WEIDEVOGELVERSLAG 2009

 

Scholekster.

 

Kievit.

 

 

Bijschrift bij de foto's

Hiernaast staan de foto’s van vijf weidevogelsoorten die werden aangetroffen in een perceel met uitgestelde maaidatum.
Behalve deze weidevogels heeft er in het betreffende perceel ook nog een graspieper, een gele
kwikstaart en twee paar slobeenden gebroed.

 Veldleeuwerik.

Advies:

Neem ook eens een klein fototoestelletje mee als u gaat weidevogelen, er zijn soms heel mooie momenten om iets bijzonders vast te leggen en dat dan op de website met anderen te delen.

Grutto,

 

Tureluur,

 

 

 

 

 

 

In Memoriam

OUD-SECRETARIS WGNL OVERLEDEN

Helaas ontvingen we het droevige bericht dat op 30 augustus 2009 is overleden onze oud-secretaris Hans Rensen.

Vele jaren was Hans nauwgezet en met veel energie actief voor de WGNL. Naast het veldwerk, het secretariaat en de website, ondersteunde hij ook legale acties en andere organisaties die zich bezighouden met het in stand houden en ontwikkelen van natuur- en landschapswaarden in de regio. Op zijn eigen innemende en positieve wijze wist hij alom waardering te oogsten.
Tot medio 2009 vervulde Hans zijn rol als secretaris van de WGNL. Om gezondheidsredenen is hij per 1 juni 2009 afgetreden.
 

Wij allen zullen zijn inzet en humor missen.

 

Vooroverleg
 

Op 14 januari werden door het bestuur en de kerngroepleden weer de eerste activiteiten ontwikkeld voor het nieuwe weidevogelseizoen. Traditioneel bestaat dit uit het evalueren van het afgelopen seizoen en het bezien welke acties er ingezet moeten worden om het nieuwe seizoen weer goed te laten verlopen.

 

Basiscursus vrijwillige weidevogelbescherming

Omdat er maar vijf mensen zich hadden gemeld is de cursus dit jaar niet in Zoeterwoude maar in Bodegraven gehouden. Hopelijk zijn er dit jaar meer aanmeldingen zodat de cursus wat dichterbij gehouden kan worden.

 

Startavond weidevogelgroep

Op 3 maart is de startavond gehouden waar de vrijwilligers de benodigde instructie hebben gekregen en waar iedereen is bijgepraat over de stand van zaken met betrekking tot het programmabeheer. Ik weet dat het niet altijd voor iedereen uitkomt zo’n vastgestelde avond maar ik spreek wel de hoop uit dat als het enigszins kan alle vrijwilligers de avond bezoeken.

 

Overleg weidevogelgroepen en VANL Wijk & Wouden.

 

Op 2 juli was er een voorlichtingsavond over het nieuwe programma beheer. Op 11 maart en 25 september is er overleg geweest tussen de gebiedscoördinator en de drie weidevogelwerkgroepen in het gebied van Wijk & Wouden om tot goede afspraken te komen over de gebiedsindeling in verband met het nieuwe programmabeheer.
Vooral Corrie van der Helm en Bert Versteege wacht weer een zware taak om te zorgen dat alle bedrijven geïnterviewd en geïnformeerd worden over de nieuwe regeling. Een aantal bedrijven heeft echter aangegeven dat de nieuwe regels niet inpasbaar zijn in hun bedrijfsvoering. De legselbeloning zal daar dan wegvallen maar dat houdt natuurlijk niet in dat onze activiteiten daar niet meer gewenst zijn.

 

Startavond alarmtellingen

Al vijf jaar achtereen worden er in de Groote Westeinder polder alarmtellingen gehouden. Ook in 2010 zal dit weer gebeuren. Als er mensen zijn die eens willen zien hoe dat in zijn werk gaat, zijn zij bij deze uitgenodigd. Neem even contact op met Martin van de Reep als je interesse hebt om mee te doen.

 

Contactavond weidevogelcoördinatoren


Op 30 juni en 24 november is er overleg geweest met Landschapsbeheer Zuid-Holland. Deze overlegvorm is ingesteld om elkaar te informeren wat er zoal leeft onder de vrijwilligersgroepen.

