|
Gruttonest |
Bijschrift bij de foto's Op deze voorplaat zijn enkele vogels afgebeeld die dit seizoen tijdens het weidevogelen zijn waargenomen.
Links een gruttonest waarvan de eieren aan het
uitkomen zijn.
Neem ook eens een klein fototoestelletje mee als u gaat weidevogelen, er zijn soms heel mooie momenten om iets bijzonders vast te leggen en dat dan op de website met anderen te delen. |
Gruttopul
|
|
Het seizoen 2011 Op 10 februari vliegen de eerste grutto’s over, ook vliegen er al weer groepen ganzen naar het noorden. Het weidevogel seizoen is in aantocht! Op 5 maart regent het de gehele dag, bah! Gelukkig is het 6 en 7 maart weer stralend weer. Een groot deel van de agrariërs heeft zich de laatste dagen gestort op de bemesting van de percelen. De agrariërs die wat lager gelegen land hebben of gewoon laat zijn gestart moeten nog wat geduld hebben en kunnen op 16 maart na een aantal natte dagen het werk pas afronden. Maar de meeste agrariërs zijn medio maart klaar met hun activiteiten en aan het begin van het seizoen is er dan weer een rustige start van het weidevogelseizoen. Laat het seizoen maar beginnen! Door de gespreide bemesting en de lage temperatuur in het voorseizoen verloopt het maaien ook aardig gefaseerd. Samen met de percelen uitgesteld maaien geeft dit een goede spreiding voor de opgroeiende jonge weidevogels.
Het weer
Maart
Een zeer droge en zeer zonnige lentemaand met nog wel flink wat koude nachten.
Gemiddeld viel er slechts 13 mm neerslag, tegen 60 mm normaal.
April
Warmer dan ooit, zeer droog en zeer zonnig.
Vier jaar na dato is het extreme warmterecord uit 2007 alweer uit de boeken geveegd. Het droogterecord uit april 2007 is niet geëvenaard, er viel toen namelijk in het geheel geen neerslag. Gemiddeld over het land was er aan het einde van de maand sprake van een neerslagtekort van 100 mm.
Mei De derde warme, zonnige en droge lentemaand op rij. Het aanhouden van het over het algemeen zonnige, warme en droge lenteweer zorgde voor een toename van de droogteproblemen. Het neerslagtekort is in het hele land flink opgelopen en in het westen en zuiden van het land is het tekort ruim 150 mm.
De warme perioden overheersen vooral in de Benelux en omgeving. Zo gebeurde het ook enkele keren dat Nederland het warmste land van Europa was. Lage rivierafvoeren zorgden voor een inhaalverbod voor de schepen op de IJssel, toenemende verzilting door indringing van zeewater vanuit het westen en gevolgen voor de grondwaterstand.
Juni Was een zomermaand met vele gezichten. Korte warme en zonnig periodes werden afgewisseld door koele en sombere periodes. De droogte uit de lente hield nog tot halverwege juni aan. Daarna vielen er regelmatig zware buien, waardoor de regenmeters snel volliepen.
Door de droogte konden de weidevogels die hun voedsel uit de grond moeten peuteren zoals de Grutto, Tureluur en Scholekster toch niet voldoende voedsel bemachtigen. Begin mei zijn er nog veel paren die niet aan de leg zijn; het voedsel is onbereikbaar omdat door de droogte wormen en emelten dieper de grond in trekken en de bodem te hard wordt. Sommige vogels stelden de eileg dan ook wat uit of zijn mogelijk niet gaan broeden. Iets wat directe gevolgen heeft op het aantal gruttolegsels. De vroege kieviten zijn wel aan de leg gegaan maar lopende het seizoen zitten er nog steeds kieviten op plekken waar ze niet thuishoren.
