze komen meestal in de buurt van de mens voor. Steenuilen vinden we in Nederland vooral langst grote rivieren. In warmere streken komen ze in grotere aantallen voor. Bedrijven met wat rommelige terreinen en stukjes ruigteland, wat jaarlijks kort wordt gezet zijn geliefde plekken. Helaas zijn deze terreintjes nog maar spaarzaam te vinden. Ook de aanwezigheid van houtwallen, heggen en knotwilligen in combinatie met extensief bewerkte overhoekjes en percelen waar schapen worden gehouden zijn favoriet. Omdat de steenuil zich maar over korte afstanden verplaatst (alleen jonge mannetjes trekken wel eens tot twee kilometer verder) is een aaneengesloten gebied met een goede biotoop bepalend voor de uitbreidingsmogelijkheid van een populatie.

De prooidieren: Deze bestaan uit veldmuizen regenwormen, larven, slakken, insecten en een enkele keer een zwakke vogel.

Kenmerken: Ze verschuilen zich overdag op beschutte plaatsen maar bij mooi weer zitten ze graag in de zon en laten zich dan sneller zien. Van maart tot juli zijn de vogels vaak luidruchtiger. Een enkel exemplaar laat zich wel eens ontdekken door het felle geluid wat ze kunnen maken. Vliegend in diepe bogen, soms hippend op de grond, bij onrust op en neer knikkend als een roodborst maar veelal leiden ze een onopvallend bestaan. De totale lengte van de vogel is 21 tot 23 cm, ongeveer zo groot als een merel maar hij toon breder en groter. De spanwijdte bedraagt 50 tot 56 cm. Ze leggen 3 tot 5 mat tot glanzend witte eieren met afmetingen van 28 x 34 mm.

Ze gaan het liefst in de schemering en in de nacht op pad maar jagen ook wel overdag.

 

 

Teruggang: De afname van de voor deze vogel zo bijzondere biotoop is er de reden van dat in het westen en noorden van het land de stand sterk is afgenomen. Deze kleine uil heeft de laatste 10 jaar een teruggang van 12.000 naar 8.000 paren moeten incasseren. Dit is dan ook de reden dat de steenuil op de rode lijst is geplaatst. Om ze op te sporen wordt veelal gebruik gemaakt van opnames van roepende vogels die op een recorder worden afgespeeld. Navraag bij agrariërs levert vaak ook goede resultaten op omdat de vogel niet altijd reageert op de geluiden die op de recorder worden afgespeeld. De steenuil wordt gemiddeld 2,5 jaar oud; de voornaamste reden is de zeer hoge sterfte in de eerste levensfase; door voedselgebrek, het verkeer, draad- , schoorsteen-, en raamslachtoffers en ook door verdrinking.

Vogels in een beschut territorium kunnen 8 tot maximaal 11 jaar worden.

Broedplaats: Broedgelegenheid vinden ze in holten van knotwilgen, klik voor vergroting hoogstamfruitbomen, konijnenholen, rieten daken, onder dakpannen en houtstapels en in speciale nestkasten

Bescherming: Het in standhouden van knotwilg opstanden die om en om worden geknot is een uitstekende manier om broedgelegenheid te creëren. Ook het plaatsen van nestkasten op geschikte plaatsen vergroot de kans op een broedgeval. Er zijn diverse typenestkasten in gebruik. In 2000 is STONE gestart met een landelijke inventarisatie van de steenuilen in Nederland, waarin wij ook participeren. Zo hopen wij een bijdrage te kunnen leveren om de terugval te stoppen.

Inventarisatie:

In 2000 is er een start gemaakt met het inventariseren van het gebied om te zien of er nog broedparen in het gebied aanwezig zijn. Bij het inventariseren op plaatsen waar gezien de biotoop mogelijk steenuiltjes kunnen voorkomen kende men het uiltje wel. Werd echter de vraag gesteld wanneer heeft u ze voor het laatst gezien was het antwoord veelal zo’n 12 tot 13 jaar geleden. De vraag is dus, wat de reden is geweest waarom deze kleine uiltjes uit het gebied zijn verdwenen.