 

Slotavond 23 juni

De slotavond is dit jaar wat vroeg in verband met de vele boekingen voor deze zaal. Aanwezig: 16 personen. Helaas hebben 18 personen zich afgemeld. Locatie: AZL zaal bij zwembad “de Fluit” te Leidschendam.

Weidevogelbescherming in 2010:
Er zullen veel veranderingen gaan komen in het beschermen van de weidevogels. De boeren zullen in een polder meer moeten gaan samenwerken met elkaar. Dhr Freek van Leeuwen van de organisatie Natuurlijk Platteland West zal coördinator worden in ons gebied en met een afgevaardigde van alle weidevogelgroepen in onze regio gaan samenwerken.
De boeren kunnen een pakket aanvragen en zullen moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden. Hier kunnen ze dan een vergoeding voor krijgen. Voor uitgebreide informatie kunt u terecht op de volgende website: www.natuurbeheersubsidie.nl
Bij de startavond van het weidevogelseizoen 2010 zullen wij u voorzien van alle nodige informatie.

Bijzondere vermeldingen:
Vreemd ei: Melanie van der Steen heeft een “vreemd ei” gevonden in de polder. Het heeft de vorm van een kievitsei, het is wit/crème kleurig en het is gespikkeld. De meningen zijn wat verschillend, maar uiteindelijk houden we het toch op een albino kievitsei.
José mag het ei toevoegen aan haar collectie.
Dhr. Monteney: had een broedend paartje scholeksters. Toen hij het nest ging bekijken kwam hij er achter dat er geen eieren in lagen maar 2 paardenmest keutels. Door het vele draaien hadden ze zelfs al de vorm van een ei aangenomen! (De eieren zijn inmiddels uitgekomen, vele mestkevers hebben het nest al verlaten)!!
Paul Joormann: Heeft een artikel gelezen over het onderzoek doen naar het DNA van net uitgekomen grutto’s. Het DNA blijkt in het vlies van het ei te zitten. Er ontstaat een discussie.

Afsluiting vergadering:
Om 21.50 uur sluit de voorzitter de vergadering en onder het genot van een hapje en drankje is er nog
even met elkaar nagepraat.

 

Lezing predatie en nestbezoek

Op woensdag 24 juni organiseerde Landschapsbeheer Zuid Holland in Reeuwijk een avond over de relatie tussen nestbezoek en predatie. De presentatie werd gegeven door Wolf Teunissen van SOVON. In het kort komt het er op neer dat uit onderzoek is gebleken dat in gebieden waar predatoren actief zijn, nestbezoek kan leiden tot een verhoging van de nestverliezen met 10%.
Behoedzaamheid bij nestbezoek is dus een zaak van aandacht. Probeer een nest niet meer dan drie maal te bezoeken.

 

De eerste weidevogel geluiden

13-02-09 De eerste 9 grutto’s en scholeksters arriveren op de Vogelplas Starrevaart.
16-02-09 De eerste lepelaars worden in de polder gezien. ‘s-nachts zijn er op verschillende plaatsen in de polder tepietende scholeksters te horen en hoor je ook al enkele territoriale buitelende kieviten.

 

De eerste nestvondsten in 2009:

 

Tabel 1

 

In tabel 1 zijn de resultaten aangegeven van de meldingen van de eerste nestvondsten die via de site http://www.wgnl.nl/ zijn binnengekomen.

 

Het weer in 2009

Het weer
Maart: Vrij zacht, zonnig en aan de droge kant. Met een gemiddelde maandtemperatuur van 6,3 °C was maart vrij zacht.
Van 13 tot en met 22 maart werd het weer bepaald door een krachtig hogedrukgebied en was het overwegend droog en rustig. Daarna was het weer de beurt aan lagedrukgebieden die het weer een sterk wisselvallig karakter gaven.
April: Uitzonderlijk zacht, zeer zonnig en gemiddeld droog. Met een gemiddelde maandtemperatuur van 12,2 °C was april 2009 de op één na zachtste aprilmaand in de complete meetreeks sinds 1706. Het weer werd meestal bepaald door hogedrukgebieden. Deze hielden storingen op afstand en zorgden voor de aanvoer van zachte lucht.
Mei: Warm en zonnig, gemiddeld over het land vrij nat. De gemiddelde temperatuur is uitgekomen op 13,9 °C tegen een langjarig gemiddelde van 12,7 °C. Daarmee was mei warm. Midden mei veroorzaakte een zware bui veel wateroverlast. Er viel in enkele uren tijd tot ca. 68 mm neerslag.
Tijdens de nacht van 25 op 26 mei trokken zware buiencomplexen over, die grote overlast en schade veroorzaakten.
Juni: Aan de warme kant, vrij droog en zonnig. De gemiddelde junitemperatuur was 15,6 °C. Daarmee was de maand aan de warme kant. De laatste week van de maand verliep fraai en zomers warm. Met gemiddeld 55 mm neerslag tegen normaal 71 mm was juni vrij droog.
Een fors deel van de gemiddelde maandsom viel in het tijdvak van 7 tot en met 11 juni. Enkele depressies trokken toen over ons land naar het noordoosten en veroorzaakten wisselvallig en nat weer.
 