Bron: MeteoVista | weeronline.nl |
|
Startavond Gezamenlijk wordt op 1 maart het begin van het weidevogelseizoen ingeluid met de startavond. De vrijwilligers worden voorzien van de bekende mapjes met daarin de registratieformulieren en plattegrond van hun percelen. De nieuwste inzichten en ontwikkelingen worden besproken en er wordt onder het genot van een kopje koffie onderling weer kennisgemaakt.
Dit jaar staat in het teken van de nieuwe SNL regeling. Dit houdt in dat er met de agrariërs duidelijke afspraken zijn gemaakt over het beheer. De vrijwilliger moet dus zorgen dat hij op de hoogte is welke maatregelen er op het bedrijf zijn afgesproken. Het kan zijn dat er gewerkt wordt met voorbeweiden of uitgesteld maaien of een van de andere manieren om de overleving van nesten en jongenweidevogels veilig te stellen. De gebiedsregisseur heeft bij het maken van de afspraken rekening gehouden met het feit dat de percelen met uitgesteld maaien in een mooi mozaïek zijn geplaatst zodat de jongen weidevogels aan voldoende dekking kunnen komen. Voor de weidevogelbescherming houdt dat in dat op percelen met uitgesteld maaien niet gezocht gaat worden maar dat er gemonitord moet worden. Het is dus de bedoeling dat de nesten alleen gezocht worden als ze door werkzaamheden bedreigd kunnen worden voordat de nesten uitkomen. Ook wordt er speciale aandacht gevraagd om eenmaal gevonden nesten zo min mogelijk te bezoeken. Ga dus niet bij een nest kijken als er op afstand al duidelijk zichtbaar is dat de vogel nog zit te broeden. Probeer wel als de normale broedtijd is verstreken, te achterhalen of het nest succesvol is uitgekomen of dat er sprake is van predatie of een andere vorm van nestverlies. Probeer bij gepredeerde nesten zoveel als mogelijk vast te stellen door wie het nest is gepredeerd.
Onze vertegenwoordiger bij Landschapsbeheer Zuid-Holland, Christel Snoep heeft in Groningen een andere werklocatie gevonden en haar vervangster is Marleen van der Lee die deze vanavond wordt vervangen door Erwin Pronk. Met Christel verliezen we ook een trouwe vrijwilligster. Ook Gerard de Koe die verhuisd is naar Doetinchem ziet geen kans meer om bij ons zijn vrijwilligerswerk voort te zetten. |
|
Monitoringscursus Om het monitoren goed af te stemmen wordt er bij “Santvoorden” op 31 maart een monitoringscursus gehouden door LBZH. Het is een druk bezochte avond waarbij ook veel leden van WGNL aanwezig zijn. Aan het eind van het seizoen worden de monitoringsgegevens verzonden naar LBZH die zal zorgen voor de verwerking. Achteraf blijkt dat er toch maar enkele vrijwilligers de monitoring ook daadwerkelijk hebben uitgevoerd. Mogelijk dat een opfriscursus er in 2012 voor kan zorgen dat er toch wat meer vrijwilligers met het monitoren mee gaan doen. Behalve dat het monitoren enig inzicht geeft in het effect van de maatregelen geeft het ook inzicht in het totaal aantal weidevogels dat op het bedrijf aanwezig is. |
|
De nestvondsten
De eerste nestvondsten Op 20 maart werden bij veel bedrijven de eerste kievitseieren gevonden. En dat ze er al enkele dagen lagen bewijst de vondst van 2 nestjes met 4 eieren door Auke Duim. Ook IJsbrand Feeke, Frans Eigeraam en Marianne van Meurs vonden op die dag hun eerste nestjes. In totaal werden op die dag 15 kievitseieren gevonden. Onze superzoeker Eddie van Leeuwen was verslagen. Achteraf blijkt dat hij niet meer actief aan het zoeken is geweest omdat de percelen waar de nesten liggen dit jaar allemaal zijn aangemeld als percelen met uitgestelde maaidatum. Op 1 april werd een bijzonder vroeg nest van een Tureluur gevonden gevolgd door het eerste gruttonest op 2 april. Het eerste scholeksterei werd gevonden op 4 april. Voor de overige nestvondsten zie www.wgnl.nl onder ‘melding 1e-ei’
Nieuwe machines in de polder?