In september 2000 is een excursie gemaakt bij een bevriende steenuilbeschermer om te bekijken waar de uiltjes nog voorkomen, wat de plaats is die door de uiltjes wordt uitgezocht als broedplaats en wat de beste manier is om te komen tot het opzetten van een kleine broedpopulatie.

 

Beschermingsactiviteiten:

Op 23 september 2000 is de eerste steenuilkast geplaatst op een locatie waar volgens bewoners nog wel een steenuiltje werd gezien.  In het daaropvolgende jaar bleken de kasten uitsluitend door spreeuwen als woning gebruikt te zijn. Eigen waarnemingen van het uiltje zijn er niet geweest. De plek is echter veelbelovend. In totaal zijn er in het jaar 2000 vijf nestkasten geplaatst.

In het voorjaar van 2001 zijn nog een aantal steenuilkasten opgehangen. Op 24 juli 2001 is het dan zover, het eerste steenuilpaar wordt ontdekt (deze broedlocatie is niet eerder beschreven), de uiltjes zitten overdag heerlijk te zonnen, ook op een nabij gelegen steenhoop worden uiltjes gezien, dus snel aan de slag om weer enkele kasten te produceren. De uiltjes bevinden zich op een plaats waar zij waarschijnlijk de langste tijd hebben gebroed. Er komt namelijk een nieuwe eigenaar die andere plannen heeft met de bebouwing. In de omgeving van de broedplaats staan veel oude schuurtjes die op korte termijn worden gesloopt.

 

 

Het zijn vaak deze oude schuurtjes die een grote aantrekkingskracht hebben op de uiltjes. Schapen, paarden of vee is ook een van de voorwaarden omdat de uiltjes veel prooien eten zoals regenwormen, slakken en insecten die heel makkelijk te vangen zijn als er kort gras is.

Op 28 juli wordt een viertal kasten in de omgeving geplaatst. De eigenaren waar de kasten zijn geplaatst zijn zeer begaan met de kleine uiltjes.

Ook worden regelmatig uiltjes gezien op een terrein van SBB, na een gesprek met de opzichter blijkt dat hij al een plan heeft gemaakt om de uiltjes een rustig plekje te geven. Op het verzoek of hij de biotoop wat willen aanpassen wordt niet positief gereageerd.

Omdat het gebied aan verandering onderhevig is, is het noodzakelijk dat er wat aan biotoopverbetering wordt gedaan. Getracht zal worden om de belangen van de uiltjes in dit deel te behartigen.

In oktober zijn op meerdere plaatsen die op het oog kansrijk zijn, nestkasten opgehangen.

Op 24-11-2001 zijn er gesprekken gevoerd met vogelwerkgroepen in de omgeving om te zien of er in aansluitende gebieden nog steenuiltjes broeden. Het ziet er in eerste instantie niet positief uit. Er zijn in 2001 totaal negen nestkasten geplaatst.

Op 15 januari 2002 overleg met vogelwerkgroep "Rotta". De nestkast 143 wordt van hen overgenomen voor onderhoud en controle er huist een solitaire uil of mogelijk een paartje.

In februari wordt weer een aantal nestkasten geplaatst. Het ziet er naar uit dat een van de kasten door het paartje wat spoedig zijn broedplaats zal verliezen bewoond gaat worden.

Bij een nieuwe locatie is van wat hooi en snoeihout een zogenoemde " muizenhaard" gemaakt, wat ter beschikking gesteld graan moet de eerste aanzet leveren.De overgenomen kast 143 is waarschijnlijk niet bezet, het uiltje zat in de kromme holle boom die maar deels was gesnoeid. Met de eigenaren besproken dat ik een extra kast kom ophangen om de kans op broeden in een kast te vergroten, want het uiltje zit vrij laag en is dan, in het geval het tot een broedsel komt, zeer kwetsbaar.