Wat de weersomstandigheden aangaat dus een goed seizoen voor weidevogels.                              Bron: KNMI

 

 

Seizoensoverzicht van de vier meest voorkomende weidevogels


Omdat de Bieslandse polder de laatste jaren veel invloed heeft op de totaalresultaten is er deze keer steeds een gecombineerd overzicht gemaakt van de vier meest voorkomende soorten.

Kievit


Hoewel het eerste kievitsei op 8 maart te Eemnes wordt gevonden en Eddie van Leeuwen ook dit jaar weer vroeg het eerste ei weet te vinden (11 maart). Komen de kieviten maar langzaam op gang en zijn er vroeg in het jaar minder kieviten dan in andere jaren. Achteraf blijkt dat de aantallen van dit jaar 5,4% lager liggen dan in de voorgaande jaren. Helaas zet de dalende trend, zij het in geringe mate, nog steeds door. Verheugend is echter te melden dat de aantallen in de Bieslandsepolder zich lijken te stabiliseren.

Grutto


Het eerste gruttoei in het gebied van Wijk & Wouden werd dit jaar niet door een van onze leden maar door ene Kuno Onderwater, boer in het aangrenzende gebied van de vogelwerkgroep Zoeterwoude, gevonden. De grutto heeft het dit jaar wederom slecht gedaan.
In 7 jaar tijd is het aantal teruggelopen van 191 naar 75 paar. Voor onze zorgenpolder ligt dit nog ernstiger en is de teruggang zelfs 92%, er zijn dit jaar maar 8 paar tot broeden gekomen. Als deze trend zich zo voortzet zal er binnen enkele jaren geen broedende grutto meer waargenomen worden. Hopelijk dat de nieuwe manier van beschermen zoals die volgend jaar wordt ingezet een stabilisatie en zelfs een verbetering van het huidige niveau bewerkstelligen.

Tureluur


De tureluur is een van de weinige weidevogels die zich redelijk kan handhaven. Ook in de Bieslandse polder Waar van oudsher hoge dichtheden worden gehaald, lijkt de dalende lijn licht om te buigen naar een stabiel aantal.

Scholekster


De scholekster lijkt na de dip in 2007 ook weer aardig stabiel. De scholekster combineert een lichte
teruggang met een uitbreiding van zijn broedgebied naar de daken van woningen in stedelijke
gebieden die grenzen aan grote stukken openbaar groen en aan de randen van het urbane gebied. Het
broeden op daken heeft echter wel nadelige gevolgen. Omdat de jongen op de daken achterblijven,
moeten de ouders al het voedsel vliegend bij hun jongen aanbrengen. Dit in tegenstelling tot de jonge
scholekster in de polder die rustig naast hun ouders kunnen wachten tot de oudervogel iets lekkers
aanreikt.

Verliesoorzaken bij de grutto

Ook is er dataonderzoek gepleegd naar de bezoekfrequentie van de afzonderlijke percelen. Hieruit is geen direct verband gebleken tussen de frequentie van de bezoeken per perceel en de verliezen per perceel. Ook zijn er geen signalen van vrijwilligers binnengekomen waaruit is af te leiden wat de oorzaak is van de afname. In de periode 2005 en 2006 is de predatie wel hoog geweest en mogelijk kan dit weidevogels hebben aangezet om een andere broedplaats te kiezen. Hiermee is echter de sterke afnamen in 2003 en 2004 niet verklaard. Blijft natuurlijk nog de vraag of alle grutto’s die vertrokken
zijn ook weer in ons land teruggekeerd zijn?
 