Na de sleepslangbemesters zijn er nu ook vloeistofbemesters actief in de polder. Wat er exact wordt geïnjecteerd is niet geheel bekend maar dat de eieren tijdelijk uit de nesten verwijderd moeten worden is wel duidelijk. Als er een bedrijf is waar deze activiteit wordt uitgevoerd is het van belang om al direct medio maart de eerste nesten op te sporen. Uiteraard geldt dit ook voor de bedrijven waar na 15 maart nog kunstmest uitgereden moet worden!
Bijzondere nestvondsten
Er was wel aanleiding toe want voor het eerst sinds jaren is er weer een nest van een Visdief gevonden in de polder. Vooral bijzonder omdat het maar één nest betrof. Wel was er nog een waarneming van een Kievit met een bijzonder legsel. Eerst werd van deze vogel een nest met twee eieren gevonden en later een herlegsel bij de buurman met drie eieren. Dat het van hetzelfde paartje was lijdt dus geen twijfel
Paarden en nestbescherming Ook op kleine schaal wordt gezocht naar nieuwe manieren om weidevogels te beschermen. Omdat steeds meer met paarden wordt geweid, wordt de kans groter dat nesten worden vertrapt. Nestbeschermers bieden hier namelijk geen uitkomst vanwege het risico op het breken van de benen van de paarden. Als vrijwilligersgroep hebben we dit jaar gezocht naar een oplossing om de nesten zoveel mogelijk te beschermen terwijl de paarden toch de wei in kunnen. Dit resulteerde in het rondom afzetten van de nesten met draad of schrikdraad.
Landschapsbeheer Zuid-Holland leverde de paaltjes, de heer Post het draad en WGNL zorgden voor de monitoring. Bij de afzetting met stroom is 100% van de nesten gespaard. De afzetting zonder stroom resulteerde in het sparen van 50% van de nesten. Het verlies van nesten beschermd zonder stroom is terug te voeren naar één paard dat keer op keer de pennen uit de grond trok. |
|
Afsluitavond
Op 28 juni is in het AZL zaaltje (Voorhof) naast ingang zwembad “de Fluit” te Leidschendam de jaarlijkse afsluitavond gehouden. Waarschijnlijk door de wat mindere weersvoorspelling was het aantal aanwezige (17) lager dan normaal. 4 Personen hebben zich vooraf afgemeld. Er zijn op deze avond weer vele leuke herinneringen aan het afgelopen seizoen opgehaald en vele ervaringen uitgewisseld. Omdat de percelen met uitgesteld maaien blijkbaar goed gekozen zijn is het aantal gevonden legsels lager dan normaal. Door de aanwezigheid van een Vos in het gebied zijn veel nesten van vooral de Kievit verloren gegaan. Er wordt nogmaals geconstateerd dat veel observeren, voordat je besluit het veld in te gaan, een positief effect heeft op het vinden van nesten en er voor zorgt dat de verstoring minimaal is. Loop ook altijd eerst door naar het einde van het perceel met de ogen gericht op opvliegende vogels vanuit het perceel en ga pas op de terugweg zoeken naar de nesten. Vind je een nest niet direct blijf dan niet te lang rondlopen maar probeer het een volgende keer nog eens.
Dit jaar is het ook mogelijk om op de website van Landschapbeheer Nederland gedragswaarnemingen in te voeren. Als je na elk bezoek hier even aangeeft wat je in het veld heb waargenomen geeft dat verderop in het seizoen een aardig beeld van het aantal en de plaats van de verschillende territoria van je weidevogels. Probeer het in het nieuwe seizoen een uit!
