WEIDEVOGELVERSLAG 2010

 

Kieviten en Bruine kiekendief.

 

Graspieper.


Kleine plevier.

Bijschrift bij de foto's

Op deze voorplaat zijn enkele vogels afgebeeld die dit seizoen tijdens het weidevogelen zijn waargenomen.

Linksboven verdrijven twee  kieviten een Bruine kiekendief.

Daaronder een Graspieper
en ...
daaronder een Kleine plevier.

Rechtsonder een mannetje Gele kwikstaat met een enorme bek vliegen voor zijn jongen.

Daarboven een paartje patrijzen en
daar weer boven jonge Grutto in lang gras.

 

 

Advies:

Neem ook eens een klein fototoestelletje mee als u gaat weidevogelen, er zijn soms heel mooie momenten om iets bijzonders vast te leggen en dat dan op de website met anderen te delen.

Grutto juveniel.

 

Patrijzen.

 

Gele kwikstaart.

 

 

 

Het seizoen 2010

Als gevolg van de lang aanhoudende vorst was men op 12 maart nog druk bezig om de mest op de weilanden onder de graszode te werken. Gelukkig waren de territoriale kieviten ook aan de late kant zodat dit geen directe gevolgen had voor de eerste legsels. Het eerste kievitsei werd door Eddie van Leeuwen gelijktijdig met het eerste landelijke legsel, gevonden op 16 maart.
Op 18 maart laten ook de eerste grutto’s en tureluurs zich in de weilanden zien. Rond 30 maart zijn de eerste broedende kieviten al minder goed zichtbaar omdat de grasgroei nu aardig begint door te zetten.

Het begin van de broedperiode regent het echter vrijwel dagelijks en is het niet prettig om je eieren te moeten bebroeden. Er wordt dan ook veel gemonitord en weinig in het land gelopen, om de vogels zo min mogelijk te verstoren.
Op 2 april is het echter mooi weer en vinden Frans Eigenraam en
Marianne van Meurs het eerste gruttolegsel met drie eieren op een stuk zwarte grond. Op 3 april zijn er al weer hevige hoosbuien en hagelt het zelfs behoorlijk. Toch wordt op die dag de eerst broedende Scholekster gezien. Op 9 april zijn er twee meldingen van scholeksters die broeden op twee kievitseieren. Tussen 14 en 30 april is het hard werken geblazen voor de vrijwilligers die op hun bedrijf te maken hebben met bouwland waar maïs gezaaid gaat worden. Dit is namelijk de periode dat er mest onder gewerkt moet gaan worden op de percelen waar vooral kieviten zitten te broeden. Zo rond deze tijd komen ook de eerste nesten uit en je hoopt dan maar dat er nog eieren liggen en dat er geen jongen rond rennen want dan is het pas echt hard werken! Ook worden er tijdens deze weken veel haasjes gered van een gewisse dood omdat de haasjes vaak nog klein zijn en zich niet bewust van het gevaar stijf tegen de grond aan drukken. Ze gillen echter bij het oppakken als een mager speenvarken.
Tip! Grijp een wat grotere haas nooit in zijn nekvel maar altijd midden op zijn rug anders kan
hij je nog een aardige mep geven met zijn achterpoten!
Op 29 april lopen overal jonge grutto’s in de weilanden. Het is nu mooi en droog weer en gelukkig begint het nu ook wat te regenen want het is na een maand zonder regen aardig droog geworden.

Op 11 mei wordt er in de aangrenzende polder gemaaid. Bij ons in de polder is het gras nog te kort door de aanhoudende lage temperatuur en het droge weer.

De lage temperatuur is ook voor de jonge vogels niet goed en er worden dan ook regelmatig onderkoelde dode jongen gevonden in de weilanden. Aan de andere kant is het voor de wat oudere jongen een extra kans om lekker op te groeien wetende dat het maaien nog even op zich laat wachten.
Door de weersomstandigheden en de goede spreiding van percelen met uitgestelde maaidatum en het feit dat er ook al op veel plaatsen weer koeien buiten grazen is het een mooi seizoen geworden voor de weidevogels.

 

Resultaten van het afgelopen jaar 2010
Legsels per soort

 

 

Nadat alle gegevens zijn ingevoerd blijkt de predatie in 2010 zeer laag is. Veelal gaat dat gepaard met een goed muizenjaar! En dat is ook dit jaar weer het geval want er zijn redelijke hoeveelheden jonge kerkuilen geboren. Wat verder opvalt, is dat het aantal gevonden nesten van de Grutto enorm is toegenomen en dat het aantal gevonden nesten als totaal hoger ligt als in 2009.