  

Nestbeschermingsactiviteiten




Bij de beschermingsactiviteiten zijn 251 nesten daadwerkelijk beschermd. Dit komt aardig overeen met het aantal in 2007. Noteer vooral in je boekje welke beschermingsactie je hebt uitgevoerd, dat kunnen uiteraard meerdere acties zijn. Het merendeel is beschermd bij bemesten (29,88%).
Als tweede activiteit met 13,15% staat de bescherming bij ploegen en eggen genoteerd. Nestbescherming bij beweiding staat met 28 nesten op de derde plaats. Zeer opmerkelijk is het feit dat er in de Bieslandsepolder geen nestbeschermers zijn gebruikt en/of geregistreerd!

Ergernissen en frustraties
Dit seizoen startte een aantal nieuwe vrijwilligers met beschermingswerkzaamheden op voornamelijk maïsland. De vraag die boven kwam drijven was, in welke mate het zinvol is om voor de bemesting en het eggen al nesten te markeren?
Dit is zeker zinvol! Elke kievit die de werkzaamheden overleefd is er een! Ook zijn de kieviten die het eerst geboren worden en het overleven vaak de meest kansrijke jongen. Als de werkzaamheden niet te laat worden uitgevoerd zijn de nesten goed te verplaatsen. Als er al jongen lopen wordt het veel moeilijker omdat ze haast onvindbaar zijn.

Om dit te onderbouwen staat hieronder een analyse van de kievitsnesten van het betreffende bedrijf in relatie tot de werkzaamheden. Je ziet dat het zeer intensieve werk voor en tijdens de werkzaamheden wel degelijk resultaat heeft opgeleverd.
Het uitkomstpercentage van de legsels na de werkzaamheden is wel hoger maar daar staat vaak tegenover dat er dan ook meer predatoren actief zijn die het op de jongen hebben gemunt. In het voorseizoen zijn het vaak de eieren die ten prooi vallen aan predatoren, wat vaak weer terug te zien is in een lager aantal uitgekomen jongen per nest. Het zijn echter de eerst uitgekomen jongen die de meeste kans hebben om vliegvlug te worden!

Analyse bij de kievit



Eventueel kan je ook al vooraf nesten verplaatsen zodat ze gunstiger komen te liggen. Er zijn wel enkele randvoorwaarden:
- nesten op niet geploegd land moet je niet meer dan twee meter per keer verplaatsen en herkenningspunten, zoals vlak bij het oude nest staande wortelstokken van het maïs van het vorig jaar, moet je plat trappen.
- maak het nestje altijd netjes en leg er zeker bij kleiachtige grond wat nestmateriaal in. Als je een kuiltje in de grond maakt met bijvoorbeeld je hak en je legt daar de eieren in heb je een grote kans dat het legsel wordt verlaten. Gebruik liever een klein tuinharkje voor dit doel.
- als het land bewerkt is ziet het er overal hetzelfde uit en kan je het nest wel tot drie meter verplaatsen! Bovenstaande analyse van de nesten was alleen mogelijk omdat alle nestgegevens per bezoek ook netjes zijn genoteerd. Het is dus van belang om tijdens het veldwerk altijd je notitieboekje bij je te hebben en alle nesten goed op de situatiekaart in te tekenen en te nummeren!

Meer dan drie controles per nest is voldoende. Als van afstand zichtbaar is dat er gebroed wordt is een verdere controle niet nodig. Als het nest uit is, is het wel van belang goed te kijken naar de eierenschilfers in het nest of het ook een geslaagd broedsel is en of er eventueel sprake is van predatie of dat het nest verlaten is.

 

Het nieuwe seizoen

In het nieuwe seizoen zal voor ons de beschermingsactiviteiten daar waar er bemest, geploegd, gezaaid en mechanisch bewerkt gaat worden niet veranderen. Ook daar waar gemaaid gaat worden vóór 1 juni en waar er begraasd gaat worden verandert er niets.

Er zijn echter ook percelen waar ten behoeve van het mozaïekbeheer en het slootkant beheer na 1 juni of later pas gemaaid gaat worden (uitgestelde maaidata). Deze percelen moeten voor de noodzakelijke dekking en foerageerplaatsen gaan zorgen voor de jonge, nog niet vliegvlugge weidevogels. Deze percelen behoeven dus niet doorzocht te worden maar er zal wel enige vorm van monitoring plaats moeten vinden.