In de rondvraag wordt door Corrie van der Helm nogmaals nadrukkelijk aangegeven dat de agrariërs (contractboeren) in het kader van de legselvergoeding een controle bij haar moeten aanvragen. Daarom is het van belang dat de vrijwilliger de stalkaart goed bijhoudt en de genummerde nesten intekent op de plattegrond. De eerste controle vindt meestal rond 12 april plaats. Daarna 1x per 4 weken. Per controle wordt de plattegrond door Corrie meegenomen. De vrijwilliger zorgt dus elke keer zelf voor een nieuwe platte grond. De stalkaart is verplicht (door AID, in het kader van de Flora- en Faunawet en zeker voor bedrijven met legselbeloning ) voor elke boer die gaat maaien. Van belang is dan ook om te weten wat de agrariër aan werkzaamheden op het land gaat uitvoeren gedurende het seizoen.
Rond 21:45 uur wordt de avond met een hapje en drankje afgesloten en nog even nagepraat. |
|
Thema-avond
Op 30 november was er in zalencentrum “De Brug” in Reeuwijk een thema-avond “Lerend beheren: naar een optimalisatie van het weidevogelbeheer”. Heel mooi was te constateren dat er ook van WGNL verschillende vrijwilligers naar deze thema-avond waren gekomen! We hebben daar kennis genomen van de werkmethoden zoals die door weidevogelbeschermers in “De Ronde Venen” wordt toegepast. Kernwoorden zijn (“flexibel beheer”), “last minute beheer” tijdens het broedseizoen (d.w.z. er kan alsnog een contract voor laat maaien of vluchtstroken worden afgesloten). Omdat vrijwilligers veel kennis hebben over de weidevogels op “hun” bedrijf (en soms ook daarbuiten) zouden zij hierover goed kunnen adviseren.
Landschapsbeheer Zuid-Holland zal in het voorjaar weer cursussen monitoring organiseren om de deskundigheid van de vrijwilligers te verhogen. Het monitoren op zich zal een stuk eenvoudiger worden en ik hoop dan ook alle vrijwilligers van WGNL op de cursus aan te treffen.
Uiteraard mag niet uit het oog worden verloren dat bescherming van nesten op percelen waar agrarische werkzaamheden plaatsvinden noodzakelijk blijft!!! |
|
Resultaten van het afgelopen jaar 2011
(Tabel 1) Bovenstaand een overzicht van het totaal aan gevonden legsels over het afgelopen beschermingsjaar. Voor de vergelijking met de legsels uit voorgaande jaren zie tabel 3. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Landelijke resultaten van 2011
(Tabel 2)
In tabel 2 is een relatie over 2010 en 2011 gegeven tussen de Landelijk resultaten per 18 december in relatie met de gegevens van WGNL. De landelijk ingevoerde legsels zijn dus waarschijnlijk niet compleet maar geven wel een mooi overzicht om voorlopige conclusies te trekken. De verdeling van het aantal grutto’s in dus bij ons iets minder afgenomen dan de landelijke afnamen. De Kievit en de Scholekster zijn bij ons in aantal meer vertegenwoordigd dan landelijk, maar dit komt waarschijnlijk door het grote aandeel bouwland in ons gebied. Voor de Tureluur is de afname echter dramatisch. Gezien de geringe landelijke afname is het dus aannemelijk dat er in werkelijkheid een lager aantal tureluurnesten is gevonden dan in 2010. Als we naar de afname van het aantal nesten kijken in ons gebied heeft de Scholekster daar dus het minste last van ondervonden met 5,4%. De Tureluur heeft het dus heel slecht gedaan met een afname van 43,3 procent en is daarmee ver onder het meerjaren gemiddelde gekomen. Lag het uitkomstpercentage in 2010 nog boven het landelijk gemiddelde, nu ligt het 3,94% lager. De oorzaak ligt in het hogere predatiecijfer en het aantal nesten met onbekend resultaat. (zie tabel 1) |
|
Vergelijking met voorgaande jaren: Statistisch overzicht 1997 - 2011
(Tabel 3)
Bovenstaand is te zien dat we op 30 bedrijven actief zijn geweest. Er zijn enkele bedrijven bijgekomen maar op andere bedrijven zijn we niet actief geweest wegens onvoldoende vrijwilligers. Doordat enkele vrijwilligers ons hebben verlaten, er vrijwilligers ziek zijn geworden, wegens hun werk niet meer actief zijn geweest, en een enkeling niet meer actief is geweest omdat het grootste gedeelte van de percelen in het uitgestelde maaidatum gebied is geplaatst, zijn we op 40 ha. grasland en 27 ha. bouwland niet actief geweest. Dit heeft er toe geleid dat het aantal gevonden legsel met gemiddeld 100 nesten is afgenomen. Het gemiddeld aantal broedparen per ha. is, behalve voor de Tureluur, redelijk gelijk gebleven. In totaal zijn er met 44 vrijwilligers actief geweest. Het totaal aantal gevonden nesten per ha. is wel licht gedaald tot 1,61 nest per ha.