 

Vergelijking met voorgaande jaren

 

Door de inbreng van 3 nieuwe bedrijven is de oppervlakte grasland met 39 ha. toegenomen en de oppervlakte aan bouwland met 19 ha. Eén perceel is afgevoerd omdat er een zanddepot is gevestigd waarmee het aantal agrariërs waar aan nestbescherming is gedaan op 31 is gekomen. In werkelijkheid zijn we bij nog een drietal bedrijven actief maar daar zijn geen beschermingsactiviteiten uitgevoerd.

Dit jaar hebben we versterking gekregen van 10 nieuwe vrijwilligers. Alle vrijwilligers hebben de cursus van Landschapsbeheer Zuid-Holland gevolgd en hebben dit jaar een op een begeleiding gekregen in het veld. Dat het aantal vrijwilligers toch met twee is afgenomen heeft te maken met het feit er afgelopen jaar verschillende vrijwilligers om uiteenlopende redenen zijn gestopt. Ook is de lijst kritisch doorgenomen op niet actieve vrijwilligers.
Om de steeds wisselende effecten van de toe en afname van percelen te elimineren zijn de resultaten teruggebracht tot het aantal legsels per ha. Hierdoor is vergelijking van de toe- of afname van een soort beter inzichtelijk te maken (zie Tabel 1). Het meerjaren gemiddelde uitkomstpercentage staat op 74%. Dit jaar zijn we met 81% eindelijk weer eens ruim boven dit gemiddelde uitgekomen.

Het afgelopen jaar zijn door 45 vrijwilligers beschermingswerkzaamheden uitgevoerd. De activiteiten zijn uitgevoerd op 577 ha. waarvan 105 ha. bouwland en 468ha. weiland. Het aantal gevonden nesten is dit jaar toegenomen van 845 tot 958. Dit heeft deels te maken met de uitbreiding van het aantal bedrijven en deels met de verrassende terugkeer van de Grutto.
Met de Kievit gaat het nog steeds bergaf. Ook dit jaar zijn er weer minder kievitlegsels gevonden. Het aantal gevonden kievitnesten is teruggelopen tot 93 terwijl het meerjarengemiddelde op 96 ligt. Een laagte record dus! In Tabel 2 is duidelijk te zien dat het aantal gevonden nesten per 100 ha. voor de Kievit jaarlijks minder worden.

 


Zoals gezegd was er bij de Grutto een verrassende toename van 10 gevonden nesten per 100 ha. waardoor in één klap het aantal gevonden legsels weer op niveau van 2007 is beland. Aan de andere kant kan ook de vraag gesteld worden, waarom het aantal grutto’s in 2009 zo enorm laag was. Het lijkt er op dat er in 2009 dus minder grutto’s naar ons land zijn getrokken of dat er vorig jaar minder grutto’s tot broeden zijn gekomen. In Tabel 2 is te zien dat er voor de Grutto een vrijwel gelijke dalende trend is waar te nemen. Positief is echter dat het zeer lage aantal van 2009 weer is verbeterd. Met een gemiddeld aantal gevonden nesten van 27 per ha. lijkt er een stabilisatie van het aantal op te treden. Dit aantal komt overeen met het meerjaren gemiddelde. Wat de oorzaak is geweest van het lage aantal gevonden nesten in 2009 is niet aan te geven.

 

 

Ook van de altijd moeilijk te vinden Tureluur zijn dit jaar meer nesten per ha. gevonden. De Tureluur is de enige weidevogel waarbij een regelmatige toename valt waar te nemen! Met een gevonden aantal nesten van 14 per ha. ligt het aantal ruim boven het meerjarengemiddelden van 11 nesten per ha. Dit kan er op duiden dat de vrijwilligers meer ervaren worden in het vinden van de legsels of dat de Tureluur in aantal is toegenomen.

Ook de Scholekster vertoont nog steeds een dalende lijn in het aantal gevonden nesten. Het gegeven dat er steeds meer scholeksters de stedelijke randgebieden opzoeken en daar hun nesten op de platte daken maken zal daar ook aan bijdragen.
Het is daar op die hoge daken met alle gevaren en moeilijkheden die daar bij komen toch ook niet makkelijk overleven zou je denken. Als je alleen al bedenkt wat een energie het kost om de hele dag met prooidieren voor de jongen naar het dak te moeten vliegen! De ouders die jongen moeten voeren op het weiland of op het bouwland hebben het dan toch minder zwaar. Opvallend is echter wel dat het aantal nesten jaarlijks afneemt maar dat er eens in de vier jaar een piek zichtbaar is! Als dit regelmaat is zou 2012 dus weer een hoger aantal op moeten leveren.