Hoe dit gaat uitpakken is op dit moment nog onderwerp van gesprek. Bij de startavond en mogelijk ook daar aan voorafgaand informeren wij daar nog over. Op woensdag 24 juni organiseerde Landschapsbeheer Zuid Holland in Reeuwijk een avond over de relatie tussen nestbezoek en predatie. De presentatie werd gegeven door Wolf Teunissen van SOVON. In het kort komt het er op neer dat uit onderzoek is gebleken dat in gebieden waar predatoren actief zijn, nestbezoek kan leiden tot een verhoging van de nestverliezen met 10%.
Behoedzaamheid bij nestbezoek is dus een zaak van aandacht. Probeer een nest niet meer dan drie maal te bezoeken.

 

Overzicht nestvondsten per soort 2009




845 nestvondsten (tegen 945 in 2008) met een mooi uitkomstpercentage van 72,78% en een lage predatie van 16,26%.
Een mooi resultaat dus dit jaar.

Ook dit jaar dus weer een lager aantal nestvondsten. De gemiddelde teruggang van grutto, kievit, scholekster en tureluur is dit jaar 10,1%. Alleen de Canadese gans werkt nog steeds aan een opmars.




Bovenstaande grafiek geeft de totale verdeling van het aantal kieviten, grutto’s, tureluurs en scholeksters per 100 hectare weer van de afgelopen 13 jaar zoals in de volgende tabel zijn opgenomen. In 2001 zijn er geen beschermingsactiviteiten uitgevoerd ivm het mkz virus.

 

Predatie & Samenvatting resultaten

Sinds 2004 eindelijk weer eens een lagere predatie en een uitkomstpercentage van boven de 72%. Het aantal beschermde ha is vrijwel gelijk gebleven. Het aantal bedrijven is licht afgenomen Het aantal vrijwilligers is stabiel maar iets aan de lage kant.
Vrijwel alle weidevogelsoorten behoudens de Canadese gans laten een daling zien tov 2008. Dit is voor de Grutto het sterkst met 29,9%. Hierbij moet worden opgemerkt dat 13,1% daarvan voor rekening van één polder komt. De Scholekster is met
14,4% achteruit gegaan. De teruggang van de tureluur is op 9,1% uitgekomen en de kievit heeft zich het best gehandhaafd met een verlies van 5,4%.

Predatie jaaroverzicht


Van de meeste nesten is de predator niet gekend (95) op zich niet vreemd natuurlijk van soms zijn de nesten geheel leeg en worden er geen resten van eieren gevonden in het nest of in de omgeving van het nest.
Als goede tweede in het rijtje ook oude bekende. Het totaal aantal verloren geraakte nesten in gelukkig behoorlijk lager dan de vier voorgaande jaren.

Resultaat van alle gevonden nesten
Van het totaal van 845 gevonden nesten is 72,78 % uitgekomen en 16,26 % gepredateerd.
Een heel mooi uitkomstpercentage. Eindelijk dus weer eens een lage predatie en dat in een niet erg muizenrijk jaar.

Resultaten van de beschermde nesten
Bij de verschillende beschermingsactiviteiten zijn 251 nesten beschermd waarvan bij 245 nesten het resultaat bekend is. Van de nesten met bekend resultaat zijn er 201 uitgekomen, 44 zijn er door diverse oorzaken verloren geraakt.
Het uitkomstpercentage is dus 82,04%. Dit percentage is 9,2% hoger dan het gemiddeld uitkomstpercentage van alle gevonden nesten. Het is ook ca 4% hoger dan het uitkomstpercentage in andere jaren.

 

Bedankt

 

Afsluitend wil ik in willekeurige volgorde alle agrariërs, loonwerkers, weidevogelvrijwilligers, bestuursleden en andere vrijwilligers die hand en spandiensten hebben verricht bedanken voor hun tijd en inzet in het afgelopen seizoen.

Als je iets hoort over steenuiltjes in de polder mag je me altijd even bellen op 06-55781030.
Ik hoop ook in 2010 weer op iedereen te mogen rekenen en de goede samenwerking voort te zetten. Als laatste wens ik iedereen een goede jaarwisseling en een gezonde start in 2010.

Martin van de Reep,
Coördinator gegevensverwerking

E-mail: reepos@casema.nl

Mobiel: 06 – 557 810 30
 

    naar verslag 2008