Ook bij kast 109 is in overleg een "muizenhaard" gemaakt. Op 24-03-2002 er is een steenuiltje gesignaleerd op een nieuwe locatie. In overleg met de eigenaar is er een kast 118 geplaatst. Het uiltje is regelmatig rond de kast te zien, zit er zelfs op maar heeft de kast niet zichtbaar in gebruik genomen.

Op 15-04-2002 is er een onderzoek ingesteld na een melding dat er een steenuil is gezien in Wassenaar. Na vijf dagen vergeefs zoeken in de omgeving en het houden van een buurtonderzoek wordt er geen uiltje gevonden. Voor alle zekerheid toch maar een nestkast geplaatst.

Tijdens het zoeken naar een vermist paar kerkuilen een nieuwe locatie ontdekt van een solitaire steenuil. In de naaste omgeving zijn de kasten 123 en 124 geplaatst.

Er zijn in 2002 in totaal negen nieuwe nestkasten geplaatst.

De controles van de nestkasten worden gewoonlijk resp. 12 mei, half juni en begin september uitgevoerd.

   

Nestkast controles 2002:

Met opzet is er in het verslag geen gebruik gemaakt van plaatsaanduidingen maar zijn uitsluitend de nestkast nummers vermeld.

Kast 102, 103, 104: geen bewoning door een steenuil, er heeft wederom een spreeuw in de kast gebroed.

Kast 105, 115; geen bewoning door een steenuil, er heeft dit jaar een spreeuw in de kast gebroed. 

Kast 106; volgens de eigenaar is er afgelopen winter een steenuiltje bij de kast gezien. De kast is van een nieuwe vulling van boomturf voorzien, we wachten gespannen op de dingen die komen gaan.

Kast 107; er heeft in de wintermaanden enkele weken een uiltje bij de kast gezeten. Bij de controle in mei bleek er een spreeuw op drie eieren te broeden, een late want de meeste jongen zijn al uitgevlogen. Spreeuwen beginnen veelal in dezelfde week met broeden. De jongen komen dan gelijktijdig uit, een grote groep jonge vogels heeft meer overlevingskans dan solitaire vogels.

Kast 108; deze kast heeft het in het najaar zwaar te verduren gehad. Uiltjes uit de omgeving worden wel gesignaleerd, mogelijk ook afkomstig van kast 109. Geen braakballen aangetroffen.

Kast 109; dit is de kast die het dichtst bij de oude nestlocatie van het in 2001 ontdekte paartje is gehangen. De verwachting was dat door het veranderde gebruik het paartje de oude nestlocatie zou verlaten. Na voorzichtig de kast geopend te hebben blijken de uiltjes inderdaad deze kast als nieuw onderkomen te hebben aanvaard. Nog leuker is dat het vrouwtje op 5 eieren zit te broeden. Uit berichten van omwonende blijkt echter dat er verstoring van het foerageergebied op komst is. Het beschermen van bovengenoemd gebied zal de eerstkomende tijd dus een punt van aandacht moeten zijn.

Op 30 mei zitten er vier jongen in de kast, ze zijn dan gemiddeld twee weken oud. Enkele weken later blijken ze echter verhongerd te zijn. De oorzaak is niet direct te achterhalen. Extra aandacht in het komende seizoen moet meer duidelijkheid brengen, de voedselvoorziening zal extra aandacht krijgen.                      

Kast 110; incidentele bewoning vastgesteld. Er is een braakbal in de kast aangetroffen. Het is mogelijk een van de uiltjes van kast 109 geweest.klik voor vergroting

Jonge steenuiltjes

Kast 111; incidentele bewoning vastgesteld. Er werden 4 braakballen in de kast aangetroffen. Het uiltje wordt wel regelmatig gezien en gehoord, waarschijnlijk is het afkomstig van het aangrenzende territorium.