Vooralsnog lijkt het er op dat de aantallen gestaag afnemen.

 

 

 

 

Wat de predatie betreft is het dit jaar bijzonder goed verlopen. Na zes jaar dus eindelijk weer eens onder de 10%. Uiteraard zijn er altijd bedrijven waar een minder positief resultaat wordt geboekt maar daar zijn dan vaak aanwijsbare oorzaken voor. Veelal dus in de vorm van grondpredatoren, zoals Wezel, Hermelijn, Vos of Egel.


De verliezen van 1,6% bij beweiding zijn incidenteel en zijn veroorzaakt door communicatieproblemen. Ook het verliespercentage van 3,8% door onbekende oorzaak is mogelijk deels toe te schrijven aan predatie die moeilijker in het veld is vast te stellen.
Ondanks dat er in de koude periode in het vroege voorjaar diverse dode jongen werden aangetroffen met als doodsoorzaak het te koude weer, kan 2010 als een goed weidevogeljaar worden aangemerkt. Vooral de spectaculaire terugkeer van de Grutto geeft een goed gevoel.
Alles overziend dus een goed weidevogel jaar met weinig verliezen door predatie, veel uitgekomen jongen en redelijk goede overlevingskansen.

 

 

Beschermingsactiviteiten per gewassoort


Alleen door het invullen van de beschermingsacties wordt er zichtbaar wat er daadwerkelijk aan beschermings-activiteit is uitgevoerd door onze groep. Vermoedelijk ligt het aantal werkelijk beschermde nesten nog hoger! Ik denk dan ook dat het beschermingsjaar 2011 een nog hoger resultaat zal laten zien.
Om een voorbeeld te noemen, er zijn bedrijven waar de koeien op een ander perceel worden ingeschaard dan eerst de bedoeling was omdat er nog teveel nesten liggen die niet zijn uitgekomen. Dit is dus een duidelijke beschermingsactie gebaseerd op de vaststelling dat er nog bebroede nesten liggen.

Er zijn dus 449 nesten beschermd. Hiervan zijn 248 nesten beschermd bij bemesten. Over 65 nesten is een nestbeschermer geplaatst terwijl er bij het ploegen en eggen 62 nesten zijn beschermd. Verder zijn er 37 nesten beschermd bij gewasbescherming en is er bij 21 nesten om het nest heen gemaaid. Bij het zaaien en poten zijn 9 nesten beschermd.

 

 

Beschermingsactiviteiten per soort

In onderstaande tabel is af te lezen dat het merendeel van de beschermde nesten 298 stuks van de kievit waren. De grutto volgde op de tweede plaats met 64 beschermde nesten en als derde noteerden we de scholekster met 41 nesten gevolgd door de Tureluur met 18 nesten.


 

 

Hoe staan wij er voor t.o.v. het landelijke resultaat?

 

Hoe staan wij er voor als we een vergelijking maken met het op dit moment landelijke resultaat?




Als we de gegevens van 2009 en 2010 uitzetten tegen de op dit moment bekende landelijke gegevens zien we dat de Kievit bij ons sterker is afgenomen (5,8-1,3 = -4,5%). De nieuwe bedrijven hebben er niet toe geleid dat het aantal kieviten procentueel is toegenomen. Dit in tegenstelling tot de toename van het aantal grutto’s. Landelijk een toename met 0,2% en bij ons 5%. Mooi is echter te constateren dat het aantal weer op een goed niveau is al moet wel worden vastgesteld dat er nog steeds een licht dalende trend is te zien.
Als we het aantal gevonden gruttonesten van 2009 en 2010 tegen elkaar afzetten is te zien dat de nieuwe bedrijven een positieve bijdrage hebben geleverd van 0,7%.
De Scholekster doet het bij ons iets slechter dan landelijk en de Tureluur loop vrijwel gelijk op met het landelijk resultaat.
 

 

Verliezen per soort

Van de 958 gevonden nesten zijn er 173 verloren geraakt.



Van die 173 nesten is 33,53% verloren gegaan door predatie door kraaien en meeuwen gevolgd door 19,65% met een onbekende oorzaak, waarvan een groot deel ook aan predatie is toe te rekenen. Een andere grote verliespost met 19,65% is het aantal verlaten nesten.