![]()
Uit de landelijke gegevens blijkt er een lichte afname van het aantal gevonden broedsels van de Grutto is waar te nemen van -1,1%. Mogelijk als gevolg van de droogte in het voorseizoen maar zeker ook doordat het feit dat er niet meer wordt gezocht in de percelen met uitgestelde maaidata. Ook bij ons zijn deze effecten, zij het in iets lichtere maten, merkbaar. Het aantal gevonden legsels van de Kievit is procentueel iets toegenomen en is zelfs iets beter dan het landelijk gemiddelde. Het aantal gevonden legsels is wel lager dan in 2010 maar dit kan grotendeels worden toegeschreven aan het wegvallen van de percelen waar dit jaar geen vrijwilligers ingezet konden worden en het niet meer zoeken van nesten in percelen met uitgestelde maaidata.
![]()
Door de verschuiving van het aantal ha. is het aantal scholeksters procentueel niet afgenomen. Qua aantal als is er echter wel een teruggang waar te nemen. Dat het landelijk slechter gaat met de Scholekster blijkt ook uit een recent onderzoek In het rapport “Het jaar van de Scholekster” blijkt namelijk dat het aantal scholeksters tussen 1990 en 2010 met 60% is afgenomen. Dat betekent dus een jaarlijkse terugloop van 3%. Bij ons is de afname ook waarneembaar zie figuur 2 maar de lineaire trendlijn is dan kleiner dan 3%. Het aantal gevonden legsels van de Tureluur is dit jaar -2,6% lager dan het landelijke gemiddelde! Hier lijkt dus iets anders aan de hand. Vooralsnog lijkt het er op dat er minder nesten zijn gevonden door een lagere zoekinspanning in de perioden dat de tureluurnesten goed zijn te vinden.
Waren er vorig jaar nog 449 beschermde legsels, dit jaar is de teller op 228 blijven staan. Waarschijnlijk ligt dit toch aan het feit dat er niet zorgvuldig per nest is aangegeven dat er ook daadwerkelijk een beschermingsactiviteit is uitgevoerd bij het bewerken van het land. Ook is niet altijd aangegeven dat er per nest soms meerdere beschermingsactiviteiten zijn uitgevoerd. Met name de lage aantallen bij de beschermingsactiviteit bemesten en bij beweiden zijn opmerkelijk. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bedankt
De resultaten per bedrijf zijn
opgenomen in het "JAAROVERZICHT WEIDEVOGELWERKGROEP NOOTDORP -
LEIDSCHENDAM, SEIZOEN 2011" dat voor de deelnemende boeren en
vrijwilligers beschikbaar is. Als er gegevens in het verslag worden
opgemerkt die niet kloppen geef dit dan alstublieft even door zodat wij
dit kunnen corrigeren.
|