Kast 112, 113, 114; geen bewoning vastgesteld.

Kast 116; de kast is in de nabijheid gehangen van kast 143 omdat er in deze kast al twee jaar niet is gebroed. De houtstapel is een geliefde plek van het uiltje maar is ook makkelijk toegankelijk voor predatoren. Hopelijk dat de bij geplaatste kast een aanvaardbaar alternatief is want een broedsel in een houtstapel heeft meestal weinig overlevingskans.

Kast 117; geen bewoning vastgesteld, aan de uitwerpselen te zien overnacht hier een klein zangvogeltje.

Kast 118; geen controle uitgevoerd. Er huist wel een uiltje in de buurt.

Kast 119, 120, 121 en 122; zijn kasten welke recent zijn geplaatst.

Kast 123, 124; kansrijke locaties. Er is de laatste maanden in de naaste omgeving een solitair uiltje gezien.

Kast 143; in deze kast wordt al enkele jaren niet meer gebroed. Er wordt echter steeds een uiltje (s) gesignaleerd. Tijdens de eerste controle vliegt er vanuit een nabij gelegen boom een uiltje weg. Dichter bij gekomen klinkt er gepiep vanuit de kast. klik voor vergrotingZal het dan dit jaar wel gelukt zijn? En ja hoor bij inspectie blijken er drie jongen in het nest te liggen. Ze zien er wel wat raar uit met die grote gele brede bekken. Al snel wordt het duidelijk dat het hier om een nest jonge kauwtjes gaat. De ouders zijn in geen velden of wegen te bekennen. Het voedsel moet blijkbaar van ver worden gehaald.                                                                                     

                                                 Braakballen:

klik voor vergrotingDe braakballen van de steenuil zijn maar klein de gemiddelde afmeting is 27 x 14 mm. Door de maagsappen worden de botjes van de muizen haast volledig omgezet, een onderkaakje wil nog wel een aangetroffen worden. Van de kevers blijven veelal de gekleurde schildjes over die op de foto als kleine zwarte puntjes zichtbaar zijn. Van de overige insecten en de regenwormen wordt haast niets teruggevonden.        

Conclusie:

Alhoewel de indruk niet zo positief was na de inventarisatie in 2000 lijkt het er nu naar uit te zien dat de vele mooie wintermaanden een gunstige uitwerking hebben op de uiltjes. De twee solitair aangetroffen uiltjes zijn mogelijk de voorbode van de vestiging van een paartje op een locatie waar al zo’n 15 jaar geen uiltjes meer zijn gesignaleerd.

We hopen dat het steenuil paartje wat dit jaar wel jongen heeft gehad maar die helaas niet zijn uitgevlogen dit jaar meer succes heeft. Van een afstand zullen we proberen om achter de oorzaak te komen en de nodige ondersteuning te bieden. Gestart zal worden met het optimaliseren van de "muizenhaard" voor de komende winterperioden.

Biotoopverbetering door het laten staan van kleine schuurtjes, het kort houden van stukjes weiland door schapen en het rommelig laten van wat hoekjes van terreingedeelten mogelijk met de aanleg van "muizenhaarden" zal de kans op vestiging van de kleine uiltjes vergroten.

Veel uiltjes sterven door het verkeer, het vallen in schoorstenen of verdrinking in drinkplaatsen. Kleine ingrepen kunnen hierin een positieve bijdrage leveren zoals; het ophangen van nestkasten op kansrijke plaatsen, het aan de bovenzijde afdekken van de schoorstenen met grofmazig (ca. 50 x 50 mm) gaas of het plaatsen van een stuk hout in de drinkbakken zodat de uiltjes via deze plank weer een kans hebben om uit de drinkbakken te ontkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sluiten

  naar nieuwsbrief  steenuilen 2003