 
 

 

Monitoring


Bij bedrijven met uitgestelde maaidatum zijn de broedparen door middel van monitoring in kaart gebracht. De hiermee bepaalde broedparen zijn niet in dit verslag opgenomen. Deze gegevens worden door Landschapsbeheer Zuid- Holland verder uitgewerkt.
Bij deze wil ik aan alle vrijwilligers die nog niet aan deze vorm van inventarisatie hebben deel genomen vragen of ook zij hier in 2011 aan mee willen doen.
Monitoren is een uiterst doeltreffende methode om nesten snel op te sporen zonder veel in het land te hoeven lopen. Ook als het minder mooi weer is, is deze methode uiterst effectief. Zijn de broedplaatsen in kaart gebracht dan zijn in ieder geval het aantal en de plaats bekend. Het kost dan minder moeite om even snel de nesten te markeren.

 

Aantalsontwikkeling


Het aantal Canadese ganzen lijkt te stabiliseren maar dit beeld is waarschijnlijk vertekend omdat niet alle nesten worden doorgegeven. De Canadese gans broedt over het algemeen in de slootkanten en wordt dan ook niet specifiek gezien als een weidevogel.

Er is na lange tijd weer een Graspieper gevonden.

Het aantal grutto’s is spectaculair gestegen naar aantallen die doen terugdenken aan 2003 Het aantal gevonden kievitnesten is teruggelopen en is op het niveau van 2006 teruggekeerd. Hopelijk is dit een nieuwe ondergrens en worden er volgend jaar weer méér nesten gevonden.

Door de biotoopaanpassing zijn er weer broedende kleine plevieren aangetroffen De Krakeend lijkt in aantal toe te nemen maar wordt minder vaak in de weilanden gevonden Het aantal kuifeenden lijkt dit jaar lager maar mogelijk dat er dit jaar op het eind van het seizoen minder vaak langs de slootranden is gekeken naar nesten van kuifeenden. Er zijn in de polders namelijk wel meer paartjes kuifeenden gezien.

Het aantal scholeksters is ook op zijn retour, de hoge aantallen uit 2004 en 2005 zullen in de polder waarschijnlijk nooit meer worden gehaald.

Met de Tureluur gaat het goed.

Helaas is er ook dit jaar weer geen Zomertaling gevonden.

 

Polderdag


Op 13 mei heeft WGNL tijdens de jaarlijkse Polderdag met een stand gestaan bij Sjoerd Witteman en Lisette Verhoog waar zij hun bedrijf en wij onze activiteiten aan zeer veel belangstellende mensen hebben kunnen tonen.


Let volgend jaar ook eens op deze datum of noteer het vast in uw agenda.

 

Het is een zeer leuke fietstocht door het Groene Hart waarbij ook door de gebieden wordt gefietst waar wij aan weidevogelbescherming doen.

 

 

Bijzondere vondsten


Er is dit jaar maar één bijzondere vondst te melden.

Het betreft een nest met vier eieren van een Kievit met pigment problemen. Het komt niet zo vaak voor dat het gehele legsel zo pigmentloos is.
 

 

Bedankt


Afsluitend wil ik in willekeurige volgorde alle agrariërs, loonwerkers, weidevogelvrijwilligers, bestuursleden en andere vrijwilligers die hand en spandiensten hebben verricht bedanken voor hun tijd en inzet in het afgelopen seizoen. Mede door uw aller inzet hebben we weer een mooi aantal nesten kunnen behoeden voor verlies. En met de nieuwe uitgestelde maaidata percelen is er weer meer kans gecreëerd om de geboren vogels ook vliegvlug te laten opgroeien.

Hiernaast ziet u een alerte steenuil.

Als U iets hoort over steenuiltjes in de polder mag je me altijd even bellen op 06-55781030.






 


 

De resultaten per bedrijf zijn opgenomen in het "JAAROVERZICHT WEIDEVOGELWERKGROEP NOOTDORP - LEIDSCHENDAM, SEIZOEN 2010" dat voor de deelnemende boeren en vrijwilligers beschikbaar is.
 

Als er gegevens in het verslag worden opgemerkt die niet kloppen geef dit dan alstublieft even door zodat wij dit kunnen corrigeren.

Ik hoop ook in 2011 weer op iedereen te mogen rekenen en de goede samenwerking voort te zetten. Tot ziens bij de startavond van het nieuwe weidevogelseizoen 2011.



Martin van de Reep
Coördinator gegevensverwerking
06-55781030
 

 

    naar verslag 2009