|
Bomen die van oorsprong in het Zuid-Hollandse landschap voorkomen zijn de wilg, de els, de es en de populier. De meest bekende
knotboom is wel de knotwilg. Een knotwilg is geen natuurlijke boom. Hij
ontstaat wanneer de top uit een schietwilg gezaagd wordt. De boom gaat
hier niet dood van; zolang de wortels nog in de grond zitten, pompen die
nog sappen naar boven en kan de boom weer uitlopen en nieuwe takken
vormen. De boom kan weer doorgroeien, maar krijgt zijn natuurlijke Voor het knotten geldt dus: "Eens geknot, altijd geknot" Hieronder meer informatie over de wilg, de els, de es en de populier. |
|
Omvat een geslacht van plm 160 soorten, verspreid over het gehele noordelijke halfrond, van kleine kruipende struiken tot hoge bomen toe. De schietwilg is bekend als knotboom. Deze wordt voornamelijk op de grienden gebruikt, evenals de katwilg en de amandelwilg. Wilgen zijn snelle groeiers en hebben grote lichtbehoefte. Wanneer men een dikke afgezaagde tak (een poter) in de grond zet, vormt hij snel wortels. Afzetten (knotten) en snoeien (stikken) verdraagt de wilg goed, tenminste wanneer dat gebeurt in de periode dat de sapstroom stilstaat; dat is van begin november tot eind maart. Belangrijkste kenmerk van de schietwilg is dat de tak tot aan de twijg is te volgen. Silhouet: kroon onregelmatig met zware rechte sterk omhoog lopende takken, met aan de uiteinden soepele dunne twijgen. Knoppen: liggen spiraalsgewijs vlak tegen de twijgen (dus niet afstaand).De punt is tegen de twijg aangedrukt. De knop aan het eind is vaak verdord. De knoppen hebben slechts één schub waardoor ze geheel omhuld worden. Stam: Onregelmatige structuur, veel diepe groeven, onderbroken door schorsrichels.
|